India: verkiezingen in een trots land
India kent veel geweld en grote problemen. Maar de democratie is nog geen moment in gevaar gekomen. Toch zijn de verkiezingen weer één en al gescheld.
New Delhi, 16 april. Een kleine verwijzing op de voorpagina, het bericht pas op pagina veertien: ‘Tien paramilitaire bewakers gedood bij een aanval van maoïsten op een bauxietmijn in de deelstaat Orissa’.
In de meeste democratieën in de wereld zou geweld als dit het nieuws dagenlang domineren. Zo niet in India, de grootste democratie ter wereld.
Vanaf vandaag gaat het land opnieuw naar de stembus. Meer dan 700 miljoen mensen zullen de komende weken in 800.000 stembureaus de Lok Sabha kiezen, de kamer van volksvertegenwoordigers.
India kan goed incasseren. De bomaanslagen van het afgelopen jaar zijn niet uit het geheugen gewist, net zomin als de terreuraanvallen. Deze maand herinnerden oplaaiende gevechten bij de bestandslijn in Kashmir aan het aanhoudende gevaar van Pakistaanse infiltratie.
En in Assam, in het verre noordoosten, zaaiden separatisten de afgelopen weken weer dood en verderf. Met hun aanval in Orissa gaven de maoïstische strijders de boodschap af dat ook hún opstand in grote gebieden van het land nog niet is ingetoomd.
Cliché
Maar toch: de vraag hoe lang de democratie India dit kan volhouden – nog los van alle beschuldigingen en verwijten van corruptie, falend overheidsbestuur en toenemende welvaartsongelijkheid – is niet écht aan de orde. De vraag naar de overlevingskans van het land is eigenlijk een cliché: die vraag is sinds de onafhankelijkheid zo vaak gesteld, dat het potsierlijk is geworden er een antwoord op te willen geven.
Alleen Indira Gandhi zette de democratie tijdelijk (tussen 1975 en 1977) buitenspel. Maar ook de ‘IJzeren Dame’ van India moest inbinden. Sindsdien geldt: de Indiase democratie bruist. Vraag een ondernemer, econoom of gewone burger of hij niet het Chinese ontwikkelingsmodel prefereert dat, zo wordt grif toegegeven, veel efficiënter is dan het Indiase aanmodderen – en je krijgt als antwoord een overtuigend ‘Nee!’ Vóór alles geldt: democratisch India is trots op zichzelf.
Het land is trots op zijn opkomende middenklasse, op zijn wereldveroverende IT-bedrijven en op zijn prachtige economische groeicijfers in de afgelopen jaren. Het is trots ondanks zijn tekortkomingen. Ondanks de aanhoudende armoede op het platteland en ondanks het uitblijven van fatsoenlijke banengroei voor de grote massa daar. India blaakt van zelfvertrouwen.
Misschien dat het zich daarom kan permitteren tijdens de verkiezingscampagnes inhoudelijke thema’s van nationaal belang eenvoudigweg te negeren. Verbaal straatvechten, daar gaat het om. Elke keer als een politicus van enig gewicht met zijn helikopter landde bij zijn kiezers, leverde dat prachtige sound bites op: vitriool voor de politieke tegenstander.
Eén zo’n politicus, de minister van Spoorwegen, kreeg een berisping van de verkiezingscommissie omdat hij zijn helikopter liet neerzetten op een schoolterrein. Het was minder ernstig dan de waarschuwingen die sommige anderen kregen wegens haatspeeches tegen andere gezindten, zoals moslims en christenen.
Volgens de verkiezingscommissie heeft bijna 40 procent van de kandidaten van de leidende politieke partijen wel iets op zijn kerfstok. Ze lopen kans op vervolging wegens vergrijpen variërend van intimidatie en corruptie tot poging tot moord. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze ook worden veroordeeld. Het is moeilijk een voorbeeld te vinden van een corrupte politicus die daadwerkelijk in de cel is beland.
Bejaarden
In de campagnestrijd van dit jaar spelen twee bejaarden een hoofdrol. De eerste is premier Manmohan Singh (76) van de Congrespartij, zelf geen kandidaat bij de verkiezingen maar wel opnieuw kandidaat voor het premierschap.
De ander is oppositieleider Lal Krishna Advani (81) van de hindoe-nationalistische BJP. De afgelopen dagen namen ze geen blad meer voor de mond om elkaar af te schilderen als een mislukkeling, danwel een zwakkeling.
Door hun gevorderde leeftijd lijken de verkiezingen een soort halve finale. De échte finale zal – misschien al over een paar jaar – gaan tussen Rahul Gandhi (38) en Narendra Modi (58). Rahul Gandhi is de zoon van de in 1991 vermoorde premier Rajiv Gandhi en Sonia Gandhi, tegenwoordig de absolute heerseres over de Congrespartij. Hij wordt klaargestoomd voor het leiderschap van zijn moeders partij.
