‘Opwarming van de aarde gaat gewoon door’
Op grote delen van het noordelijk halfrond is het veel kouder dan normaal. Hoe valt dat te rijmen met de vrees voor een opwarming van de aarde?
Rotterdam, 8 jan. De klimaatconferentie in Kopenhagen was vorige maand nog niet voorbij, of het begon hard te sneeuwen. De temperaturen in grote delen van Europa – en ook op veel andere plaatsen op het noordelijk halfrond – zijn sindsdien nauwelijks nog boven het vriespunt uitgekomen. Meer dan honderd regeringsleiders hebben geprobeerd een akkoord te bereiken over het vermijden van de opwarming van de aarde, maar hadden ze niet beter kunnen spreken over de gevaren van afkoeling?
Degenen die twijfelen aan de menselijke invloed op klimaatverandering vragen zich dat al langer af. Volgens hen is het de afgelopen tien jaar helemaal niet meer warmer geworden. Sterker nog, na een piek in 1998 laat de temperatuur een duidelijk neerwaartse lijn zien.
„Hoelang moet de planeet nog afkoelen, voordat we eindelijk begrijpen dat die helemaal niet opwarmt?”, vroeg David Gee, voorzitter van het International Geological Congress, zich vorig jaar tijdens de klimaatconferentie in Poznan af.
Maar volgens Rob van Dorland, klimaatwetenschapper van het KNMI, zegt het huidige winterse weer niets over de opwarming van de aarde. „Er zijn altijd fluctuaties”, aldus Van Dorland. „Het weer is grillig. Voor het klimaat moet je kijken naar de langjarige trend.” Sceptici nemen 1998 als uitgangspunt, maar dat was een extreem warm jaar.
„De temperatuur werd opgestuwd door een zeer krachtige el niño [een oceaanstroming die leidt tot hogere temperaturen, red.]. Daardoor was 1998 gemiddeld 0,25 graden Celsius warmer dan normaal”, aldus Van Dorland. „Zo was 2008 juist 0,15 graden kouder dan gemiddeld, door een milde la niña [een ‘omgekeerde’ el niño, red.]. Dat leidt tot een temperatuurverschil van 0,4 graden in tien jaar.”

Het klimaatsysteem is ingewikkeld. „Er zijn allerlei natuurlijke factoren die kunnen zorgen voor een tijdelijke tempering van de opwarming”, zegt Van Dorland, zoals vulkaanuitbarstingen, oceaanstromingen, de activiteit van de zon. Verder geeft de wisselwerking tussen atmosfeer en oceanen aanleiding tot de zogeheten ‘klimaatruis’, toevallige fluctuaties in de grafieken. Dit leidt tot onzekerheid in de temperatuurontwikkeling van jaar tot jaar. Daarnaast zitten er ook hiaten in de kennis. Maar die leiden niet tot de conclusie dat het versterkte broeikaseffect niet bestaat, maar wel tot „een bandbreedte aan schattingen van de menselijke invloed”, aldus Van Dorland.
Het zal altijd moeilijk blijven om een link te leggen tussen één winter met een Elfstedentocht en klimaatverandering, of tussen een kwakkelwinter en opwarming van de aarde. Maar dat doet niets af aan de feiten over het versterkte broeikaseffect. „Wereldwijd is het eerste decennium van deze eeuw 0,27 graden warmer dan het laatste decennium van de vorige eeuw”, zegt Van Dorland. „Dus de opwarming gaat gewoon door.”
