Links behaalt historische zege in IJsland
Reykjavik, 27 april. Links heeft een historische zege behaald bij de parlementsverkiezingen in IJsland, met 20 zetels voor de sociaal-democraten en 14 voor LinksGroen. Toetreding tot de EU is het twistpunt voor een coalitie.
De conservatieve Onafhankelijkheidspartij die tientallen jaren aan de macht was, verloor 9 van zijn 25 zetels in het parlement. De conservatieven worden verantwoordelijk gehouden voor het ‘casinokapitalisme’ dat IJsland vorig jaar in een diepe economische crisis stortte. IJsland (300.000 inwoners) moest als eerste westerse economie een beroep doen op een noodlening van 10 miljard euro bij het IMF en enkele Europese landen.
In januari vormden de sociaal-democraten en LinksGroen al een tijdelijke coalitie, die afgelopen weekend steun kreeg van een meerderheid van de kiezers. De sociaal-democratische premier Johanna Sigurdardóttir wil de samenwerking met LinksGroen het liefst voortzetten. Het zou de eerste echte linkse regering in IJsland worden.
Belangrijkste twistpunt bij coalitieonderhandelingen wordt toetreding tot de Europese Unie. De sociaal-democraten zijn voor een snelle toetreding en de introductie van de euro, maar LinksGroen is tegen het EU-lidmaatschap. Partijleider Steingrimur Vigfusson, minister van Financiën in de interimregering, verklaarde zich wel al akkoord met een referendum over de vraag of IJsland met de EU moet gaan praten.
De sociaal-democraten kunnen ook een samenwerking aangaan met twee kleinere linkse partijen, de Progressieve Partij (9 van de 63 zetels in het parlement) en de Burgerbeweging (4 zetels). Die laatste werd pas twee maanden geleden opgericht door jonge intellectuelen die ook aan de basis stonden van de ‘potten- en pannenrevolutie’ eind vorig jaar. Ze verzetten zich tegen de ‘oude politiek’ en zijn net als de Progressieve Partij voor EU-toetreding.
