De regen is nu de grote vijand in Haïti

Achter een deels verwoeste wijk in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince is een provisorisch tentenkamp opgericht. Een aantal kampen moet worden ontruimd wegens gevaar voor aardverschuivingen.
Door onze correspondent Philip de Wit

Dakloos, geen sanitaire voorzieningen en het regenseizoen begint bijna. Een nieuwe ramp dreigt voor 1,3 miljoen Haïtianen.

Port-au-Prince, 13 maart. Twee maanden na de aardbeving in Haïti hangt een nieuwe dreiging in de lucht. De afgelopen weken heeft het al een paar keer flink geregend, in mei begint het regenseizoen.

Fanold Porcenat, een autoverkoper die woont in een tentenkamp in Port-au-Prince, is een van de naar schatting meer dan 1,3 miljoen mensen die dakloos is geworden door de aardbeving. Een groot deel van hen woont in geïmproviseerde kampen, zo’n vijfhonderd in totaal, met een omvang van 20.000 tot 60.000 mensen.

Dit is het begin van een reportage van onze correspondent Philip de Wit vanuit Haïti. (Web-)abonnees van NRC Handelsblad kunnen de hele reportage in de krant van zaterdag 13 maart lezen, in de digitale editie of met de iPhone-applicatie. In diezelfde krant een artikel over het dodental van de ramp. Hoe wordt het dodental vastgesteld en hoe belangrijk is het voor de overlevenden?

Porcenat vertelt hoe hij heeft geprobeerd om zijn zelfgemaakte tent van binnen droog te houden. Maar het kamp ligt op een hellend plein. Het regenwater stroomde hellingafwaarts. En niet alleen water stroomt naar beneden, al het vuil van de straat stroomt mee, tussen de tenten door, of naar binnen. Ook ontlasting, want toiletten zijn er niet in het kamp.

Porcenat: „Het stinkt hier. Eerst was er de geur van dood in de straten, nu die van ontlasting. De regen verspreidt het vuil. Het kan drinkwater besmetten en ziektes veroorzaken. Veel kinderen hebben al last van diarree.”

Iedereen maakt zich zorgen: de tentenkampbewoners, hulporganisaties, de Verenigde Naties en de regering. Afgelopen woensdag waarschuwde de Amerikaanse president Obama tijdens een bezoek van zijn Haïtiaanse collega Préval, dat „een tweede ramp” moet worden vermeden: een grootschalige uitbraak van ziektes door gebrekkige sanitaire voorzieningen.

Duizenden tenten en toiletten zijn nodig. Het risico op zo’n ‘sanitaire ramp’ is groot. Veel van de afvoerputten in de stad zijn deels verstopt door ophopend afval. Er wordt gevreesd voor uitbraken van ziektes als tyfus, cholera, malaria en dengue.

„Eind dit jaar willen we 55.000 toiletten (chemische en latrines) in de stad hebben staan, gemiddeld een voor twintig mensen. Nu is er een wc beschikbaar per honderd mensen”, zegt Souleymane Sow, coördinator van het sanitaire cluster van UNICEF.

Er is ook transport nodig, om de ontlasting naar een stortplaats te rijden. Op zijn minst 45 vrachtwagens volgens UNICEF. En de kanalen en de riolen in de stad moeten worden schoongemaakt. „Als die vollopen met water en alles komt naar boven drijven, dan heb je grote problemen”, zegt Sow.

Gepubliceerd in:
Buitenland