Europa geeft Kirchberg nieuw elan

Detail van de ‘bekleding’ een nieuwe kantoortorens voor het Hof van Justitie.
Door onze correspondent Mark Kranenburg

LUXEMBURG, 17 AUG.

Bouwkranen. Altijd maar die immense bouwkranen. Luxemburgers kijken er al lang niet meer van op. De werkzaamheden op het Plateau de Kirchberg aan de oostkant van de hoofdstad van het Groothertogdom zijn nooit af.

Er wordt uitgebreid en vernieuwd. En dat al sinds het begin van de jaren zestig toen de grote stalen Groothertogin Charlotte Brug, beter bekend als de ‘rode brug’, over het dieper gelegen Pfaffenthal een verbinding legde met het 360 hectares metende, toen nog kale plateau.

Inmiddels is de Kirchberg uitgegroeid tot het zowel zakelijke en als Europees-ambtelijke centrum van het Groothertogdom. Gebouwen die de tijdgeest weerspiegelen. Van de asbestrijke revolutiebouw uit de jaren zestig tot de – met dank aan de economische opleving – architectonische dikdoenerij van tegenwoordig. Gezien worden, daar gaat het nu om.

De bouwactiviteiten zijn zó talrijk en zeker voor Luxemburgse begrippen ook zó uitbundig, dat enkelen al spreken van een Potzdammerplatz in het klein. Dat is misschien wat overdreven, maar de vaak futuristische gebouwen die her en der langs de Konrad Adenauer Boulevard en Avenue John F. Kennedy verschijnen geven de stad en daarmee Luxemburg als geheel zeker een ander aanzien.

Ook de Kirchberg is een speeltuin voor de haute architecture geworden met namen als Ricardo Bofill, Richard Meier, Jochem Jourdan en leoh Ming Pei. Met de in 2005 opgeleverde ultra modern vormgegeven concertzaal en het vorig jaar geopende museum voor moderne kunst MUDAM boort de Luxemburgse toeristenindustrie – die het voorheen moest hebben van liefhebbers van de gezonde wandelvakanties – het groeiende segment van de stedentrips aan.

Wellicht dat het nieuwe culturele aanbod de vele duizenden mensen die jaarlijks de in oppervlakte op één na kleinste maar fiscaal vriendelijkste lidstaat van de Europese Unie bezoeken om bancaire zaken te regelen, kan prikkelen iets langer te blijven. Want de regelingen mogen zijn aangescherpt en het bankgeheim mag niet meer zo geheim is als het ooit was, de Luxemburgse bankbranche – 155 verschillende banken, met vaak meerdere filialen, uit meer dan twintig landen – doet nog altijd zeer goede zaken. Afgelopen jaar was wederom een topjaar. Haar grootste probleem is het vinden van voldoende opgeleid personeel.

Toch zijn het niet zozeer de banken die de Kirchberg het nieuwe elan geven, maar de gebouwen van de in Luxemburg zo prominent vertegenwoordigde Europese instellingen. Het besluit van de Europese regeringsleiders uit 1992 om Luxemburg als één van de vaste vestigingsplaatsen van de Europese instellingen aan te wijzen, was voor de Kirchberg het sein voor een nieuw ambitieus bouwprogramma.

Zo vormen de in 2003 en 2004 opgeleverde 70 meter hoge, identieke kantoortorens van de Italiaanse architect Ricardo Bofill de toegangspoort tot het Europees kwartier. De gebouwen van deze Porte de l’Europe worden onder andere bezet door een deel van het administratief apparaat van het Europees Parlement dat formeel in Luxemburg is gevestigd.

De europarlementariërs zelf vergaderen niet meer in Luxemburg. Dat was in de begindagen van de Europese eenwording in de jaren zestig nog wel het geval. Een plenaire vergaderzaal die ruimte biedt aan zo’n 200 mensen herinnert nog aan die tijd. De zaal maakt nu deel uit van een congrescentrum.

Wie nog wel regelmatig in Luxemburg vergaderen zijn de ministers uit de 27 lidstaten van de Unie. Verdragsrechtelijk is bepaald dat Europese raden van vakministers (officieel Raad van Ministers) drie maanden per jaar niet in Brussel – waar het administratief apparaat is gevestigd – maar in Luxemburg moeten worden gehouden. Omdat de uit de jaren zestig daterende torenflat van de ‘Raad’ drastisch wordt gerenoveerd, vinden deze vergaderingen nu al vijf jaar plaats in het jaarbeurscentrum elders op de Kirchberg.

Voor de uit de Europese hoofdsteden aanvliegende ministers maakt het weinig uit. Het Luxemburgse vliegveld, dat ook al ingrijpend wordt gerenoveerd en uitgebreid bevindt zich praktisch naast de deur. Lastiger is het voor de ambtenaren die allemaal voor één of twee dagen uit Brussel moeten overkomen.

Het meest opvallende Europese onderkomen wordt thans voor 135 miljoen euro gebouwd in opdracht van de Europese Investeringsbank. Het ecologisch verantwoorde gebouw dat plaats moet bieden aan 750 medewerkers heeft veel weg van een moderne vertrek- en aankomsthal van een vliegveld moet volgend jaar worden opgeleverd. Niet lang daarna zullen de ambtenaren van de bank rechtstreeks vanuit de trammetjes op de nog aan te leggen tramlijn hun kantoor kunnen binnenstappen, want in het gebouw is een station opgenomen.

Het direct tegenover de Investeringsbank gelegen Hof van Justitie van de EU is ook aan het uitbreiden. De Franse architect Dominique Perrault is verantwoordelijk voor het ontwerp dat voorziet in een uitbreiding van de huidige ruimte met 50.000 vierkante meter. Het idee is dat het uit 1974 daterende eerste gebouw van het Hof de kern blijft vormen om de historische betekenis te benadrukken. De nieuwbouw komt er als een soort schil omheen te zitten. Daarnaast krijgt ook dit complex nog twee torens die vooral plaats moeten bieden aan de vertaalafdelingen. Het is de bedoeling dat ook het vernieuwde Hof in de loop van het volgend jaar af zal zijn. Hier belopen de totale nieuwbouwkosten 350 miljoen euro.

En ook dan zijn Europa en Luxemburg nog niet uitgebouwd. Want de Europese Commissie en de Europese Rekenkamer zijn eveneens bezig met renovatie en uitbreiding van hun complexen. Volgens het laatste jaarverslag van de projectorganisatie, die de Kirchberg ontwikkelt, gaat Europa hier werk bieden aan 30.000 mensen.

Gepubliceerd in:
Buitenland