Had de aanslag op vlucht NW253 kans van slagen?
Hoe groot was de kans dat Umar Farouk Abdulmutallab (23) vlucht NW253 van Schiphol naar Detroit daadwerkelijk had opgeblazen op Eerste Kerstdag? Hoe ging hij te werk? Zeven vragen en antwoorden over de mislukte aanslag.
De Nederlandse passagier Jasper Schuringa (32) vertelde dit weekend aan de Amerikaanse nieuwszender CNN dat hij „het vliegtuig moest redden.” Hij was boven op Abdulmutallab gesprongen en had geprobeerd met zijn handen de brandende substantie tussen de benen van de Nigeriaan te blussen. Met flesjes water en een brandblusser was de uitslaande brand onder controle gebracht. Schuringa had de tengere Nigeriaan naar de businessclass gesleurd en had hem onderzocht op andere explosieven of wapens. Met hulp van de bemanning was Abdulmutallab geboeid.
Schuringa is een held, concludeerden Amerikaanse media dit weekeind. Vice-premier Wouter Bos (PvdA) belde om hem te feliciteren.
Dat is nog onduidelijk. Abdulmutallab heeft zelf tegen de Amerikaanse autoriteiten verklaard dat zijn actie is georganiseerd door Al-Qaeda in Jemen. De Amerikaanse regering wil dit nog onderzoeken.
Abdulmutallab zou via een radicale imam in contact zijn gebracht met leiders van het terreurnetwerk Al-Qaeda, aldus de Amerikaanse nieuwszender ABC. Ten noorden van de Jemenitische hoofdstad Sana’a zou hij zijn getraind door een Saoedische bomexpert en zijn voorzien van springstof.
Volgens Napolitano staat wel vast dat Abdulmutallab alleen opereerde, en geen deel uitmaakte van een groter complot.
Hij had volgens de tenlastelegging 80 gram van de hoogexplosieve stof pentaerythritoltetranitraat (PETN of pentriet) bij zich, die hij, mogelijk in een condoom, meedroeg in zijn onderkleding.
PETN, een witte, kristallijne stof, is een klassiek explosief dat chemisch gezien grote overeenkomsten vertoont met nitroglycerine. Het is minder gevoelig voor een slag of stoot dan nitroglycerine. PETN werd vroeger wel in munitie gebruikt. Ter vergelijking: ‘shoebomber’ Richard Reid had bij bij zijn mislukte aanslag in december 2001 per schoen ongeveer 110 gram PETN voorhanden. Reid probeerde een passagiersvliegtuig te laten verongelukken boven de Atlantische Oceaan.
Als Abdulmutallab erin was geslaagd het PETN tot ‘detonatie’ te brengen, had hij misschien een gat in de romp van het vliegtuig geslagen. Dat gat had zich, doordat in het vliegtuig overdruk heerst, catastrofaal kunnen uitbreiden, al staat dat niet op voorhand vast. PETN behoort niet tot de explosieven die snel detoneren, dat wil zeggen momentaan ontploffen. Als niet een andere (‘primaire’) springstof de schokgolf teweegbrengt die de detonatie bewerkstelligt, is de kans veel groter dat PETN ‘deflagreert’, dat is: geleidelijk opbrandt.
Dat is wat er kennelijk is gebeurd. Richard Reid had zijn PETN omwikkeld met het explosief TATP, dat wel gemakkelijk detoneert en dan de gevaarlijke schokgolf opwekt. Passagiers hebben gemeld dat Abdulmutallab probeerde met behulp van een injectiespuit chemicaliën aan het PETN toe te voegen om de detonatie op gang te brengen.
Abdulmutallab is diverse keren langs detectiepoortjes is gekomen. Hij kocht in Lagos, de grootste stad van Nigeria, een ticket dat hem via Amsterdam naar Detroit zou voeren. Op Kerstavond checkte hij in voor zijn KLM-vlucht naar Amsterdam. Volgens de Nigeriaanse luchtvaartautoriteiten is Abdulmutallab daarbij twee keer gecontroleerd: bij de paspoortcontrole en bij de gate. Daarbij is de jonge Nigeriaan door een detectiepoortje gelopen en is zijn handbagage gescand.
Om ongeveer half zes ’s ochtends landde Abulmutallab op Schiphol. Omdat hij in transit was en de Nederlandse grens niet is gepasseerd, is hij niet gecontroleerd door de marechaussee. Wel is Abulmutallab bij de gate voor vlucht NW253 naar Detroit onderworpen aan een standaard veiligheidscontrole. De Nigeriaan moest opnieuw door een poortje en zijn handbagage werd opnieuw gecontroleerd.
De Nationaal Coördinator Terrorisbestrijding (NCTb) liet dit weekeinde weten dat er bij deze controle „geen onregelmatigheden” zijn vastgesteld. Maar de bestaande veiligheidsmaatregelen kunnen niet voorkomen dat passagiers „potentieel gevaarlijke voorwerpen” mee aan boord nemen.
Er is geen aantoonbare trend van alleen opererende moslimterroristen. Om een vliegtuig op te blazen is al snel een netwerk nodig: een bommenexpert, een leverancier van springstof, logistieke hulp, onderdak. Vaak komt er ook een ‘mentor’ aan te pas, die de doorgaans jonge aanslagpleger ‘morele steun’ biedt om zijn daad door te zetten. Door internet en de steeds betere propaganda van terreurgroepen is het gemakkelijker geworden te radicaliseren zonder directe banden met een terreurnetwerk. Jongeren met wie dat gebeurt, zoeken dan vaak aansluiting bij een netwerk om hun dromen in daden om te zetten.
Ja, zei operationeel directeur van de luchthaven Ad Rutten maandagmiddag. „Ik
denk dat er een betere kans was geweest om dit te onderkennen.”
De scan kan dwars door de kleren van reizigers heenkijken. Schiphol heeft momenteel circa vijftien van deze apparaten, die het vliegveld bij wijze van proef gebruikt. Reizigers zijn niet verplicht zich met een scan te laten controleren. Eigenlijk wil de luchthaven alle controles met de apparaten uitvoeren, maar dat mag nog niet van de Europese Commissie. Die vreest voor de privacy van passagiers.
Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat de bodyscans gebruikt moeten worden om alle passagiers te controleren op explosief materiaal. „Bij het personeel gebeurt dat nu ook al”, zegt VVD’er Fred Teeven. Ook PvdA, CDA en PVV zijn voor bodyscans. Het CDA en de PVV willen wel weten of scans afdoende werken. „Met andere woorden: zou dat explosieve poeder gezien zijn?”, aldus Sybrand van Haersma Buma (CDA). De partijen zijn niet bang voor aantasting van de privacy. „Indianenverhalen”, zegt Van Haersma Buma.
