Deskundige: boren Noord-Zuidlijn kan riskanter zijn

Belangstellenden kijken in de diepte naar de metrobuis onder de Vijzelgracht tijdens een Open Dag van de Noord-Zuidlijn eerder dit jaar, met op de achtergrond een van de verzakte panden
Door onze Amsterdamse redactie

Amsterdam, 12 nov. Het boren van de tunnel voor de Noord-Zuidlijn onder de historische binnenstad van Amsterdam is riskanter dan de gemeente denkt. Bij de risicoanalyse is geen rekening gehouden met het feit, dat de gebouwen langs het tracé soms eeuwen in leeftijd verschillen.

Dit schrijft bouwkunstdeskundige Gerrit Vermeer van de Universiteit van Amsterdam in een onderzoek naar het boren van de nieuwe metroverbinding. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad, opdrachtgever voor het onderzoek, dringt daarom aan op een extra ‘bouwfysisch onderzoek’ naar alle monumenten langs de vijf kilometer lange boortunnel.

Vermeer wijst erop dat panden in Amsterdamse van de late Middeleeuwen tot de negentiende eeuw werden gebouwd met een skelet van houten balken. Dat geeft die panden een grotere flexibiliteit dan de ‘stijve’ panden die later zijn gebouwd. In de binnenstad staan de soepele en de stijve panden naast elkaar.

Als de boor langs komt, buigen de panden iets voorover, met een maximum van 2 millimeter. Dat wordt opgevangen door het inspuiten van een speciemengsel, het zogeheten ‘grouten’. Volgens Vermeer bestaat echter de kans dat de stijve nieuwere panden meer naar voren kantelen dan berekend en hun oude soepele buurpanden meetrekken.

Gepubliceerd in:
Noord-Zuidlijn
Binnenland