Britse verkiezingsgids

Een vrouw en haar hond lopen naar een stembureau in Londen.
Door onze redacteur Dirk Vandenberghe

Ruim 45 miljoen Britten krijgen vandaag de kans om een nieuw Lagerhuis te kiezen. Hoe gaat dit in zijn werk? Een korte gids.

1. Waarom zijn er nu verkiezingen?

De Britten stemmen minstens om de vijf jaar voor een nieuw Lagerhuis. Het is de premier die bepaalt wanneer de verkiezingen worden gehouden. De laatst mogelijke datum was deze keer 3 juni 2010, maar Gordon Brown koos voor 6 mei.

2. Hoe worden de verkiezingen georganiseerd?

De Britten kiezen 650 Lagerhuisleden. Ze doen dat in 650 aparte kiesdistricten, zogenaamde constituencies. Dat gebeurt volgens het zogenaamde ‘first past the post’-principe: de kandidaat die de meeste stemmen behaalt in een district, is het nieuwe Lagerhuislid voor dat district. Niet alle districten zijn even groot, het aantal kiezers per district varieert van iets meer dan 55.000 tot bijna 80.000.

3. Zijn de districten altijd hetzelfde?

Neen, voor iedere verkiezingen worden districten aangepast. Grenzen worden verlegd, sommige districten worden uitgebreid, andere ingeperkt. De grenzen worden vastgelegd door een speciale onafhankelijke commissie. Deze keer werden de grenzen aangepast van 478 van de 533 Engelse kiesdistricten, 22 van de 40 Welsche districten en alle 18 districten in Noord-Ierland. Ook zijn er niet altijd evenveel districten, en dus evenveel Lagerhuisleden. Donderdag kiezen de Britten 650 Lagerhuisleden, dat zijn er vier meer dan vijf jaar geleden.

Fotoserie
Bekijk een fotoserie van de Britse verkiezingen.

4. Is er geen kritiek op het aanpassen van de grenzen?

Nu veel minder dan vroeger, al hebben de Britten er lange tijd op hun gekende manier de draak mee gestoken. Tot in de 19de eeuw oefenden de politieke partijen veel invloed uit op het aanpassen van de grenzen. Districten met een erg kleine populatie werden ‘rotten boroughs’ genoemd. In de 17de eeuw waren er districten met minder dan tien kiezers. Het districtenstelsel speelt een belangrijke rol in The Pickwick Papers, het debuut van Charles Dickens uit 1836. In de satirische roman Melincourt, or Sir Oran Haut-Ton uit 1817 van Thomas Love Peacock wordt een oerang-oetan genaamd Sir Oran Haut-Ton gekozen in het parlement door de ‘ancient and honourable borough of Onevote.’

5. Heeft het districtensysteem nog andere gevolgen?

Door de opsplitsing in districten vertelt het landelijke percentage aan behaalde stemmen niet zo veel over het aantal zetels dat wordt binnengehaald. Zo behaalde het sociaal-democratische Labour in 1997 43,2 van de stemmen maar kreeg het wel 63,6 procent van de zetels in het Lagerhuis. In 2001 kreeg Labour opnieuw 43 procent van de stemmen maar het aantal zetels daalde naar 57 procent. In 2005 daalde Labour naar 35,2 procent van de stemmen maar bleef het wel 55 procent van de zetels behouden. Het komt er op aan om voldoende zetels binnen te halen in spannende districten. Britten houden daar speciale lijstjes van bij. Bekijk een kaartje met ‘key seats’.

6. Is er geen verzet tegen het districtenstelsel?

Labour en de Conservatieve Partij (de Tories) willen het systeem het liefste behouden, omdat het ervoor zorgt dat Groot-Brittannië in de praktijk bestaat uit deze twee grote machtsblokken. De Liberaal-Democratische Partij wil het districtenstelsel afschaffen ten faveure van een evenredigheidsstelsel, zoals dat in veel West-Europese landen is. De LibDems ondervinden het meeste nadeel van het huidige stelsel. In 1997 kregen ze met 19 procent van de stemmen 52 zetels in het Lagerhuis. In een evenredigheidstelsel zouden dat er ongeveer 120 zijn geweest. In 2005 behaalden de LibDems 22,1 procent van de stemmen, maar slechts 9,6 procent van de zetels.

Weblog Onze correspondent Floris van Straaten blogt over de verkiezingscampagne op nrc.nl/downingstreet10.

Uit opiniepeilingen uit 1999 en 2000 bleek dat ruim 60 procent van de Britten ook voor proportionele vertegenwoordiging is zoals de LibDems dat graag zouden willen. Een recente peiling van YouGov begin deze maand gaf aan dat 54 procent voor is, 16 procent tegen en 29 procent onbeslist. Gordon Brown beloofde dat er een referendum zou komen over het kiessysteem als hij donderdag de verkiezingen zou winnen.

