Wachten op de doemsdag in ijzige staalstad

De Sovjetboulevard is de hoofdstraat van de stad Tsjerepovets, die gedomineerd wordt door   fabriekschoorstenen van staalbedrijf Severstal.
Door onze correspondent Michel Krielaars

De stad Tsjerepovets leeft van de staalindustrie. Maar haar burgers vrezen voor een golf van ontslagen als gevolg van de economische crisis. ‘Als Severstal sluit, is dat een nachtmerrie.’

Tsjerepovets, 20 dec. Het is tien uur als het dagelijkse crisisberaad in het gemeentehuis aan de Bouwvakkersboulevard begint. Onder leiding van burgemeester Oleg Koevsjinnikov lichten topambtenaren, de hoofdcommissaris van politie en de chef van veiligheidsdienst FSB hun stad door. Hoe staat het met de voedselprijzen en voedselvoorraden? Hoeveel mensen zijn er gisteren ontslagen? Is er onrust in de straten?

Het zijn vragen waarmee dezer dagen veel Russische gemeentebestuurders worden geconfronteerd. Maar in Tsjerepovets, op 600 kilometer ten noorden van Moskou, is de situatie nijpender dan in veel andere steden. Om de eenvoudige reden dat de stad sterk afhankelijk is van staalconcern Severstal. Sinds het begin van de economische crisis is bij die fabriek officieel 46 procent van de productie stilgelegd en zijn enkele duizenden van de 42.000 werknemers met verlof gestuurd in ruil voor inlevering van een deel van hun salaris.

„We proberen de gevolgen van de crisis zo veel mogelijk te beperken”, zegt de 43-jarige burgemeester, wiens budget voor meer dan de helft afhankelijk is van belastinginkomsten uit Severstal. „Zo is het belangrijk dat de gemeentelijke diensten blijven functioneren, de ambtenarensalarissen worden betaald en de uitkeringen gegarandeerd. Omdat ons budget nu lager is, zijn alle gemeentelijke projecten tijdelijk stilgelegd.”

Ook op de verwachte werkloosheid heeft de energieke Koevsjinnikov zich voorbereid. „We gaan 1.500 werklozen omscholen. En voor 3.500 anderen creëren we banen in de sociale werkverschaffing, bijvoorbeeld als straatveger, plantsoenwerker of als stadswacht, want we gaan ervan uit dat er bij grotere werkloosheid meer misdaad komt.”

Maar voorlopig is er weinig aan de hand, volgens de optimistische Koevsjinnikov. Voor het uitbreken van de crisis was de werkloosheid in zijn 308.000 zielen tellende stad 0,6 procent, wat neerkomt op 1.000 werklozen. „In het slechtste geval loopt dat cijfer op tot 5 procent en dan heb je het over ruim 8.000 mensen. We verwachten dat het in maart of april beter gaat met de economie en de vraag naar staal weer toeneemt.”

Op straat wordt het optimisme van de burgemeester door weinigen gedeeld. Iedereen lijkt bang voor de doemsdag, die elk moment kan aanbreken. Volgens een opiniepeiling van afgelopen week gelooft nog maar 43 procent van de Russen dat de overheid de crisis goed aanpakt.

Over de voorname Sovjetboulevard slentert de 58-jarige metaalarbeidster Olga Oespenskaja langs de negentiende-eeuwse koopmanshuizen, waarin de afgelopen jaren moderne winkels en restaurants zijn verschenen. „Tot vorige week werkte ik bij een dochteronderneming van Severstal”, zegt ze tobbend. „Maar nu ben ik ontslagen, terwijl ik nog niet eens met pensioen ben. En ik weet niet of ik ooit nog een nieuwe baan vind.”

In een restaurant aan de overkant belt zakenman Valeri met een vriend: „Het gaat slecht”, bromt hij. „Ik heb er vandaag acht man uitgegooid. En voor morgen vrees ik niet veel beters.”

Op het arbeidsbureau, enkele huizen verderop, speuren zo’n vijftig mannen en vrouwen in de computers van de vacaturebank. Op een van de computers is een wervingsbrief voor veiligheidsdienst FSB in Karelië geplakt. De 21-jarige plaatwerker Vasja is er niet in geïnteresseerd. „Ik werkte bij een zelfstandig metaalbedrijfje, maar ben onlangs op straat gezet”, zegt hij. „Ik kom hier dagelijks om een nieuwe baan te zoeken, maar heb nog niets passends gevonden.”

