Werkstraf geëist voor lekken politiegegevens aan Marokko
Den Haag, 25 aug. Het Openbaar Ministerie heeft vandaag voor de rechtbank in Den Haag 240 uur werkstraf geëist tegen de Rotterdamse voormalige rechercheur Redouan L. (39) voor het lekken van vertrouwelijke politiegegevens aan de Marokkaanse geheime dienst.
De Rotterdamse rechercheur, die werkte bij een succesvol reïntegratieproject voor allochtone jongeren, heeft toegegeven dat hij tussen 2006 en 2008 informatie uit politiesystemen heeft doorgespeeld aan de tweede man op de Marokkaanse ambassade in Den Haag. Deze man bleek later een medewerker van de Marokkaanse geheime dienst te zijn.
De lekzaak leidde in 2008 tot spanningen tussen Nederland en Marokko. Nadat de Nederlandse inlichtingendienst AIVD de regering had ingelicht over de lekzaak, stuurde minster van Buitenlandse Zaken Verhagen twee medewerkers van de Marokkaanse ambassade terug naar Casablanca.
Ontslagen
Redouan L. werd na een intern onderzoek van de politie Rotterdam Rijnmond ontslagen, maar het Rotterdamse OM achtte vervolging van de rechercheur niet nodig. Nadat het actualiteitenprogramma Nova in het najaar van 2008 over de zaak had bericht en er politieke ophef over de 'spionagezaak’ was ontstaan, besliste het College van procureurs-generaal dat er alsnog tot vervolging moest worden over gegaan.
Volgens officier van Justitie Evert Harderwijk moet de zaak echter in perspectief worden gezien. „Dit is geen spionagezaak”, zei hij tijdens zijn requisitoir.
Redouan L. deed op verzoek van de Marokkaanse ambassade naslag naar eventuele criminele antecedenten en adresgegevens van bepaalde personen. Vertrouwelijke gegevens weliswaar, maar geen informatie die moet worden bestempeld als staatsgeheim. Het OM meent dat er evenmin voldoende bewijs is dat de Rotterdamse ex-rechercheur zich heeft laten betalen voor de gelekte informatie. Officier Harderwijk vond daarom een gevangenisstraf „te zwaar”.
Zware druk
Tijdens de zitting werd duidelijk dat Redouan L. onder zware druk is gezet door de Marokkaanse autoriteiten om informatie te verstrekken. Volgens advocaat van Riet valt daarom het handelen van de Rotterdamse rechercheur niet aan te rekenen. De advocaat vroeg om vrijspraak voor zijn cliënt.
