Vier vragen en antwoorden over rapport commissie-Davids
De spanning waarmee politiek Den Haag uitkeek naar de commissie-Davids bleek terecht. Veel conclusies over het beleid zijn spijkerhard.
Den Haag, 13 jan. Enig gevoel voor understatement kan Willibrord Davids, voorzitter van de onderzoekscommissie-Irak, niet ontzegd worden. De oud-president van de Hoge Raad presenteerde gisteren met een kwinkslag, en toch een ernstige ondertoon de op sommige punten vernietigende conclusies van zijn rapport.
Toen hij premier Balkenende het rapport aanbood wees hij erop dat „dit kloeke boekwerk” ook voor de minister-president een verrassing zou zijn en dat dat „de enige overeenkomst vormt met een Liber Amicorum”. Balkenende wist toen nog niet dat Davids hem voor de voeten wierp „weinig of geen leiding” te hebben gegeven in de Irak-zaak. Een van de stevige conclusies.
Vier vragen en antwoorden over het rapport van de commissie-Davids:
Nee, is het heldere antwoord van de commissie-Davids. Daarmee veegt het rapport het hart van de redenering van het toenmalige kabinet om de oorlog te steunen van tafel.
De regering zei destijds: omdat Saddam Hussein eerdere resoluties van de VN-Veiligheidsraad naast zich neerlegde was er genoeg rechtsgrond om militair in te grijpen. Weliswaar moet daar volgens het volkenrecht een resolutie aan ten grondslag liggen die geweld legitimeert, maar in dit geval was dat niet noodzakelijk. Davids ontkracht deze redenering. Er was geen adequaat volkenrechtelijk mandaat.
Die conclusie is in overeenstemming met de kritische adviezen van juristen op de departementen van Buitenlandse Zaken en Defensie. Die adviezen blijken door het toenmalige kabinet meerdere malen te zijn genegeerd. Sterker: de kwestie van de volkenrechtelijke legitimatie werd ondergeschikt gemaakt aan beleidslijnen die al in augustus 2002 door het ministerie van Buitenlandse Zaken waren uitgezet. Daar zat men vooral op de Amerikaanse lijn.
De hoofdlijnen werden in een niet langer dan drie kwartier durend overleg van de toenmalige minister De Hoop Scheffer met zijn ambtenaren vastgesteld. Het leidde begin september tot een brief aan de Tweede Kamer waar noch de overige ministers noch de premier of de minister van Defensie bij werden betrokken. Latere ontwikkelingen en aanvullende informatie werden door het ministerie van Buitenlandse Zaken allemaal naar de eerder uitgezette beleidslijnen toe geredeneerd. Het kabinet heeft zich volgens de commissie „geen dienst bewezen door zijn beleid te grondvesten op een volkenrechtelijk standpunt dat niet goed te verdedigen viel”.
Ook dat ging niet goed, zegt Davids. Balkenende heeft altijd gezegd dat Nederland een eigen afweging maakte; dat de inlichtingendiensten zelf keken naar het Iraakse dreigingsbeeld. Dat is ook gebeurd. Alleen hadden die diensten, volgens de commissie, „een zeer beperkte informatiepositie”. Wel hebben de diensten zich „terughoudender opgesteld over de dreiging van Irak dan de bewindspersonen deden in de communicatie met de Tweede Kamer”. Met andere woorden: de diensten waren voorzichtig, maar de regering wilde dat niet horen. Die liet zich, volgens Davids, leiden door de –later foutief gebleken – informatie uit de VS en Groot-Brittannië: „Uit de rapporten van de diensten werden slechts die uitspraken gedestilleerd die pasten in het reeds ingenomen standpunt.”

De VS en Groot-Brittannië wilden graag dat Nederland de inval zou steunen. Uiteindelijk deed Nederland dat dus alleen maar politiek, niet militair. De Britten ‘ hielpen’ premier Balkenende met de juridische onderbouwing. Ze verstrekten in maart 2003 een samenvatting van een rapport van de hoogste juridische adviseur van premier Blair. Balkenende baseerde mede daarop zijn theorie over de rechtmatigheid van de inval. Maar later, toen in 2005 de uitvoerige versie van dat advies openbaar werd, bleek dat veel genuanceerder. De regering was „uitsluitend het bondige en in diverse opzichten nogal andersluidende advies bekend”, aldus het rapport-Davids.
De Amerikanen probeerden Nederland ook militair mee te laten doen aan de oorlog. Op 15 november 2002 vroeg de VS om mee te werken aan de voorbereiding van de opbouw van een invasiemacht. Daarover gaf de regering, volgens Davids, de Kamer geen volledige opening van zaken.
Binnen het kabinet waren er ook misverstanden over dit Amerikaanse verzoek. De ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie interpreteerden het anders, sommige collega’s werden niet goed ingelicht.
Daarvoor heeft de commissie Davids geen bewijzen gevonden. De beruchte aanwezigheid van overste Blom op een persconferentie van het Amerikaanse leger, berustte op een misverstand. Het fregat Van Nes begeleidde slechts schepen die bezig waren met de opbouw van de invasiemacht. Onderzeeboot Hr. Ms. Walrus hielp niet met de voorbereiding van de oorlog.
De commissie-Davids heeft bronnen waarop een aantal media, zoals het VPRO-programma Argos, zich baseren en die zouden kunnen bevestigen dat er wel degelijk kleinschalige, Nederlandse, acties zijn geweest, niet geraadpleegd. Davids zei dat zijn commissie niet in staat was om te controleren of dit bronnenmateriaal „wel op rechtmatige wijze was verkregen”. Alleen een eventuele parlementaire enquête kan daar dus uitsluitsel over geven. Of die er komt, is nog onbekend. Sommige politieke partijen willen dat, maar een meerderheid daarvoor ontbreekt vooralsnog.
Commissievoorzitter Davids benadrukte gisteren dat zijn commissie zich slechts had beziggehouden met de feiten en geen politieke oordelen had willen vellen.
Twijfel over de noodzaak van het nu gedane onderzoek lijkt er na het rapport in elk geval nauwelijks meer te bestaan. Maar dat is dan ook niet voor niets de eerste conclusie van de commissie: „Het zou beter zijn geweest wanneer het onderzoek naar de besluitvorming over politieke steun aan de Irakoorlog in een eerder stadium was verricht.”
Gerelateerde artikelen:
- Balkenende had geen greep op Irak-beleid
- Balkenende had geen greep op Irak-beleid
- Balkenende had geen greep op Irak-beleid
- Balkenende had geen greep op Irak-beleid
- Oppositie: rapport is ‘snoeihard’, ‘ernstig’
- Oppositie: rapport is ‘snoeihard’, ‘ernstig’
- Oppositie: rapport is ‘snoeihard’, ‘ernstig’
- Oppositie: rapport is ‘snoeihard’, ‘ernstig’
- PvdA botst hard met Balkenende
- PvdA botst hard met Balkenende
- PvdA botst hard met Balkenende
- PvdA botst hard met Balkenende
- PvdA botst hard met Balkenende