Achter de Sovjetboulevard, aan het einde van zijstraten die naar communistische helden zijn vernoemd, rijst een woud van fabriekschoorstenen op. Ze zijn vrijwel alle van Severstal, dat met zijn vele honderden hectaren een stad in de stad vormt en tal van lokale voorzieningen voor zijn rekening neemt. Zo heeft de staalgigant een eigen cultuurpaleis voor zijn werknemers gebouwd, bezit het Hotel Metaalarbeider, de twee lokale televisiekanalen en de drie plaatselijke kranten.

„Na de januarivakantie krijgen de inwoners van Tsjerepovets het pas écht moeilijk”, zegt Sergej Kononov, voormalig hoofdredacteur van De Zevende Kolom, de onafhankelijke krant van de stad die in mei sloot na publicatie van een reeks kritische artikelen over het stalinisme. „De Zevende Kolom schreef over zaken waarover de andere kranten in onze stad zwegen”, zegt de hoofdredacteur. „Toen de adverteerders opstapten omdat ze bang waren uit de gratie van de overheid te raken, was het met ons gedaan.”

Volgens Kononov stort eind januari het midden- en kleinbedrijf in, omdat niemand dan nog iets koopt en de winkeliers en caféhouders hun hoge huur niet meer kunnen betalen. „In die sector werken 15.000 mensen. Als bij Severstal ook nog eens 8.000 mensen op straat komen te staan, kan de situatie gemakkelijk exploderen.”

In de Vredestraat, waar de enorme fabrieksgebouwen van de staalproducent liggen, is het vooralsnog rustig. In de hypermoderne hal voor de productie van plaatstaal rollen honderden meters lange staalstroken uit Duitse machines. De hoogovens, een paar kilometer verderop, gloeien als de hel. „Wij kunnen ze niet zomaar stopzetten”, zegt hoofd productie Dmitri Kiseljov, terwijl minuscule grafietdeeltjes als motregen naar beneden vallen. „Want dan wordt de hele productieketen onderbroken. Vandaar dat op onze afdeling niemand is ontslagen.”

„Voordat de crisis in november begon, hadden we een verouderde tak van ons bedrijf, Severstal Martin, al gesloten”, zegt Olga Jezjova, hoofd van de afdeling voorlichting van het concern. „Daardoor was onze productie al met 10 procent gedaald. Ook wilden we twee andere ovens stilleggen, waar 1.000 mensen werkten. Door de crisis hebben we die sluiting versneld.”

Volgens Jezjova heeft de productievermindering vooralsnog geen dramatische gevolgen voor de werknemers. „Het grootste deel van het overbodig geworden personeel is met pensioen gegaan”, zegt ze. „En voor de rest sturen we ze met verlof totdat de crisis voorbij is. Ze krijgen dan tweederde van hun salaris doorbetaald. Severstal is als een groot gezin, waar veel voor de werknemers wordt gedaan. Alleen daarom al worden ze niet zo snel ontslagen, want we hebben veel in hen geïnvesteerd.”

Buiten de fabriekspoort wacht de 22-jarige Ivan Kanasjev met zijn Lada op een potentiële klant. „Ik ben twee weken geleden door Severstal met administratief verlof gestuurd”, zegt hij. „Ik werkte er als voorman. Van mijn vroegere salaris van 20.000 roebel krijg ik nog maar de helft uitbetaald. Vanaf 1 februari krijg ik helemaal niets, want dan word ik ontslagen. In totaal zitten er nu zesduizend werknemers thuis. De meesten zullen in februari hun baan verliezen.”

In Hotel Metaalarbeider hangen die avond een Italiaanse en een Zwitserse onderhoudstechnicus aan de bar. Ze komen met tussenpozen bij Severstal. „Wij horen van onze Russische collega’s dat er al 10.000 mensen thuis zitten”, zegt de Italiaan. „Dat de productie met bijna 50 procent is teruggedraaid is al rampzalig, maar als Severstal helemaal sluit dan is dat een nachtmerrie. Want behalve de 42.000 werknemers zijn er nog zo’n 100.000 mensen in de omgeving van de stad afhankelijk van de fabriek. Laten we hopen dat het zover niet komt en Poetin de boel onder controle heeft.”

Gepubliceerd in:
Buitenland
Internationaal