Jesse Jackson: er heerst irrationele anti-Barackomanie

Arm in arm met twee leerlingen van het 4e Gymnasium uit Amsterdam loopt de Amerikaanse dominee Jesse Jackson vrijdag door De Oude Kerk in Amsterdam.
Door onze redacteur Mark Beunderman

Nu Barack Obama iets langer dan een jaar regeert, vindt dominee Jesse Jackson de psychologische impact van het presidentschap voor de zwarte gemeenschap nog steeds groot. Maar hij blijft kritisch. „Obama moet naar het morele centrum opschuiven.”

Amsterdam. 7 febr. „I want to cut his nuts off.” Zo praatte dominee Jesse Jackson, icoon van de zwarte burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten, in de zomer van 2008 over presidentskandidaat Barack Obama.

Jesse Jackson

De jonge Jesse Jackson (geboren in 1941) viel burgerrechtenleider dominee Martin Luther King in de jaren zestig op vanwege zijn energie en organisatietalent. Hij gaf hem in 1966 de leiding over Operation Breadbasket, een boycotactie van blanke bedrijven die geen zaken deden met zwarten. Maar Dr. King botste gauw met Jackson vanwege het temperament en de persoonlijke ambities van zijn leerling.
In 1984 was Jackson de eerste zwarte kandidaat die een Democratische voorverkiezing won, met zijn ‘Regenboogcoalitie’ van zwarten, latino’s, vrouwen en linkse liberals. Ook in 1988 voerde hij een linkse campagne, waarin hij onder meer autofabrikant Chrysler ‘economisch geweld’ verweet na de sluiting van een fabriek.
Jackson is voor een oudere generatie zwarten nog steeds een leidersfiguur, maar is ook controversieel, onder meer vanwege negatieve uitlatingen over Joden in de jaren zeventig en tachtig. Jackson werd door de presidenten Reagan en Clinton ingezet voor onderhandelingen over de vrijlating van gevangengenomen Amerikaanse militairen.

Jackson sprak losjes op FOX News, terwijl hij dacht dat camera en microfoon uit stonden. De dominee, oud-medewerker van Martin Luther King, viel Obama aan nadat die de rol van zwarte vaders in de opvoeding aan de kaak had gesteld. „Te veel” zwarte vaders zijn er niet voor hun kinderen, had Obama gezegd, nota bene in een zwarte kerk. „He's talking down to black people,” zo reageerde Jackson afwijzend.

Ondanks deze botsing steunde Jackson (69) Obama in de race naar het Witte Huis. De Democraat Jackson, die zelf tweemaal een gooi deed naar het presidentschap in de jaren tachtig, huilde voor het oog van de camera’s toen Obama op 4 november 2008 zijn verkiezingsoverwinning vierde in Grant Park in Chicago.

Vorige week was de predikant-activist op bezoek in Nederland. In een gesprek in de Amsterdamse Stadsschouwburg benadrukt hij dat hij in zijn leven „zes keer” op Obama stemde - ook bij eerdere Senaatsverkiezingen in Illinois. „Maar we behouden ons het recht voor om het met elkaar oneens te zijn, zonder dat dit een bedreiging vormt voor onze band.”

Impact

Nu Obama iets langer dan een jaar regeert, vindt Jackson de psychologische „impact” van het presidentschap voor de zwarte gemeenschap nog steeds groot. „Als een zwarte president kan zijn, bestaat er niets meer wat wij niet kunnen zijn." Maar de raciale kloof tussen blank en zwart is volgens de predikant nog steeds even diep. „Obama wilde van zijn zwarte huidskleur geen campagnethema maken . Maar dat wil niet zeggen dat dit nu geen thema meer is.”

„De rassenongelijkheid is diep verankerd in de Amerikaanse instituties en moet niet worden onderschat”, zei Jackson. In het Amerika van Obama blijven sociaal-economische ongelijkheid en discriminatie voortbestaan. En daarmee ook de achtergestelde positie van zwarten.

Jackson steunt Obama’s pogingen om de sociale ongelijkheid weg te nemen – bijvoorbeeld in de gezondheidszorg. Uit een studie van het Sinai Urban Health Institute in Chicago bleek in december dat rond de 3.200 zwarten per jaar in die stad sterven door hun slechte gezondheid en door beperkte toegang tot zorg. „Dat zijn meer doden in één stad in één jaar dan het aantal slachtoffers van de terroristische aanslag van 11 september”, aldus Jackson.

Maar de dominee is het nog steeds niet eens met Obama’s stelling dat zwarte mannen soms ook zélf verantwoordelijk zijn voor de achtergestelde positie van zichzelf en hun kinderen. „Er is geen bewijs voor dat zwarte mannen niet hard werken of niet goed voor hun kinderen zorgen. Meestal kunnen ze gewoon geen werk vinden en discriminatie in de huisvesting en in het onderwijs zijn substantieel.” 

Jackson is ook kritisch over het huidige economische beleid van Obama. „Zijn prioriteit was het redden van de banken, anders was de hele economie ineen gezakt. Dat was een goede zaak, behalve dat de redding niet was verbonden aan nieuwe investeringen, zoals het opknappen van woningen. De banken kozen ervoor om weer met elkaar te gaan handelen, in plaats van geld te lenen aan burgers.”

Morele centrum

Hij roept Obama op om na de mokerslag van de senaatsverkiezingen in Massachusetts vorige maand – overtuigend gewonnen door een Republikein – niet naar het politieke centrum op te schuiven. „Hij moet naar het morele centrum opschuiven,” zegt Jackson, waarmee hij bedoelt: verder naar links. Over de banken zegt hij: „Die moeten niet alleen verbaal worden uitgedaagd, maar ook worden geherstructureerd. We hebben kleinere banken nodig om de economie weer op te bouwen. We moeten het kapitaal democratiseren.”

Jackson erkent dat Obama veel politieke tegenstand van rechts ondervindt. „Er heerst een irrationele anti-Barackomanie. Ik heb nog nooit eerder zo’n toewijding gezien om iemand in diskrediet te brengen.” Speelt hier racisme mee? „Niemand van zijn tegenstanders zou het toegeven, maar ik geloof dat we hier te maken hebben met wolven in schaapskleren.” 

Gepubliceerd in:
Buitenland