Toch akkoord op klimaattop Bali
Bali, 15 dec. Na een dramatische slotsessie met boe-roepende diplomaten en een conferentie-secretaris in tranen heeft de grote VN-klimaatconferentie op Bali in de loop van zaterdag een akkoord bereikt.
De Verenigde Staten gingen op het laatst door de bocht en aanvaardden een akkoord dat ze een uur tevoren nog hadden verworpen.
In de slotverklaring van Bali verbinden de lidstaten van de Verenigde Naties zich om te streven naar vermindering van uitstoot van broeikasgassen, om ontwikkelingslanden te helpen bij het verkrijgen van milieuvriendelijke technologie, om ze te helpen bij het behoud van hun bossen en bij verdere aanpassingen die nodig zijn bij een stijgende zeespiegel en bij grotere periodes van droogte.
Tot het laatst hadden de Verenigde staten zich verzet tegen specifieke getallen voor emissievermindering, zolang ook ontwikkelingslanden – en dan primair China en India – zich niet zouden committeren. De Europese Unie daarentegen had vanaf het begin gepleit voor concrete reductieambities – 25 tot 40 procent in 2020 – door de industrielanden.
Vannacht was dit conflict al glad gestreken door zulke getalsmatige ambities onder te brengen in een indirecte verwijzing in een voetnoot. “Overweldigend wetenschappelijk bewijs wordt hier door een handjevol machtige staten naar een voetnoot gereduceerd,” zo foeterde de directeur van de ontwikkelingsorganisatie Oxfam, Antonio Hill. Maar het bleek desalniettemin een uitweg voor de diplomatie.
Maar vanochtend kort na het begin van de laatste plenaire zitting klaagde China dat de ontwerp-tekst een te zware druk legde op het land om uitstoot te verminderen. Op die manier zou de economische groei worden geremd. Bovendien schortte het aan toezeggingen voor technische hulp en geld. En passant beschuldigden zij de conferentiesecretaris Yvo de Boer van manipulatie, die tot tranen toe bewogen de verwijten van de hand wees. De Amerikaanse onderhandelaar onderminister Paul Dobriansky noemde vervolgens de afspraak voor wat betreft de ontwikkelingslanden veel te vrijblijvend en weigerde Amerikaanse instemming. Luid boe geroep was haar deel.
Een uur later, vermoedelijk na koortsachtig telefoneren met Washington en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon, gingen de Amerikanen door de bocht. In de tekst worden van de ontwikkelingslanden “meetbare, rapporteerbare en verifieerbare, bij de natie passende acties” gevraagd om uitstoot te verminderen.
Als doelstelling voor de eigenlijke onderhandelingen die vanaf volgend jaar beginnen en moeten leiden tot een nieuw, alomvattend milieuverdrag hebben de lidstaten nu vastgelegd dat “diepgaande vermindering van wereldwijde emissies vereist is om de uiteindelijke doelstellingen te bereiken.” Die uiteindelijke doelstelling behelst een vermindering van de uitstoot van vijftig procent in het jaar 2050, gemeten naar het ijkjaar 1990. Dat zou de stijging van de temperatuur op aarde beperkt houden tot een hanteerbare twee graden gemiddeld.
Op de achtergrond van deze ogenschijnlijk betrekkelijk vrijblijvende afspraken op Bali spelen grote politieke spanningen binnen Amerika en tussen Amerika, de Europese Unie en de grote opkomst economieën van China, India en Brazilie.
De Verenigde Staten hebben zich jarenlang verzet tegen dit soort van bovenaf opgelegde milieu afspraken. Weliswaar tekenden de VS nog met de handtekening van toenmalig vice-president de milieuafspraken van Kyoto maar het Amerikaanse Congres verwierp het praktisch unaniem. De regering van president Bush wilde er evenmin iets van weten. Jarenlang schilderde zij dit soort regelingen af als een lobby van socialisten en milieufanatici om de belastingbetaler geld uit de zakken te kloppen zonder dat er iets bewezen was van het effect van kooldioxide op het klimaat. Dit laatste geluid is geleidelijk aan verstomd, maar de regering-Bush blijft eigenlijk van mening dat het marktmechanisme van steeds duurder wordende grondstoffen en technologische vernieuwing een betere oplossing bieden voor het vraagstuk dan internationale verdragen.
Maar het politieke klimaat en de publieke opinie in de Verenigde Staten zijn veranderd. De orkaan Katrina, de bosbranden in Californië en de verkiezingswinst van de Democraten vorig jaar voor het Huis van Afgevaardigden hebben de Amerikaanse regering in een isolement gedreven. Linda Adams, minister voor milieu van de Republikeinse staat Californië, zei het in een zaaltje van het Westin hotel van Nusa Dua onomwonden tegen afgevaardigden uit ontwikkelingslanden en uit Europa: “De meerderheid van de Verenigde staten staat achter u, wij weten dat klimaatverandering ons allemaal raakt.” Eerder had nobelprijswinnaar Al Gore het gehoor in de grote zaal al laten weten dat Amerika “over een jaar anders zal zijn,” dat met andere woorden dan een president zou zijn gekozen die meer de Europese lijn zou volgen, die actie van het Westen bepleit nog voordat ontwikkelingslanden zelf volgen.
De grote nieuwe economieën daarentegen willen zich voorlopig geen beperkingen opleggen. Zij hebben groei nodig om het welvaartspeil van hun bevolking op westers niveau te brengen en redeneren dat het broeikas probleem niet door hen maar door het Westen is veroorzaakt. De Verenigde Staten en Japan daarentegen voelen er weinig voor om deze landen ook nog eens een extra concurrentie voordeel te geven door hen lange tijd bij milieu maatregelen hun gang te laten gaan.
De Europese Unie distantieert zich in de praktijk van dit, deels machtspolitieke, spel. Zij heeft zich in haar opstelling laten leiden door de bevindingen van het recente rapport van VN-wetenschappers, waarin een reductie van uitstoot van 25 tot 40 procent door de industriewereld was geëist. Het resultaat van Bali blijft ver achter bij wat de Europeanen hadden verlangd, maar aldus de Duitse minister van milieu, Sigmar Gabriel, biedt het desalniettemin een “werkbare route beschrijving om in 2009 in Kopenhagen tot een verdrag” te kunnen komen. Een verdrag dit keer dat – anders dan in Kyoto – alle VN-lidstaten zou moeten binnen. In zoverre is ook de belangrijkste ambitie van milieu secretaris van de Verenigde Naties, Yvo de Boer, verwezenlijkt: op weg naar Denemarken is op Bali iedereen binnen boord gebleven.
Of zoals Hans Verolme, de klimaatdirecteur van het Wereldnatuurfonds het omschreef: “ Dit resultaat houdt een stoel vrij aan de onderhandelingstafel straks voor een volgende Amerikaanse president”.
