Burgerdoden bij NAVO-aanval in Uruzgan

Kamp Holland in oktober 2008.

AP, Reuters

Kabul, 22 febr. In de Afghaanse provincie Uruzgan zijn gisterochtend zeker 27 burgers omgekomen bij een bombardement door de NAVO-missie ISAF. Dat heeft de Afghaanse regering vandaag verklaard. Ook ISAF erkent dat er burgerslachtoffers zijn gevallen.

De internationale missie bevestigde gisteren dat zij een groep personen heeft aangevallen waarvan voor de militairen pas achteraf duidelijk was dat er vrouwen en kinderen onder waren. ISAF dacht dat het opstandelingen betrof die een patrouille van Afghaanse en internationale militairen wilden aanvallen.

Volgens het Afghaanse ministerie van Binnenlandse Zaken werd de aanval uitgevoerd op drie minibusjes met 42 personen aan boord, allen burgers. Zij reden op een weg in een regio waar Nederlandse militairen niet of nauwelijks actief zijn, op de grens van Uruzgan en de provincie Day Kundi. Wel zijn in die regio de twee kleine Amerikaanse bases Cobra en Anaconda gevestigd, waar al jaren Amerikaanse special forces gelegerd zijn. Het Nederlandse ministerie van Defensie meldt dat er geen Nederlandse militairen betrokken waren bij het incident.

Juist een dag eerder had president Karzai bij de opening van het parlement een emotionele oproep gedaan om het aantal burgerdoden te verminderen. „We moeten het punt bereiken waarop er geen burgerdoden meer zijn. We zullen onze inspanningen en kritiek voortzetten tot we dat doel bereikt hebben”, zei hij. De Afghaanse regering noemt het bombardement „niet te rechtvaardigen”.

De bevelhebber van alle internationale militairen in Afghanistan, de Amerikaanse generaal Stanley McChrystal, heeft aan Karzai overgebracht „extreem bedroefd” te zijn over „het tragische verlies van onschuldige levens” en toegezegd dat ISAF de „inspanningen zal verdubbelen om het vertrouwen te herwinnen”.

Na zijn aantreden vorig jaar juni vaardigde McChrystal strenge gevechtsregels uit om het aantal burgerdoden te verminderen. Het aantal burgers dat door toedoen van de internationale troepen omkomt is sindsdien gedaald, al zijn er nog geregeld incidenten. Donderdag kwamen zeven Afghaanse politieagenten om bij een bombardement in het noordelijke Kunduz. Vorige week zondag werden twaalf burgers gedood bij de gevechten in Marjah, in het zuidelijke Helmand. Het bombardement in Uruzgan is het dodelijkste voor burgers sinds in september vorig jaar tientallen burgers werden gedood bij een aanval op twee tankwagens in Kunduz.

In Marjah, waar tien dagen geleden is begonnen met een van de grootste offensieven sinds de val van het Talibaan-regime, wordt nog altijd felle tegenstand geleverd. Gisteren viel de dertiende internationale dode. Generaal David Petraeus, bevelhebber van alle Amerikaanse troepen in de regio, noemde het offensief in Marjah „het openingssalvo in een campagne tegen de Talibaan die twaalf tot achttien maanden kan duren.”

Gepubliceerd in:
Buitenland
Binnenland
Uruzgan
Nieuwsbrief