Publieke omroep schuift naar rechts

Door onze redacteur Hans Beerekamp

Rotterdam, 9 dec. De Nederlandse publieke omroep (NPO) heeft een ruk naar rechts gemaakt. Dit blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad.

In de tophonderd van gasten en andere sprekers in praatprogramma’s van de NPO waren er in de periode van 1 september tot 30 november 47 lid van een rechtse partij, tegenover 17 van links. Uit eenzelfde onderzoek in 2008 bleek de NPO ook al ‘rechtser’ dan algemeen werd aangenomen, maar minder dan nu. Toen behoorden van de tophonderdgasten en -sprekers er 35 tot het rechtse kamp en 28 bij links. Er is bij het ‘turven’ uitgegaan van de klassieke indeling van links en rechts in het Nederlandse parlement, waarbij partijen als D66 en de Partij voor de Dieren bij het linkse kamp zijn gerekend.

De uitkomsten zijn opmerkelijk, omdat algemeen verondersteld wordt dat ‘links’ de publieke omroep domineert. Mede op basis van die indruk werden per 1 september de omroepen Powned en WNL tot het bestel toegelaten. Die moesten de rechtse Nederlander vertegenwoordigen en het verstoorde evenwicht herstellen.

De indruk van linkse dominantie bestaat al lang. Henk Hagoort, sinds begin 2008 topman van de omroepen en voordien directeur van de Evangelische Omroep (EO), zei in 2003 „als tv-kijker elke avond op drie netten de Volkskrant in de bus” te krijgen. Bij zijn aantreden als topman zei hij te bedoelen dat „de toon en de aanpak en de benadering van onderwerpen [...] te veel dezelfde is”.

Een onderzoek van de NPO zelf naar het vermeende linkse gehalte van de omroepen werd in 2008 afgeblazen, omdat het te duur en te gecompliceerd werd geacht. Hagoorts voorganger, Harm Bruins Slot, had het onderzoek gelanceerd. Ook hij ging uit van een overwegend links karakter van de omroepen. „Drie actualiteitenrubrieken op één avond die drie keer de Volkskrant nadoen, is misschien te veel van het goede”, zei hij destijds. Overigens bleek in dezelfde tijd uit een onderzoek dat door Interview-NSS in opdracht van de NPO wel werd gedaan, dat tweederde van de Nederlanders de programma’s links noch rechts vond.

In een reactie op het onderzoek zegt de NPO zich niet te kunnen vinden in de gebruikte methode. „Om uitspraken te kunnen doen, moet je verder gaan dan het turven van gasten en een langere periode onderzoeken dan drie maanden.” Ook zouden volgens de NPO programma’s die sinds 1 september bestaan, de mogelijkheid moeten krijgen zich te ontwikkelen. De NPO wil pas in 2011 ‘de balans’ opmaken.

Uit het onderzoek naar de ‘sprekende hoofden’ op televisie blijkt voorts onder meer dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn: achttien in de tophonderd. De eerste vrouw, Femke Halsema, leider van GroenLinks, staat op plaats 11. In 2008 was dat 7. Van de wetenschappers wordt historicus en gewezen VVD-Tweede Kamerlid Arend Jan Boekestijn het vaakst gehoord. Bij ‘Cultuur en vermaak’ is dat Youp van ’t Hek, bij ‘radio en tv’ Jort Kelder.

Gepubliceerd in:
Binnenland
Nieuwsbrief