Tienduizenden Georgiërs eisen nieuwe verkiezingen
Tbilisi, 14 jan. In de Georgische hoofdstad Tbilisi zijn gisteren weer tienduizenden aanhangers van de oppositie de straat op gegaan om te protesteren tegen de volgens hen vervalste presidentsverkiezingen.
De menigte – 100.000 man volgens de organisatoren van de betoging, 50.000 tot 60.000 man volgens waarnemers – eisten een tweede ronde tussen de officiële winnaar, Michail Saakasjvili, en zijn belangrijkste uitdager, Levan Gatsjetsjiladze. Volgens de inmiddels officiële uitslagen kreeg de eerste 53,47 procent van de stemmen en de laatste 25,67 procent, zo meldt persbureau AP. Gatsjetsjiladze zei tijdens de betoging dat Georgië „geen legitieme president” heeft.
Saakasjvili heeft eind vorige week in een vraaggesprek met de televisiezender Roestavi-2 het boetekleed aangetrokken. Hij zei dat zijn tweede termijn als president „minder radicaal” wordt dan zijn eerste. „Veel mensen hebben niet op ons gestemd en niemand zal hun opinie ooit nog kunnen negeren”, aldus de president.
Saakasjvili beloofde beter te luisteren naar de oppositie en haar te betrekken bij benoemingen. „Er zijn veel eerbare mensen in Georgië onder diegenen die ons hebben gehekeld. Er zijn goede professionals onder hen en Georgische patriotten.” Zij, aldus Saakasjvili, zullen worden betrokken bij maatregelen waarmee hij zijn campagnebeloften wil waarmaken, „niet op partijbasis maar als individuen”. Hij zei dat voortaan bij benoemingen het partijlidmaatschap van kandidaten niet de doorslag mag geven.
Dat Saakasjvili in acht van de tien 10 districten van Tbilisi achter Gatsjetsjiladze eindigde lag volgens de president aan de vaak onhandige manier waarop het stadsbestuur het thema eigendomsrechten behandelt: mensen zijn op grote schaal uit hun huis gezet om plaats te maken voor ontwikkelingsprojecten. „Dat zal niet meer gebeuren, niemand hoeft ooit meer dat gevoel van kwetsbaarheid te hebben”, aldus de president. „In veel gevallen vergat onze regering dat ze te maken heeft met mensen, niet met statistieken”. Hij zei ambtenaren te zullen ontslaan „wegens een harteloze en zielloze benadering van mensen’.
