Extremisten dwingen radiostilte af in Somalië
Mogadishu, 14 april. Het was al verboden om nog naar films en voetbal op televisie te kijken, gemengd te dansen en de milde drug qat te kauwen. Nu kunnen de meeste Somaliërs ook niet meer naar muziek luisteren.
Een dozijn radiostations in de Somalische hoofdstad Mogadishu draait sinds gisteren geen muziek meer op last van de streng-islamitische opstandelingenbeweging Hizbul-Islam. Muziek is on-islamitisch, vindt Hizbul-Islam. De gewapende beweging had de radiostations een ultimatum gesteld dat gisteren afliep.
De meest extremistische strijdgroep in Somalië, Al-Shabaab, sloot afgelopen week al steunzenders van de BBC in vijf steden waaronder Mogadishu. De maatregel is een vergelding voor sancties van de Britse regering. Al-Shabaab staat in Londen op de lijst van terreurorganisaties.
De ban op muziek komt hard aan bij Somaliërs, die een sterke orale en muzikale traditie kennen. Radio is bovendien een belangrijk communicatiemiddel in het van oudsher nomadische land, waar twintig jaar oorlog de toch al beperkte infrastructuur ernstig heeft aangetast.
Inwoners van Mogadishu kunnen nu alleen nog luisteren naar de regeringszender en een vanuit buurland Kenia opererende, door de VN gefinancierde zender.
Somalië ondergaat opnieuw een ‘talibanisering’. In 2006 vestigde de Unie van Islamitische Rechtbanken een fundamentalistisch bewind. Veel Somaliërs waardeerden de orde en regelmaat, maar verafschuwden de sociale en culturele decreten. De Unie werd eind 2006 verdreven door soldaten uit het christelijke Ethiopië. Sindsdien rukken extremisten weer op.
