Wat een bootvluchteling meemaakt

Door Mark Schenkel

Een Franse journalist wilde weten wat bootvluchtelingen meemaken en reisde mee. Zijn satelliettelefoon redde hun levens. Anders was dit een kort berichtje geweest.

Rotterdam, 5 sept. Ze wisten dat ze gingen sterven. Achtendertig migranten met motorpech, tweehonderd kilometer uit de Marokkaanse kust. Geen mens zou iets van hen vernemen – krantenlezers zouden er hoogstens een summier bericht over aantreffen, familieleden zouden misschien denken dat ze het gered hadden. Bidden was alles wat de opvarenden restte.

Zo moeten de laatste momenten er uitzien van de honderden anonieme migranten die ieder jaar verdrinken tijdens de overtocht van Afrika naar een gedroomde toekomst in Europa. De bange momenten van achtendertig Afrikaanse migranten, overtuigd van hun naderende einde, zijn nu meebeleefd door een Franse documentairemaker.

Dominique Mollard (57) begon vorige week in Mauretanië aan de oversteek naar de Canarische Eilanden. Mollard – getrouwd, zijn vrouw is vijf maanden zwanger – voer samen met de Afrikanen bijna twee dagen over volle zee, voordat ze met pech stil kwamen te liggen. Toen de boot dreigde te zinken, belde hij met zijn satelliettelefoon om hulp. Mollard en de migranten werden gered en overgebracht naar Marokko – de migranten wacht nu uitzetting naar hun land van herkomst.

De opmerkelijke reddingsoperatie leidde tot een kort bericht van een internationaal persbureau. En zou vermoedelijk geen verdere aandacht hebben getrokken als niet een meereizende journalist het hele verhaal van a tot z kon navertellen.

38 migranten en een journalist

„Onze boot vertrok vorige week donderdag, in het donker”, zegt Dominique Mollard, geboren en getogen in Marokko toen dat nog een Franse kolonie was, en levend in Rabat. Mollard vertelt zijn verhaal via de telefoon, direct na zijn verhoor door de Marokkaanse gendarme.

Het gezelschap scheepte in bij Nouadhibou, in het noorden van Mauretanië. „Nadat we een dag hadden gescholen in een kreek voeren we in het donker met een opblaasbootje naar een polyester boot van veertien meter.” Zo beginnen overtochten vaak: de grotere boten blijven uit de kust omdat ze te veel opvallen.

Mollard begon anderhalf jaar geleden aan een documentaire over migratie naar Europa. Na een maandenlange tocht, die hem onder meer in Mali en Senegal bracht, belandde de freelance journalist in Mauretanië. De Fransman, ervaren als oceaanzeiler, was bereid zijn leven te riskeren voor het verhaal van binnenuit. „Ik vind dat Europa moet weten wat deze mensen doormaken. Ik schaam me voor de manier waarop wij migranten aan hun lot overlaten.”

In het Mauretaanse Nouadhibou wist Mollard een mensensmokkelaar zo ver te krijgen hem mee te nemen. „Ik heb twee keer zo veel moeten betalen als de Afrikanen, 850 euro.” De achtendertig migranten waren vooral jonge mannen, uit Senegal, Kameroen, Ghana, Mali. Maar er was ook een Congolese vrouw bij met een vier maanden oude baby. „Allemaal droomden ze ervan 10 euro per dag te verdienen en na een paar jaar terug te keren naar huis.”

Eenmaal aan boord viel Mollard natuurlijk op, als blanke Europeaan. Maar de Afrikanen besteedden weinig aandacht aan hem. „Ze waren veel te bang. Sommigen vonden mijn aanwezigheid wel geruststellend.” De migranten vroegen hem wat te verwachten van het beloofde land. „Ik adviseerde ze niet te zeggen dat ze uit Mali of Senegal komen. Dan word je meteen uitgezet. Je moet vertellen dat je uit een oorlogsgebied komt. Dan maak je een kans op asiel.”

Ruzie over de route

De migranten hadden van de smokkelaars een GPS-navigatiesysteem gekregen om de route naar de Canarische Eilanden te bepalen. Maar ze kregen ruzie over de koers, aldus Mollard. „De één wilde naar links, de ander naar rechts. Idioot.” Zelf had hij ook een GPS-systeem meegenomen. „De zogenaamde kapitein bedreigde me met een mes toen ik adviseerde over de route. Uiteindelijk luisterde hij naar me. Ik heb een grote witte baard, ik zie er een beetje uit als Robinson Crusoe. Ze hadden respect voor me.”

