Hulp aan Haïti is logistieke nachtmerrie
Drie miljoen van de negen miljoen inwoners van Haïti hebben noodhulp nodig, schat het Rode Kruis. Uit tientallen landen is hulp onderweg.
Rotterdam, 14 jan. Minder dan 36 uur na de vernietigende aardbeving in Haïti – een van de armste landen ter wereld – is een van de grootste internationale hulpoperaties van de afgelopen jaren op gang aan het komen. De komende uren en dagen zal een golf van reddingswerkers en hulpgoederen het kleine vliegveld van Port-au-Prince, de zwaar getroffen hoofdstad van het Caraïbische land, overspoelen. Maar daarna volgt mogelijk een logistieke nachtmerrie.
Een woordvoerder van de VN-noodhulporganisatie (OCHA) zegt telefonisch vanuit Genève dat zij een „enorme logistieke uitdaging” voorziet. Vanuit tientallen landen van over de hele wereld (onder meer de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk, diverse Latijns-Amerikaanse landen en China) zijn hulpwerkers, snuffelhonden en militairen onderweg om te helpen bij de rampbestrijding. Maar die moeten allemaal gecoördineerd worden, zodat dat effectief gebeurt, zegt de woordvoerder. En dat wordt een helse klus. „Ondertussen worden de behoeftes met het uur groter.” In de straten van Port-au-Prince worden nu pick-uptrucks gebruikt als ambulances, deuren als brancards.
Daarbij zijn er grote problemen rond het vliegveld zelf. Er is nog altijd geen elektriciteit waardoor de verkeerstoren buiten werking is. De landingsbaan is intact, maar de vraag is of er voldoende mensen zijn om de hulpgoederen te lossen. De woordvoerder van OCHA noemt het vliegveld een „flessenhals”. Daarnaast is de infrastructuur in Haïti door de beving – de zwaarste in meer dan honderd jaar – totaal vernield. Wegen zijn kapot, communicatielijnen verbroken. Ook dat zal de hulpacties mogelijk ernstig belemmeren.
Reddingswerkers
Volgens de woordvoerder zal OCHA voorlopig de coördinatie voeren over de reddingswerkers, voedsel, drinkwater en medicijnen. Daarbij zal de organisatie worden bijgestaan door de vredesmissie van de VN die sinds 2004 in Haïti is. Die missie telt 9.000 man maar een aantal van hen wordt vermist. Ook zou het Amerikaanse leger meehelpen. Er is een coördinatiecentrum bij het vliegveld opgezet dat de reddingswerkers zal opvangen en zal aansturen, alsook de voedselhulp en medicijnendistributie zal coördineren.
37 reddingsteams vanuit de hele wereld zullen worden aangestuurd door de VN-noodhulporganisatie. Verschillende landen hebben echter ook militaire hulp gestuurd, zoals de VS. Onduidelijk is nog hoe die gecoördineerd wordt.
Een woordvoerder van het Internationale Comité van het Rode Kruis spreekt per telefoon vanuit Genève van een „zeer, zeer complexe operatie”. Ook hij vreest voor de „logistieke beperkingen” rond het vliegveld. Hij verwacht dat de coördinatie van de verschillende hulpacties een van de grootste moeilijkheden zal worden.
Bulldozers
De Haïtiaanse regering is bij de crisis niet bij machte om veel te doen. Deze ramp is voor een klein land als Haïti te groot om op voorbereid te kunnen zijn, zegt Thea Hilhorst, hoogleraar Humanitaire Hulp en Wederopbouw aan Wageningen Universiteit. „Het zou ook niet goed zijn als ze het wel zelf zouden aankunnen. Dat zou betekenen dat ze een aantal jaarbudgetten in bulldozers en voorraden hadden moeten stoppen voor een aardbeving die misschien wel en misschien niet kwam. Voor een ramp als deze heb je behoorlijk zwaar materieel nodig. Dat hebben ze gewoon niet.”
Drie miljoen van de negen miljoen Haïtianen hebben noodhulp nodig, schatte het Rode Kruis gisteren in. En dat in een land waar de voorzieningen al bijzonder slecht waren en waar de overheid niet is uitgerust met een rampenplan voor grootschalige reddingoperaties en geïmproviseerde opvangcentra, zoals er in Nederland veldbedden in sporthallen worden neergezet als de treinen uitvallen.

Dat het land al jaren te kampen heeft met geweld heeft nadelen en voordelen, denkt Hilhorst: „Door het geweld zijn de instituties volledig geërodeerd”, en kunnen de slachtoffers nu geen beroep doen op hun overheid. „Maar juist door de oorlog is er veel infrastructuur voor hulp: de VN zijn er op grote schaal aanwezig en er zijn veel hulporganisaties die goede contacten hebben met de bevolking.”
Je ziet hetzelfde gebeuren als in Sri Lanka, na de tsunami in 2004, zegt Hilhorst. Daar woedde destijds een oorlog tussen het leger en de Tamil Tijgers. De hulp voor de oorlog loopt over in een hulpoperatie voor de natuurramp. „De vraag is alleen in hoeverre de hulporganisaties zelf getroffen zijn. In dat geval ben je erg aangewezen op hulp van buitenaf.” Dat laatste leek gisteren het geval. Veel hulporganisaties kunnen hun mensen maar moeilijk bereiken.
Over het lot van de achttien andere Nederlanders is nog niets bekend. Het is
nog onduidelijk of er gewonden zijn bij de twintig personen van wie zeker is
dat zij de aardbeving overleefd hebben.
Een Nederlander in Haïti meldde gisteren tegenover persbureau ANP dat twee
Nederlandse families onder het puin zouden liggen van een hotel in
Port-au-Prince dat ingestort was. Van hen zou sinds het instorten niks meer
vernomen zijn. Het ministerie heeft deze berichten echter nog niet kunnen
bevestigen.
Buitenlandse Zaken meldde gisteren verder dat voor zover bekend er twintig
Nederlanders in Haïti wonen en er achttien Nederlanders in het land op
reis of op vakantie zijn.
Gerelateerde artikelen:
- Humanitaire ramp dreigt in Haïti
- Humanitaire ramp dreigt in Haïti
- Humanitaire ramp dreigt in Haïti
- Humanitaire ramp dreigt in Haïti
- Twee miljoen noodhulp voor Haïti
- Twee miljoen noodhulp voor Haïti
- Aardbeving Haïti kwam niet voor iedereen onverwacht
- Aardbeving Haïti kwam niet voor iedereen onverwacht
- Aardbeving Haïti kwam niet voor iedereen onverwacht
- Nederlands reddingsteam vertrokken naar Haïti
- Nederlands reddingsteam vertrokken naar Haïti
