‘Wat willen de Turken doen? Dohuk bezetten?’
Aan de Turkse dreigementen de PKK in Noord-Irak te komen oprollen, hechten de lokale stedelingen niet veel geloof. ‘Wij zijn rijk, de Turken hebben ons nodig.’
Dohuk, 5 nov. Wie rijk is in het Koerdische Noord-Irak, woont in Dohuk. De stad, die op een half uur rijden van de belangrijkste grensovergang van Noord-Irak ligt, bloeit dankzij de handel met Turkije. Maar aan de Turkse dreigementen hebben de Noord-Iraakse stedelingen geen boodschap. „Wij zijn rijk, zij hebben ons nodig.”
De herfstzon schijnt nog krachtig op de parkeerplaats van de ‘Mazi’ hypermarkt in Dohuk. De nieuwste modellen Range Rovers en Landcruisers, dé vervoersmiddelen voor de up and coming Koerdische elite, glimmen in de zon. In de verte veranderen de heuvels in bergen, die de grens tussen Turkije en Irak bepalen. Op 30 kilometer rijden, maar in een compleet andere wereld, houden de PKK-strijders zich schuil.
Turkije dreigt met een invasie en een economische boycot als de Noord-Iraakse Koerden de guerrillabeweging niet aanpakken. De nieuwe rijken van Dohuk denken nostalgisch terug aan de tijd dat ze zelf in de bergen tegen het regime van Saddam Hussein vochten.
Rebar Barzani, lid van de machtige clan die dit gedeelte van Iraaks-Koerdistan regeert, probeert plastic kinderspeelgoed in de kofferbak van zijn SUV te laden. Ooit, in een ver verleden vochten zijn vader en grootvader met automatische geweren in de bergen tegen een vijandelijke staat. Vandaag de dag heeft hij een aantal benzinestations en twee grote bouwbedrijven, waarvan een in Ankara. In plaats van machinegeweren zeult hij nu met cola en een nieuwe stofzuiger. De vooruitgang heeft wortels geschoten in Iraaks Koerdistan.
Barzani is ervan overtuigd dat de huidige crisis met Turkije overwaait. „Dit draait allemaal om spanningen tussen de islamitische AK-partij en het seculiere leger in Turkije”, zegt hij. Hij ziet dan ook niet in waarom Iraakse Koerden hun Koerdische broeders in de bergen zouden moeten gaan ontwapenen. „Turkije noemt deze mensen terroristen, ik noem ze vrijheidsstrijders. Natuurlijk is het beter dat ze hun strijd in Turkije voortzetten, maar voor een Turkse boycot ben ik niet bang.”

Sinds de eerste Golfoorlog van 1991 is Noord-Irak semi-onafhankelijk. Jarenlang was het gebied omringd door vijanden, maar sinds de Amerikanen het Ba’ath-regime verwijderden, is Iraaks Koerdistan aan het opstomen in de vaart der volkeren.
Dindar Marouf weet er alles van. Sinds 1997 woonde hij in Nederland, maar hij kreeg geen verblijfsvergunning en nu is hij terug in zijn geboortestad. Hij opende een internetcafé en ziet nu dagelijks Koerdische jongeren informatie zoeken waar hij in zijn jeugd niet eens over durfde dromen. De acties van de PKK moeten dat niet in gevaar brengen vindt hij. „Natuurlijk zijn we allemaal Koerden. En ik ben er ook trots op dat ze durven te vechten voor hun rechten.”
Als stedeling komt hij niet zo vaak in de bergen. Maar toen hij er onlangs toch was, op een familie-uitje, kwam Marouf een groep PKK-strijders tegen. „We hebben samen gegeten. We zijn natuurlijk allemaal Koerden. Het is toch een soort oergevoel daar in die bergen.”
Maar ja, zijn computers draaien allemaal op stroom, geleverd door Turkije. Als dat afgesloten wordt, kan Marouf zijn internetcafé wel sluiten. „Geweld heeft geen zin. Turkije en de PKK moeten rond de tafel gaan zitten en praten. Dat is het enige dat helpt.”
Rebar Barzani denkt dat praten niet nodig is. „Wat willen de Turken doen? Dohuk komen bezetten?” Volgens hem laat de Turkse economie zo’n invasie helemaal niet toe. Nu de gegijzelde Turkse soldaten zijn vrijgelaten is het volgens hem tijd dat de Turken hun eigen problemen op gaan lossen. „Dit is een groot politiek spel van ze. Geloof me, ik ken die Turken want ik drijf al jaren handel met ze”, vertelt hij. „En ik heb er 20 miljoen mee verdiend”, zegt Barzani met een knipoog. „Dus wie is hier nu het slimste?”
Dit is het vierde van een korte serie artikelen tijdens een reis van Thomas Erdbrink door het Iraaks-Koerdische grensgebied met Turkije. Lees ook deel 1 en deel 2 en deel 3.