Halverwege de tocht viel Mollard in slaap. Hij werd wakker toen de boot stillag. De motor had het begeven. Volgens de GPS bevonden ze zich tweehonderd kilometer buiten Marokko. Gelukkig had Mollard een satelliettelefoon meegenomen, uit voorzorg. „De helft smeekte me om hulp te bellen. De andere helft wilde dat niet, die was bang te worden opgepakt.”

Toen de boot water begon te maken, was de keuze snel gemaakt. „Ik belde naar een crisiscentrum voor migranten, op de Canarische Eilanden. Het nummer had ik van tevoren opgeslagen, het was niet helemáál een kamikaze-onderneming. Ze zeiden me dat ze een noodsignaal zouden sturen naar schepen in de omgeving.”

Bange uren volgden. „Zaterdag om 1 uur ’s ochtends voer een vrachtschip voorbij”, zegt Mollard, „op nog geen tweehonderd meter afstand. Ik schoot een vuurpijl af, ze moeten ons gezien hebben. Ze voeren door. Ja, dat heb ik op film staan.” Een paar uur later sloeg de paniek toe. Migranten kunnen zelden zwemmen en er waren zes reddingsvesten aan boord. Sommige opvarenden begonnen te bidden. Anderen staarden voor zich uit. „Ze waren verlamd van angst.”

Om 5 uur ’s ochtends werden de migranten gered door de bemanning van een Russische olietanker. „We dobberden als een kurk rond, tien meter omhoog, acht omlaag, met wind en kou, dan is er veel hand- en voetcoördinatie nodig om langs een touwladder omhoog te klimmen.” Bijna ging het mis: Sheila, de Congolese moeder, viel in het water. Uiteindelijk werd iedereen gered.

De drenkelingen dachten eerst dat de Russen hen naar de Canarische Eilanden zouden brengen. „Ze huilden van geluk. Ze zouden naar Europa gaan.” Maar het liep anders. Een oorlogsschip kwam de migranten ophalen. Mollard: „Ik herkende vier officieren in Marokkaanse uniformen. Ik zei tegen de migranten: ‘Het spijt me, jullie gaan naar Marokko’. Ze wisten meteen wat dit betekende: ze zouden worden teruggestuurd. Ze waren kapot.”

Doodsangst

Mollard, vrijgelaten, mag de migranten tot zijn ongenoegen niet meer zien. „Ik wil ze spreken voor mijn film. En hun laten weten dat ik ze niet in de steek heb gelaten.” Hij heeft overigens niet alles vastgelegd op film. „Ik heb niet gefilmd toen de mensen huilden omdat ze dachten dat hun einde naderde. En tijdens de reddingsoperatie hielp ik mee. Toen stopte ik journalist te zijn.”

Hij vindt niet dat hij onverantwoorde risico’s heeft genomen. Zijn zwangere echtgenote, een 30-jarige Marokkaanse, wist van zijn voornemen, zegt hij. „Ze is ook journaliste, ze weet dat ik gevaarlijk leef. En dat ik toch wel zou gaan.”

Zou Mollard de tocht nog eens wagen? „Nee, natuurlijk niet. Ik lach er nu over, maar in werkelijkheid was ik bang. Zó bang.”

Verscherpte zeepatrouilles

Vorig jaar kwam een recordaantal migranten uit Afrika per boot aan in Zuid-Europa. Het drukst was het op de Canarische Eilanden: ruim 31.000 migranten. Op Lampedusa, een Italiaans eiland in de Middellandse Zee, arriveerden zo’n 18.000 migranten. Op Malta kwamen er 1.800 aan.

Dit jaar zijn tot dusver veel minder migranten per boot gearriveerd. De Canarische Eilanden registreerden tot eind vorige maand zelfs 55 procent minder immigranten dan vorig jaar in dezelfde periode. Op Lampedusa en Malta was de afname minder sterk.