Narendra Modi is nu nog Chief Minister van de BJP in de deelstaat Gujarat. Modi geldt als een uitstekend manager, die wars is van corruptie. Maar hij is ook omstreden, wegens zijn rol bij de pogroms tegen moslims zeven jaar geleden. Voor alle zekerheid wees hij deze week nog maar eens op de Italiaanse afkomst van Sonia Gandhi – geen echte Indiase dus.
Intussen gaat de verkiezingsstrijd zeker niet alleen tussen Congrespartij en BJP. De afgelopen twintig jaar telde India negen regeringen, geleid door zeven verschillende premiers. Geen van de leidende partijen in die regeringen beschikte over een parlementaire meerderheid. De nu aftredende Congresregering bijvoorbeeld, telde negen coalitiegenoten. Bovendien was de regering lange tijd afhankelijk van de steun van de communisten.
Met andere woorden: de invloed van regionale partijen, die zijn gegrondvest op regionaal-culturele belangen, op kastenidentiteit en op ideologie is de afgelopen decennia van doorslaggevend belang geweest bij regeringsvorming. En niemand twijfelt eraan dat de trend van politieke fragmentatie opnieuw zal worden weerspiegeld in de verkiezingsuitslag. Sommigen betwijfelen zelfs of Congrespartij en BJP erin zullen slagen samen meer dan 50 procent van de stemmen achter zich te krijgen.
Net als voorgaande keren zal de regeringsformatie daarom straks een kwestie worden van koele rekensommetjes, waarbij kandidaten even makkelijk over oude aversies heenstappen als eerdere loyaliteiten negeren. Waar het vermoedelijk om zal gaan: slaagt de Congrespartij erin voldoende coalitiegenoten te (her)winnen om de regering te vormen? Of krijgt aartsrivaal BJP de regisserende rol?
Mayawati
Tegelijk zou de toekomstige rol van de regionale partijen wel eens verrassend groot kunnen worden. Het is bijvoorbeeld zeer de moeite waard te kijken naar de electorale prestaties van Mayawati. Zij is de onbetwiste leider van de dalits, India’s kastenlozen.
Mayawati werd twee jaar geleden met absolute meerderheid gekozen tot Chief Minister van Uttar Pradesh. De regeringleider van India’s grootste deelstaat, die qua inwoneraantal (ruim 170 miljoen) ongeveer even groot is als Duitsland, Frankrijk en de Benelux samen, heeft er geen geheim van gemaakt dat ze uiteindelijk het premierschap over heel India ambieert.
Maar Sonia Gandhi, Manmohan Singh en Rahul Gandhi van de Congrespartij vechten terug. Zij profileren zich als de partij die opkomt voor de aam aadmi, de gewone man. Maar makkelijk is dat niet. Structurele verbeteringen heeft de regering de afgelopen vijf jaar niet of nauwelijks kunnen doorvoeren, door hardnekkig verzet van de communisten.
Manmohans Singhs grootste prestatie is het nucleaire akkoord met de VS. Maar dat is in eigen land geen stemmentrekker. En door de mondiale crisis is de economische groei plotseling teruggevallen.
Het vlaggeschip van de partij, het honderd-dagen-banenplan voor werklozen op het platteland, is wel een succes – maar geen overtuigend succes. Er is veel fraude. En bovendien worden er geen echte banen mee geschapen, zeggen critici.
Maar het echte oordeel is niet aan hen. Dat vellen de komende weken de honderden miljoenen stemgerechtigden. De ruime meerderheid van hen woont op het platteland.
|
Vanaf vandaag kiest India (ruim 1,1 miljard inwoners) een nieuw nationaal parlement, de Lok Sabha met 543 zetels. De verkiezingen worden in vijf fases gehouden. Ongeveer 714 miljoen mensen mogen hun stem uitbrengen. De grootste deelstaten zijn Uttar Pradesh (170 miljoen inwoners, 80 afgevaardigden), Maharashtra (48 afgevaardigden), Andhra Pradesh (42), West-Bengalen (42). Bihar (40) en Tamil Nadu (39). De uitslag wordt op 16 mei verwacht. Vrijwel overal wordt elektronisch gestemd. Er zijn meer dan 800.000 stembureaus, met 1,1 miljoen automatische stemmachines. Meer dan 2,1 miljoen veiligheidsagenten moeten zorgen voor een geweldloos verloop. De eerste algemene verkiezingen in India waren in 1952, de laatste in 2004, met een opkomst van 58 procent. Toen werd de regerende coalitie onder leiding van de hindoe-nationalistische BJP verrassend verslagen. De coalitie moest het veld ruimen voor de Verenigde Progressieve Alliantie onder aanvoering van de Congrespartij. |
