‘Blauwe hart’ moet het nationale belang dienen
Volop ideeën voor een vernieuwd IJsselmeer. Bouwsector, politici en waterbouwkundigen bepleitten gisteren meer zoet water en ruimte voor de Randstad.
Amsterdam, 10 sept. Ongekende belangstelling voor het IJsselmeer. Sinds enkele maanden ligt een ‘toekomstvisie’ bij het kabinet om de matige waterkwaliteit van Markermeer en IJmeer een enorme „ecologische oppepper” te geven. Dat moet het mogelijk maken de zuidwestelijke hoek van de voormalige Zuiderzee „bij de Randstad te trekken”. Door Almere uit te breiden. Door waterrecreatie te bevorderen. En een brug of tunnel aan te leggen tussen Almere en Amsterdam.
Vorige week is daar een voorstel bijgekomen. De Deltacommissie onder leiding van oud-minister Veerman wil het noordelijke deel van de oude Zuiderzee, het eigenlijke IJsselmeer, vooral gebruiken en behouden als zoetwaterbuffer, om in de droge zomers die ons wachten half Nederland van zoet water te voorzien. Het IJsselmeer moet „meestijgen” met de Waddenzee, en die stijging kan de komende eeuw oplopen tot anderhalve meter.
Er wordt getwijfeld of de anderhalve meter echt wordt gehaald. Het KNMI kan zich wel in de cijfers van de Deltacommissie vinden, ook al is het scenario dramatischer dan het zelf waarschijnlijk acht. „Bij het klimaatbestendig maken van ons land kan, afhankelijk van het type investering en de termijn waarvoor die geldt, het belangrijk zijn om rekening te houden met aanvullende, meer extreme scenario’s”, aldus het KNMI.
Hoe je ook over die scenario’s denkt, al dat zoete water is hard nodig nu de Zeeuwse wateren achter de oude Deltawerken zó vies worden dat alleen inlaten van zout water het milieu nog kan redden. Daarmee is het gebruik van zoet water uit deze ‘binnenmeren’ verleden tijd. „We houden daar in het zuidwesten straks alleen zoet water over in de Brielse Maas”, zegt Marcel Stive, hoogleraar waterbouwkunde aan de TU Delft en lid van de Deltacommissie.
De gevolgen van het commissievoorstel zijn groot. Plannen van natuurorganisaties om een ‘gat’ in de Afsluitdijk te slaan en zo het IJsselmeer gedeeltelijk zout te maken en de „estuariene dynamiek” te bevorderen, lijken van de baan. Hooguit zou nog een „brakke overgangszone” tussen Waddenzee en IJsselmeer mogelijk zijn. Ook zullen de dijken van de steden langs het IJsselmeer in de loop van honderd jaar moeten worden verhoogd. Sluizen in Enkhuizen die sinds de voltooiing van de Afsluitdijk altijd open stonden, moeten misschien weer dicht. Een stad als Kampen krijgt het zwaar te verduren. En er gaat natuur verloren, verwacht Natuurmonumenten, vooral rondom de oevers van het IJsselmeer „waar duizenden trekvogels hun toevlucht vinden”.
Het weegt volgens de Deltacommissie niet op tegen het voordeel dat geen hoge kosten hoeven worden gemaakt om overtollig water naar de Waddenzee te pompen, waarvan het peil over enkele decennia immers hoger staat dan in het huidige IJsselmeer. En hindert de verhoging van het waterpeil in het IJsselmeer de plannen om de Randstad daarheen uit te breiden? Geenszins. Voorzitter Elco Brinkman van Bouwend Nederland ziet grote kansen om juist in het zuidelijke deel van het IJsselmeer, waar het peil niet zal worden verhoogd, iets groots te verrichten.
Brinkman vindt, bleek gisteren tijdens een debat over de toekomst van het IJsselmeer, dat Nederlanders elkaar niet gevangen moeten houden met bezwaren van politieke, juridische of ecologische aard, maar moeten inzien dat hier een nationaal belang in het geding is.
Een publiek-private organisatie moet wat hem betreft de regie nemen, wensen en dromen van bewoners en gebruikers inventariseren en aan de slag gaan. „Als het kabinet niet een groep mensen benoemt en een mandaat geeft om regie te voeren, dan komt er weer niets van terecht.” We moeten gaan elverdingen, is Brinkmans motto – werken zoals een commissie onder leiding van ex-DSM-topman Peter Elverding enkele maanden voorstelde om sneller besluiten te nemen over infrastructuur.
Bewoners van stadjes als Volendam en Edam hoeven niet bang te zijn dat het Markermeer wordt ingepolderd, bezweren politici zoals gedeputeerde Andries Greiner van de provincie Flevoland. Wel zal het zuidwestelijke deel van het ‘blauwe hart van Nederland’ moeten bijdragen aan de leefbaarheid van de uit z’n jasje groeiende Randstad. En nee, bezweren oud-politici als Wim Meijer, natuurbeschermers hoeven niet bang te zijn dat daarbij vogelgebieden in de knel komen, want juist die ecologische waarden vormen het uitgangspunt van alle bouwplannen. „Er is in dit gebied niets mogelijk als we ecologische kwaliteiten niet als vertrekpunt nemen.”
En nee, ook een actiegroep als de Kwade Zwaan hoeft niet te vrezen dat juridische bezwaren van liefhebbers van het open IJmeer aan de kant worden gezet, want juist de juridische bescherming van dit vermaarde wetland zal bepalen hoe de plannen eruit gaan zien, zegt hoogleraar milieukunde Klaas van Egmond. „We moeten natuur, water en bebouwing verzoenen.”
Nederland moet het water uit het IJsselmeer niet onder vrij verval naar de Waddenzee blijven spuien, maar pompen. Dat stelt onderzoeker Hein Sas in reactie op de plannen van de Deltacommissie om het peil van het IJsselmeer de komende eeuw met maximaal anderhalve meter te verhogen.
De commissie wil dat het IJsselmeer op den duur „meestijgt” met de zee. Daarvoor zal het meer een extra hoeveelheid zoet water moeten gaan bevatten. Dat maakt het nodig de dijken langs het IJsselmeer te verhogen, en het gaat ten koste van natuurgebieden.
Pompen is handiger dan spuien, zegt Sas, want dan heb je geen last van ‘opwaaiing’; bij noordwestenwind in de Waddenzee kan nu soms niet worden gespuid. Daardoor stijgt het peil in het IJsselmeer. Bij pompen, aldus Sas, valt de hinder van opwaaiing weg en kan het reguliere peil worden verhoogd zonder dat de dijken hoger hoeven.
