Woede om warm welkom vrijgelaten Lockerbie-dader
Rotterdam, 21 aug. In weerwil van Amerikaanse en Britse waarschuwingen heeft Libië gisteren een heldenwelkom bereid voor Abdel Basset al-Megrahi, die in 2001 tot levenslang werd veroordeeld wegens betrokkenheid bij de aanslag op een Amerikaans passagiersvliegtuig boven Lockerbie in 1988.
De Schotse minister van Justitie, Kenny MacAskill, zei eerder op de dag dat het rechtsgevoel om genade te tonen hem hadden bewogen tot de vrijlating, al had Megrahi geen mededogen getoond met de 270 doden van ‘Lockerbie’. Megrahi (57) lijdt aan prostaatkanker en heeft volgens zijn artsen nog drie maanden te leven.
Met name Amerikaanse nabestaanden van de slachtoffers zijn razend over de vrijlating. De Amerikaanse president Obama had vooraf in een radioprogramma gepleit tegen een warm welkom. „Hij zou niet moeten worden verwelkomd, maar onder huisarrest worden geplaatst", aldus de president, die de vrijlating „een vergissing" noemde. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, David Miliband, was vanochtend „zeer verbijsterd en diep bedroefd” over het welkom in Tripoli, met honderden jonge mannen met Libische en Schotse vlaggen en patriottische muziek op de achtergrond.
Megrahi herhaalde gisteren in een door zijn advocaat voorgelezen verklaring onschuldig te zijn en brandmerkte zijn veroordeling door een Schotse rechtbank in Kamp Zeist als „een schande”. Seif al-Islam al-Gaddafi, zoon van de Libische leider, hamerde ook op dat thema toen hij Megrahi uit het vliegtuig kwam ophalen.
„Ik denk dat het ontstellend, weerzinwekkend en zo walgelijk is dat ik er nauwelijks woorden voor kan vinden het te beschrijven”, zei Susan Cohen uit New Jersey, wier 20-jarige dochter Theodora bij de aanslag stierf. „Dit is geen humanitaire maatregel”, zei ze tegen het persbureau AP. „Dit is onderdeel van geef-Gaddafi-wat-hij-wil-zodat-we-de-olie-kunnen-hebben.”
Cohen was lang niet de enige die sprak van een olie-deal. De Britse oliemaatschappij BP sloot al in 2007 een miljoenencontract met Libië, na twee bezoeken van de toenmalige Britse premier Tony Blair aan Tripoli toen dat na de regeling van de Lockerbie-zaak weer salonfähig was. BP sprak deze week krantenberichten tegen dat Megrahi’s vrijlating zijn activiteit in Libië zou vergemakkelijken met de mededeling dat er geen problemen zijn. Maar een in Tripoli gevestigde analist, professor Mustafa Tetouri, zei tegen Reuters dat de vrijlating „zeker een positief effect” zal hebben voor Britse bedrijven.
Critici
In Groot-Brittannië vinden echter Megrahi’s betuigingen van zijn onschuld wel weerklank. De Britse arts Jim Swire, wiens dochter Flora stierf bij de aanslag, zei gisteren tegen de BBC „geen moment te geloven dat deze man erbij was betrokken op de manier waarop hij [door de rechtbank] betrokken werd geacht”.
Critici van het vonnis baseren zich op het besluit van een onafhankelijke Schotse justitiële commissie die in 2007 Megrahi toestond ten tweede male in hoger beroep te gaan wegens de mogelijkheid van een gerechtelijke dwaling. De commissie kwam na een onderzoek van drie jaar met een rapport van 800 pagina’s waarin ze zes voorbeelden had geïdentificeerd die daarop wezen. Een daarvan was de betrouwbaarheid van de eigenaar van een winkel in Malta waar Megrahi kleren zou hebben gekocht die in een koffer rond de bom waren gewikkeld die in het vliegtuig tot ontploffing kwam.
Megrahi heeft zijn beroep, dat nog steeds liep, vorige week ingetrokken om zijn vrijlating volgens de Schotse wet mogelijk te maken.