De afname is te danken aan verscherpte zeepatrouilles, hebben de autoriteiten van de verschillende Zuid-Europese landen de afgelopen weken verklaard. Door de controles kunnen migranten tijdig worden ontdekt en teruggestuurd. Bovendien werken patrouilles afschrikwekkend, zo claimen de overheden.

Of er sprake is van een duurzame afname valt nog te bezien, zeggen critici. Patrouilles hebben slechts een tijdelijk effect, beweren zij; de migratiestromen zullen zich uiteindelijk gewoon verleggen. Zo zou het de afgelopen jaren ook zijn gegaan.

De strengere controles dwingen migranten steeds langere, gevaarlijker routes af te leggen over zee, zeggen mensenrechtenorganisaties. Daardoor zouden meer migranten verdrinken.

Integendeel, zeggen de overheden. Door de samenwerking met populaire vertreklanden zoals Senegal en Mauretanië kunnen steeds minder migranten überhaupt aan de riskante oversteek beginnen. Daardoor zouden nu dus juist minder doden vallen.

Spanje heeft, in ruil voor ontwikkelingshulp, bedongen dat het mag patrouilleren in de territoriale wateren van West-Afrikaanse landen. Onderschepte migranten kunnen dus meteen worden teruggestuurd.

Italië en Malta ontberen vergelijkbare overeenkomsten met Noord-Afrikaanse landen waar veel migranten aan boord gaan, zoals Libië en Tunesië. Zij kunnen migranten dus alleen terugsturen na ingewikkelde procedures, na aankomst. Dit verklaart mogelijk waarom de afname van het aantal immigranten in deze landen dit jaar minder sterk is dan in Spanje.

Spanje heeft bovendien uitzetverdragen getekend met veel Afrikaanse landen. In ruil voor geld verplichten deze landen zich om uitgeprocedeerde migranten uit Spanje terug te nemen. Hier moet een afschrikwekkende werking van uitgaan op potentiële nieuwe migranten. Dit jaar heeft Spanje meer dan 8.000 Afrikanen teruggestuurd naar Senegal.

Frontex

De patrouilles aan de Europese zuidgrenzen worden sinds eind vorig jaar gecoördineerd door Frontex, een Europees agentschap dat speciaal in het leven is geroepen voor het bewaken van de gemeenschappelijke buitengrenzen. Frontex is voor boten, helikopters en vliegtuigen afhankelijk van de Europese lidstaten.

De grootste bijdragen komen van de landen die zelf in de frontlinie liggen, zoals Spanje en Italië. Zij verwijten Noord-Europese landen dat ze hun plicht verzaken: omdat de Europese Unie geen binnengrenzen meer kent, en illegalen dus heel Europa door kunnen trekken, moeten alle Europese lidstaten ook bijdragen aan het controleren van de buitengrenzen, zo luidt hun kritiek.

Noord-Europese landen hebben landen als Spanje en Italië in het verleden juist verweten dat de problemen zelf te veroorzaken. Door massale legaliseringsrondes voor illegale immigranten te organiseren, zouden zij nieuwe illegalen aantrekken. Spanje legaliseerde in 2005 meer dan een half miljoen illegalen.

Nederland heeft een handvol marechaussees beschikbaar gesteld aan Frontex. De marechaussees werken in een coördinatiecentrum op de Canarische Eilanden maar controleren ook paspoorten op diverse Europese luchthavens.

In 2004 waagden twee Franse journalisten al eens de oversteek per migrantenboot van Afrika naar Europa. Fotograaf Olivier Jobard en cameraman Grégoire Deniau volgden de Kameroenees Kingsley van Marokko naar de Canarische Eilanden. Jobard publiceerde hierover de prijswinnende fotoreportage Kingsley, carnet de route d’un immigrant clandestine (‘Kingsley, reisverslag van een clandestiene immigrant’).

Dominique Mollard heeft voor zijn journalistieke werk verschillende prijzen gewonnen. Hij is geboren en getogen in Marokko. Hij werkte twintig jaar voor het internationale persbureau Associated Press, waarin hij verschillende oorlogen versloeg. Later werd hij producer. Onlangs heeft hij een aantal documentaires over terrorisme in Algerije, Afghanistan, Irak en Somalië gemaakt.

Bekijk een korte film van Jobard over Kingsley

Gepubliceerd in:
Buitenland