Rwanda blijft zondebok in Congo

Ontheemde Congolezen die zijn gevlucht voor de gevechten in het oosten van hun land,  wachten op hulp.
Door onze correspondent Koert Lindijer

Rwanda is met een afstandsbediening betrokken bij het conflict in Congo. Dat is het gevolg van de genocide op Tutsi’s in 1994, die een schaduw legde over het gebied.

Kigali/Goma, 28 nov. Het Rwandese leger vecht niet in Oost- Congo. Maar Rwanda is wel met een afstandsbediening betrokken bij het huidige conflict. „Wanneer de Congolese rebellenleider Laurent Nkunda erin slaagt een pro-Rwanda enclave langs de grens te vestigen, komt dat ons goed uit”, zegt een hoge Rwandese regeringsmilitair in de hoofdstad Kigali. „En we vallen zeker Congo binnen zodra er één schot in onze richting wordt gelost.”

De Congolese regering en veel inwoners van de Oost-Congolese stad Goma zijn er van overtuigd dat Rwandese soldaten opnieuw een oorlog op hun grondgebied zijn begonnen. Nkunda, een dissidente Congolese generaal van Tutsi afkomst, zou hun zetbaas zijn. Twee keer sinds 1996 vielen de Rwandese strijdkrachten massaal Congo binnen. Ze hielpen eerst de kleptocratische president Mobutu afzetten en in 1998 probeerden ze diens opvolger Laurent Kabila te wippen. Tot 2004 hielden Rwandese militairen grote delen van Congo bezet. Hun invloed in het oosten was even gehaat als overweldigend. Zodra er in het instabiele gebied iets fout gaat, worden er met beschuldigende vingers naar de bergen van Rwanda gewezen.

Nkunda krijgt hulp vanaf Rwanda’s grondgebied voor zijn strijd. „Zakenlui en andere sympathisanten in Rwanda steunen hem”, vertelt een goed ingelichte medewerker van de Verenigde Naties. „Hij heeft in Rwanda in vluchtelingenkampen soldaten mogen rekruteren. Twee jaar geleden lokte hij honderden burgers in Rwanda naar Congo met honderd tot driehonderd dollar de man en met de belofte van werk. De steun van de Rwandese overheid hierbij is versluierd, heel anders dan vroeger.”

Die betrokkenheid is er, maar niet in de vorm zoals de Congolese overheid het voorstelt. „Er bevinden zich wat gedemobiliseerde en gedeserteerde soldaten uit het Rwandese leger in Oost-Congo”, zegt de Rwandese militair. Dat is geen verrassing. De conflicten in het Gebied van de Grote Meren hebben altijd een grensoverschrijdend karakter gehad.

Tijdens de volkerenmoord tegen de Tutsi’s in 1994 in Rwanda gingen Tutsi’s uit Burundi en Rwanda meevechten met de rebellenroep van Paul Kagame, de huidige president van Rwanda. Sindsdien hebben op hun beurt Rwandese regeringssoldaten heimelijk of openlijk ingegrepen in Burundi en Congo.

In deze burgeroorlogen zonder grenzen vormde steeds het bedreigde bestaan van Tutsi’s het motief voor interventie. Nkunda zegt de Tutsi’s in Congo te verdedigen. De grootste bedreiging voor de Tutsi’s zijn de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR), een groep van ongeveer 5.000 Rwandese massamoordenaars en hun nabestaanden, die in 1994 naar Congo zijn uitgeweken. Het zwakke Congolese regeringsleger werkt in tijden van militaire crisis met het FDLR samen en Congolese regeringscommandanten exploiteren samen met het FDLR grondstoffen. Die samenwerking geeft Nkunda, en in zijn verlengde Rwanda, alle reden om zich tegen de Congolese overheid te keren.

De genocide in 1994 legde een loodzware schaduw over het Gebied van de Grote Meren die nog lang niet is weggetrokken. „De genocide is nog overal, iedere dag worden er nog nieuwe lijken gevonden”, zegt onderzoekster Rakiya Omar in Kigali. „Er lopen nog overal moordenaars vrij rond en Congo is het enige land dat hen niet uitlevert.”

„We vechten nog steeds tegen de genocide”, stelt een Rwandese journalist. „Waaraan ik onmiddellijk toevoeg dat de Rwandese regering heel bedreven is in het afdwingen van ontwikkelingshulp van het Westen door de genocide te gebruiken. Want Westerse politici voelen zich schuldig over die volkerenmoord. Als je geen olie hebt om te exporteren zoals Rwanda, dan moet je slim zijn.”

De volkerenmoord bepaalt nog steeds het doen en denken van de Rwandese regering. Shyaka Kanuma werkt voor de krant Focus in Kigali. Ook zijn analyse is gemaakt in de langdurige schaduw van de volkerenmoord. „Waarom krijgen wij Tutsi’s altijd overal de schuld van in de regio”, klaagt hij. „Sorry als ik tribalistisch klink, maar wij hebben meer reden dan wie ook om op onze stamgenoten terug te vallen. Want we vormen een minderheid in de regio waartegen andere stammen zich verenigen en op afgeven. Wij lopen altijd gevaar. Leden van de FDLR in Congo leren hun kinderen dat de enige goede Tutsi een dode Tutsi is. In Congo loop ik ieder moment het risico te worden vermoord.”

Rwanda zal dus altijd nauwgezet de ontwikkelingen in Congo volgen en beïnvloeden. Net als Israël in Libanon. En Rwanda zal in Congo nog lange tijd als zondebok dienen.

„Als wij bang zijn voor Rwanda, ligt de schuld daarvan bij ons”, zegt Onesphore Sematumba, analist van het onafhankelijke Pole instituut in Goma.

Nkunda is het symbool geworden van het falen van de Congolese regering van president Joseph Kabila. „We geven dat kleine landje steeds weer de schuld van onze problemen. Maar we hebben zelf een corrupte politieke klasse en een hopeloos leger.”

De verkiezingen twee jaar geleden in Congo hebben geen oplossing gebracht voor het chronisch instabiele Congo. „Het klinkt steeds meer belachelijk als Congo Rwanda blijft beschuldigen. Als Rwanda morgen plotseling verdwijnt, dan bestaan onze eigen problemen nog steeds.”

Gepubliceerd in:
Buitenland
Oost-Congo