Kamermeerderheid neemt genoegen met brief kabinet

Balkenende en Bos overleggen tijdens het Kamerdebat over het rapport van de commissie-Davids.

Door Pim van den Dool

De Tweede Kamer debateerde gisteravond en vannacht over de brief waarin het kabinet toegeeft dat "met de kennis van nu" een "adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest" voor de steun aan de invasie van Irak in 2003. Hoe druk de oppositie zich ook maakte, al voor het debat werd duidelijk dat een kabinetscrisis voorlopig was afgewend.

Den Haag, 14 jan. Eindelijk kwam dan even voor tien uur de brief. De kabinetsbrief met een nieuwe verklaring over het rapport van de commissie-Davids. Een volkomen onheldere brief, aldus de oppositie in het Kamerdebat dat daarna direct volgde. Een mooie „nieuwe start”, zei PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer.

De brief van het kabinet had even op zich laten wachten. Dinsdagmiddag al vroeg de Tweede Kamer erom, maar de top van het kabinet werd het gisteravond laat pas eens. Balkenende en de vicepremiers Bos (PvdA) en Rouvoet (CU) voerden de hele dag koortsachtig overleg, met elkaar en met de CDA- en PvdA-partijtop afzonderlijk.

Lees in NRC Handelsblad van vandaag, 14 januari, de nieuwsanalyse 'Knieval redt coalitie, maar slaat diepe wonden'.

Of lees het artikel in de digitale editie.
SP-fractievoorzitter Agnes Kant vond de gang van zaken maar een „belachelijk soepzooitje.” Kant: „Het beleid over de oorlog in Irak werd in 45 minuten bepaald, deze poging om puin te ruimen duurde meer dan 24 uur.”

Het samenstellen van een nieuwe kabinetsverklaring was nodig, omdat de PvdA-fractie en oppositie „onaangenaam verrast” en „verbijsterd” waren door de eerste reactie van premier Balkenende op het rapport-Davids. Vooral dat de minister-president bleef volhouden dat je van mening kon verschillen over de vraag of er een volkenrechtelijk mandaat voor de inval in Irak was, schoot de PvdA in het verkeerde keelgat.

In de brief, die het onderwerp was van het debat van gisteravond, deed Balkenende water bij de wijn. Hij gaf daarin eindelijk toe dat „met de kennis van nu” voor de aanval op Irak „een adequater volkenrechtelijk mandaat nodig zou zijn geweest.”

D66-leider Alexander Pechtold vond het maar een halfslachtige uitdrukking. „Houdt ‘adequater’ in dat het adequater had gekund, maar desalniettemin adequaat was?”, vroeg Pechtold zich af. Agnes Kant (SP) sprak even later van een „lullige” brief. Ze was vooral nog boos over de gebeurtenissen van dinsdag. „Hoe haalde u het in uw hoofd om de conclusies (van Davids - red.) zo van tafel te vegen”, vroeg Kant verbouwereerd.

PVV-voorman Geert Wilders ging amper in op de inhoud van het rapport of de brief. Hij zag in het verloop van de gebeurtenissen vooral dat Balkenende voor de PvdA „door de pomp is gegaan” door met een nieuwe verklaring te komen. Ook stoorde Wilders zich aan de in zijn ogen gebrekkige leiderschapskwaliteiten van de premier. „Meneer Balkenende, u bent geen leider, u bent een brekebeen.” Wilders vroeg Balkenende zo snel mogelijk naar de koningin te gaan.

Hoe druk de oppositie zich ook maakte, al voor het debat werd duidelijk dat een kabinetscrisis voorlopig was afgewend. „Het rapport is nu uit de prullenbak”, zei de eerder zeer kritische PvdA-fractievoorzitter Hamer vlak voor het debat begon. In het debat zelf liet ze vervolgens weten blij te zijn „dat het kabinet een nieuwe start maakt in de waardering van het rapport van de commissie-Davids.”

GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema begreep niets van die oplossing. Volgens haar was de verklaring van het kabinet alleen op het volkenrechtelijke aspect gewijzigd en stonden de overige verwijten van Balkenende in de richting van Davids nog overeind. De PvdA is het blijkbaar met die verwijten eens, concludeerde Halsema. Hamer ontkende dat. Zij zei uit te gaan van de nieuwe verklaring van het kabinet.

Die verklaring werd kort daarna door premier Balkenende verdedigd. De minister-president sprak tegen dat hij het ontbreken van een volkenrechtelijk mandaat voor de inval had afgedaan als een mening. Balkenende denkt dat hij „het anders zou hebben gedaan” als hij in 2003 had geweten wat hij nu weet. Ruiterlijk erkennen dat hij fouten had gemaakt, deed de premier niet. „Ik neem niets terug.”

De fracties van de coalitiepartijen, inclusief die van de PvdA, waren tevreden met de woorden van de premier. De oppositie zoals verwacht niet, maar een motie van wantrouwen, die overigens kansloos was geweest, bleef uit.

Aanstaande dinsdag praat de Tweede Kamer met commissievoorzitter Davids over zijn conclusies. Begin februari komt het kabinet met een uitgebreide schriftelijke reactie op het rapport. Dan volgt opnieuw een Kamerdebat.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
irak-oorlog
Binnenland
Nieuwsbrief