Generatiekloof door Val van de Muur
Rotterdam, 3 nov. Twintig jaar na de val van het IJzeren Gordijn is er een generatiekloof ontstaan tussen inwoners van de voormalige communistische landen die ná of rond de Val van de Muur zijn geboren, en oudere inwoners van die landen. Dat blijkt uit een gisteren verschenen onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Center.
Volgens het onderzoeksbureau kijken inwoners van de voormalige Sovjetrepublieken en sovjetsatellietstaten tussen de 18 en de 29 jaar over het algemeen positiever naar de val van het communisme, en staan zij positiever tegenover de democratie, een meerpartijenstelsel en het vrije marktsysteem dan oudere generaties.
Uit die vergelijking blijkt onder meer dat over het algemeen steeds minder mensen positief tegenover de democratie en de vrije markt staan – hoewel in de meeste landen nog steeds een meerderheid positief is. In Oekraïne, Bulgarije, Litouwen, Hongarije en Rusland daalde die aantallen het hardst. In Oekraïne is nog maar 30 procent van de bevolking tevreden over de verandering naar democratie. In 1991 was dat nog 72 procent.

In een aantal landen bestaan ook grote groepen, en soms zelfs meerderheden, die het leven onder het communisme beter vonden. Uit het onderzoek blijkt dat er een wijdverspreide opvatting is dat de verandering naar een vrije markt en democratie vooral de politieke leiders en zakenelite ten goede is gekomen.
In Rusland nemen de onderzoekers verder een groeiend nationalisme waar, sinds de val van het communisme. Een meerderheid van de Russen (54 procent) vindt dat „Rusland voor Russen is”, tegenover 26 procent in 1991. En zelfs terwijl veel Russen het kapitalisme hebben omarmd, zegt 58 procent van de ondervraagden dat het „een grote tragedie is dat de Sovjet-Unie niet lange bestaat”. 47 procent van de Russen vindt volgens Pew ook dat het een natuurlijk recht is van Rusland om een „imperium” te hebben.
