Amerikaanse klimaatwet dichterbij
Volgens het Amerikaanse milieuagentschap EPA zijn broeikasgassen gevaarlijk. Dat verplicht de regering tot maatregelen.
Rotterdam, 20 april. „Bijna komisch” vindt Republikein John Boehner het oordeel van het Amerikaanse milieuagentschap EPA over kooldioxide en andere broeikasgassen. Vrijdag besloot het EPA dat broeikasgassen vervuilend zijn en een gevaar vormen voor de bevolking. Daarmee vallen ze onder de strenge normen van de Clean Air Act, de wet op de schone lucht. En dus is het EPA, een soort ministerie van Milieu, verplicht om maatregelen te nemen.
Hoe kan, vraagt John Boehner zich af, een gas dat gewoon in de atmosfeer voorkomt als vervuiling worden aangemerkt? Een koe die doet wat hij nou eenmaal doet, zei hij in een programma van Amerikaanse zender ABC, produceert methaan, mensen ademen kooldioxide uit, bomen nemen het op. Dat kan toch geen vervuiling zijn?
Met precies dit argument heeft de vorige Amerikaanse regering altijd besluitvorming van het EPA over klimaat tegengehouden. In 2007 oordeelde zelfs het Hooggerechtshof op verzoek van de staat Massachusetts dat uitlaatgassen van auto’s als vervuiling moeten worden beschouwd. Het hoogste rechtscollege in de VS droeg het EPA op om te bepalen of die uitlaatgassen – waaronder kooldioxide – een gevaar vormen voor volksgezondheid en welzijn. President Bush heeft tot aan het einde van zijn ambtstermijn weten te voorkomen dat het EPA zich uitsprak.
Voor president Obama is klimaatverandering wel een belangrijk thema. Hij wil zijn betrokkenheid voorafgaand aan de grote klimaattop in Kopenhagen in december ook internationaal laten zien. Dus drong hij aan op een snel oordeel van het EPA.
Met de EPA-richtlijn kan Obama het Congres onder druk zetten om een besluit te nemen over een nieuwe, omstreden klimaatwet. Volgens Lisa Jackson, leider van het EPA, sluit de richtlijn „aan bij het pleidooi van president Obama voor een koolstof-arme economie” en vraagt om „leiderschap in het Congres op het gebied van schone lucht en klimaatwetgeving”.
Ondanks de Democratische meerderheid in Huis van Afgevaardigden en in de Senaat is het lang niet zeker dat de klimaatwet die daar nu wordt behandeld het haalt. „Als het Congres niets doet, dan rest alleen het oordeel van het Hooggerechtshof dat het EPA broeikasgassen moet reguleren”, zegt Democraat Edward Markey uit Massachusetts, die samen met partijgenoot Henry Waxman (Californië) de klimaatwet heeft ingediend. „De enige manier om dat te voorkomen is dat het Congres nu handelt.” Want politici voelen er weinig voor om maatregelen over te laten aan het milieuagentschap.
Toch aarzelen veel van Markey’s partijgenoten over de wet. Zij kennen de recente opiniepeilingen van onderzoeksbureau Rasmussen waaruit blijkt dat voor de Amerikaanse bevolking klimaatverandering geen grote prioriteit heeft. Op het lijstje met onderwerpen die de Amerikanen belangrijk vinden, staat de economie op de eerste plaats, in de top-10 komt klimaatbeleid niet eens voor. Van alle Amerikanen denkt slechts 34 procent dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk handelen – vorig jaar om deze tijd was dat nog 47 procent. Opiniepeiler Gallup stelt Amerikanen al 25 jaar de vraag wat ze belangrijker vinden: milieu of economie. Voor het eerst zegt een meerderheid (52 procent) nu dat economie de hoogste prioriteit heeft.
Het Amerikaanse bedrijfsleven hamert op de grote risico’s van klimaatbeleid voor de economie. Zo beschouwt het Competitive Enterprise Institute, een rechtse denktank, het besluit van het EPA als een „krachtig anti-stimuleringspakket” dat zal „leiden tot een economische ontsporing”. En Bill Kovacs van de Amerikaanse Kamer van Koophandel spreekt van een poging „om het EPA de economie te laten leiden”. Ze wijzen er bovendien op dat de Clean Air Act helemaal niet bedoeld is voor iets ingewikkelds als broeikasgassen.
Republikeinen wakkeren de vrees graag verder aan. Als we niet oppassen, zegt John Boehner bij ABC, „verplaatsen we miljoenen Amerikaanse arbeidsplaatsen naar het buitenland”. Dat is wel het laatste wat Amerikanen willen in tijden van economische crisis.
