Nkunda, moordende beschermengel van Tutsi’s in Congo
Krijgsheer Laurent Nkunda zorgt al jaren voor chaos in Oost-Congo. Hij is een Tutsi die tijdens de genocide in buurland Rwanda tegen Hutu’s vocht.
Rotterdam. Zijn levenswandel is nauw verweven met de geschiedenis van de Tutsi’s in Congo en Rwanda, de twee buurlanden die een bloedig verleden met elkaar delen. Zelf claimt Laurent Nkunda, Tutsi en Congolees, dat hij opkomt voor zijn onderdrukte stamgenoten in het oosten van Congo. Onafhankelijke waarnemers zien in hem vooral een krijgsheer die, gehuld in de zelf aangemeten mantel van ‘beschermheer’, uit is op machtsuitbreiding en financieel gewin in het grondstofrijke Oost-Congo.
De 41-jarige Nkunda geeft leiding aan een legertje rebellen dat ondanks zijn bescheiden omvang (naar schatting 4.500 mannen en jongens) superieur is aan het Congolese regeringsleger, een samenraapsel van slecht getrainde, ongemotiveerde ex-militieleden. Ook de VN-missie in Congo, Monuc, met 17.000 blauwhelmen ’s werelds grootste VN-missie, kan weinig uitrichten tegen de man die ooit diende in het Congolese leger.
En dus runt de steile Nkunda in de praktijk zijn eigen bergstaatje vanuit zijn villa bij Kitchanga in Noord-Kivu. Bovenop zijn heuveltop cultiveert Nkunda, met karakteristieke zonnebril en wandelstok-met-zilverkleurige-adelaarskop, het imago van onbegrepen Robin Hood. De tolheffing op wegvervoer, belasting op de verkoop van hout, goud en andere natuurschatten: kennelijk is het allemaal nodig om de regionale Tutsi-minderheid te beschermen.
Mensenrechtenorganisaties komen keer op keer met aanwijzingen dat Nkunda’s mannen schuldig zijn aan geweld tegen inwoners van Oost-Congo. Honderdduizenden burgers zijn ontheemd sinds hij in 2004 zijn eigen rebellenbeweging begon. De Congolese regering liet in 2005 een internationaal arrestatiebevel tegen hem uitgaan, vanwege een bloedbad in diamantstad Kisangani in 2002.
Laurent Nkunda Batware werd geboren in 1967 in Congo. Zijn ouders, Tutsi’s, waren gevlucht na de onafhankelijkheid van Rwanda in 1962. De Tutsi’s hadden onder de Belgische heersers vooraanstaande posities bekleed, maar na 1962 vluchtten tienduizenden naar Congo, uit angst voor de Hutu’s die na decennia van onderdrukking hun plek opeisten.
Nkunda keerde terug naar Rwanda, tijdens de genocide in 1994 vocht hij met het Rwandees Patriottisch Front (RPF) tegen de moordende Hutu-milities. Het RPF werd geleid door Paul Kagame, de huidige president van Rwanda – dat in Nkunda misschien geen marionet, maar toch zeker wel een zeer nauwe bondgenoot vindt in de pogingen de Congolese regering te ondermijnen.
In 1998 viel Rwanda Congo binnen, officieel om achter gevluchte génocidaires aan te gaan. Nkunda vocht voor het door Rwanda gesteunde RDC. Na de oorlog, in 2004, begon hij zijn rebellenbeweging. Officieel uit onvrede over het feit dat het vredesverdrag niet voorzag in ontwapening van de Hutu-militanten. In werkelijkheid omdat Nkunda inmiddels een machtspositie had in Oost-Congo en die wilde vasthouden.
In 2004 traden Nkunda’s mannen gewelddadig op in de stad Bukavu, nadat Tutsi’s waren aangevallen. Nkunda’s reactie was echter buiten proportie. Tutsi’s werden vervolgens mikpunt van represailles. Nkunda’s reactie: bewijzen de represailles niet dat de Tutsi’s inderdaad gevaar lopen? En dus bescherming nodig hebben? Volgens deze cirkelredenering-annex-drogreden ontregelt Nkunda Oost-Congo nu al jaren.
In 2005 richtte Nkunda een politieke beweging op, de CNDP. Die deed mee aan de democratische verkiezingen van 2006 in Congo. En aan het vredesproces van Goma, eerder dit jaar. Dat proces is nu definitief mislukt. Volgens Nkunda omdat de Congolese regering niet optreedt tegen Hutu-militanten – een bekend geluid.
