Commissie: besluit aanleg Noord-Zuidlijn was verkeerd
Amsterdam, 15 dec. Amsterdam had in oktober 2002 geen besluit mogen nemen over de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Door gebrekkige informatie, het ontbreken van controle, onwerkbare contracten, een onervaren projectorganisatie en veel risico’ s was een „een onbeheersbare projectsituatie ontstaan”.
Dit schrijft de enquêtecommissie van de Amsterdamse gemeenteraad in een vandaag verschenen rapport over de vertragingen en overschrijdingen bij de Noord-Zuidlijn. „Er zijn herhaaldelijk fouten gemaakt, gedurende het hele proces”, zei commissie-voorzitter M. Limmen (CDA) vanmorgen in een toelichting. „De politieke wens om de lijn aan te leggen is steeds bepalend geweest.
Uitvoerig maar onvolledig
Het college, waarin Geert Dales destijds verantwoordelijk was voor de nieuw metroverbinding, heeft de gemeenteraad wel „uitvoerig” geïnformeerd. Het voorstel om de metro aan te leggen was echter „onvolledig”. Zo ontbraken de stelposten, waarmee „zekere kosten naar de toekomst werden verschoven”, in der raadsvoordracht. Wel kwam deze informatie later via de antwoorden op de schriftelijke vragen tot de raad.
Of lees het artikel in de digitale
editie via het webabonnement.
Dales
Geert Dales wilde vanmorgen niet reageren: „Ik ken de inhoud van het rapport niet. Dat wil ik eerst lezen voordat ik reageer op de kritiek.” Namen van verantwoordelijken staan niet in het rapport, dat wel veertig conclusies bevat.
De Noord-Zuidlijn zou oorspronkelijk 1,4 miljard euro kosten en in 2009 klaar zijn. Sinds in 2003 met de aanleg werd begonnen is de begroting opgelopen tot 2,6 miljard euro en is de einddatum verschoven naar 2017. Volgens de commissie heeft de gemeenteraad nog steeds geen goed zicht op de risico’s van het boren, waarmee volgend jaar wordt begonnen.
Techniek van het boren
In de jaren voor het definitieve aanlegbesluit is er volgens de commissie ook al veel fout gegaan. „Eén van de meest frappante zaken is dat in de jaren negentig al is gekozen voor de techniek van het boren, zonder te kijken naar eventuele risico’s”, zei Limmen.
Nadat de aanleg was begonnen, gaf het college de raad meermalen onrealistische informatie over de budgetoverschrijdingen en de geplande einddatum. Besparingsdoelstellingen werden als harde kostenvermindering ingeboekt. „Er was sprake van beïnvloeding van de beeldvorming en meermaals met medeweten van de portefeuillehouder”, schrijft de commissie. De portefeuillehouder was destijds Mark van der Horst (VVD). Of er sprake was van misleiding, wilde Limmen vanmorgen niet zeggen: „Wij constateren de feiten.”