7. Hoeveel partijen doen er mee aan de verkiezingen?

Naast de drie bekendere grotere partijen Labour, de Conservatieve Partij en de Liberaal-Democratische Partij doen er nog tal van andere partijen mee aan de verkiezingen, maar die hebben niet in alle districten een kandidaat. Soms gaat het om lokale of nationalistische partijen, zoals de Scottish National Party, het Welsche Plaid Cymru of Sinn Fein en de Democratic Unionist Party uit Noord-Ierland. Nog in Noord-Ierland neemt de Social Democratic and Labour Partij deel, de Ulster Conservative and Unionist New Force, de afsplitsing Traditional Unionist Voice en ook de Alliance Party, met katholieken en protestanten op de lijst.

Verder zijn er de anti-Europese UK Independence Party en de nationalistische English Democrats die pleiten voor een Engels parlement, de extreem-rechtse British National Party, de Green Party en de Scottish Green Party, de Green Party Northern Ireland, en links van Labour zijn er de Scottish Socialist Party en de Trade Unionist and Socialist Coalition, en Respect, een linkse anti-oorlogspartij met 1 vertegenwoordiger.

Een overzicht van bijna alle deelnemende partijen.

8. Wat is er behalve de districten nog anders in vergelijking met 2005?

Voor het eerst sinds 1979 hebbeen de drie kopstukken van de grote partijen nooit eerder een verkiezingscampagne geleid. Gordon Brown van Labour werd pas partijleider in 2007 na het aftreden van Tony Blair, en ook voor David Cameron van de Conservatieve Partij en Nick Clegg van de Liberaal-Democratische Partij zijn het de eerste grote verkiezingen. Clegg maakte indruk tijdens een andere innovatie, een reeks van drie tv-debatten naar Amerikaans model met de drie belangrijkste partijleiders. Dankzij onder meer die goede prestatie staan de LibDems er uitstekend voor in de peilingen en zouden ze in percentage de tweede partij van het land kunnen worden. Volgens een gemiddelde van alle peilingen staan de Tories op 34 procent, de LibDems op 29 procent en Labour op 27 procent.

Een overzicht van de peilingen.

9. Wat staat er op het spel?

Dit beloven de spannendste verkiezingen te worden sinds 1992, zeker sinds de opmars van de LibDems in de peilingen. Daarvoor werd een harde strijd verwacht tussen Labour en de Conservatieve Partij, met een licht voordeel voor die laatste. Volgens de peilingen kan de situatie ontstaan dat geen enkele partij de absolute meerderheid van 326 zetels in het Lagerhuis behaalt, wat de Britten een zogenaamd ‘hung parliament’ noemen. Dat is voor Groot-Brittannië een ongebruikelijke situatie.

David Cameron
De Britse Conservatieven maken voor het eerst sinds dertien jaar goede kans de verkiezingen te winnen. Wie is hun kandidaat-premier en welke politieke koers staat hij voor? 1 mei 2010 stond in NRC Handelsblad een achtergrondartikel van onze correspondent Floris van Straaten. (Web-)abonnees kunnen het verhaal nalezen via de digitale editie.

10. Wie vormt er na de verkiezingen de regering?

Meestal behaalt één partij de absolute meerderheid en vormt die dan de regering, zoals Labour na de afgelopen drie verkiezingen. Nu bestaat de kans dat geen enkele partij de meerderheid behaalt, waardoor de Britten nu al speculeren over een ‘hung parliament’ en een coalitieregering. Dat gebeurde voor het laatst tijdens de economische crisis in de jaren zeventig. Ook tijdens de wereldoorlogen kende Groot-Brittannië coalitieregeringen. Wat er moet gebeuren bij een hung parliament, beschreef het Lagerhuis in een document .

Als een grote partij onvoldoende Lagerhuisleden telt om een meerderheidsregering te vormen, dan kan ze samenwerking zoeken met bijvoorbeeld de Liberaal-Democraten of Schotse of Welsche nationalisten. De Scottish National Party, die mikt op een twintigtal Lagerhuisleden, heeft gezegd niet te willen deelnemen aan een coalitieregering, maar dat wordt door analisten geïnterpreteerd als verkiezingsretoriek. De Liberaal-Democraten speculeren volop over met wie ze eventueel het liefst in zee zouden willen gaan. Ook een minderheidsregering behoort tot de mogelijkheden, maar die moet dan voor ieder wetsvoorstel partners zoeken om aan een meerderheid te komen.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Buitenland