Vervolging Wilders mag doorgaan
Amsterdam, 14 jan. Justitie mag PVV-leider Geert Wilders vervolgen voor groepsbelediging, aanzetten tot haat en discriminatie. Het bezwaar dat Wilders tegen de vervolging voor groepsbelediging had gemaakt, is verworpen.
Dat heeft de rechtbank in Amsterdam gisteren bekendgemaakt.
De advocaat van Wilders, Bram Moszkowicz, had gesteld dat zijn cliënt niet voor groepsbelediging zou kunnen worden vervolgd, omdat de Hoge Raad de reikwijdte van dat begrip vorig jaar maart in een uitspraak had beperkt. De Hoge Raad oordeelde toen dat belediging van een religie niet automatisch betekent dat de mensen die die religie aanhangen als groep ook worden beledigd.
Volgens de rechtbank is een uitspraak van de Hoge Raad geen nieuw feit dat vervolging in de weg staat. Bovendien vindt de rechtbank dat de dagvaarding past binnen de opdracht die het gerechtshof heeft gegeven aan het Openbaar Ministerie.
Een van de mensen die aangifte tegen Wilders hebben gedaan is advocaat Gerard Spong, onder meer namens cabaretier Jörgen Raymann en het bestuur van de Haagse As Soennah moskee. De aangevers bestrijden onder meer Wilders’ vergelijking van de Koran met Mein Kampf, zijn uitspraak dat er geen islamiet meer bij mag in Nederland en dat de profeet Mohammed een extremist is die „met pek en veren het land uit” moet worden gejaagd.
Het OM maakte aanvankelijk bekend dat het Wilders niet zou vervolgen, omdat diens uitspraken „binnen de context van het maatschappelijk debat” waren gedaan. Tegen dat besluit maakte een aantal mensen bezwaar bij het gerechtshof. Dat oordeelde toen dat het OM Wilders wel moest vervolgen. Het hof vindt een aantal uitspraken van Wilders over moslims en hun geloof strafbaar omdat hij een vergelijking trekt met het nazisme.
Nu het bezwaar is verworpen, zal de rechtszaak tegen de politicus volgende week woensdag beginnen met een regiezitting. Dan wordt het verloop van de zaak besproken. De inhoudelijke behandeling volgt later dit jaar.
