Spaanse vlag blijft een heikel punt in de regio

De Spaanse bondscoach Vicente del Bosque staat met zijn team tegenover Nederland in de finale van het WK voetbal in Zuid-Afrika.
Door onze correspondent Merijn de Waal

De verrichtingen van het Spaanse voetbalelftal roepen lang niet in alle regio’s enthousiasme op. In Catalonië en Baskenland is ook het WK inzet van politieke strijd.

Galaroza, 10 juli. Wie dezer dagen in Andalusië een kroeg, fabriek of winkel binnenloopt, hoeft niet te vertellen dat hij Nederlander is om elk gesprek op voetbal uit te laten draaien. Ook hier wordt de hele dag gediscussieerd over de opstelling morgen (grootste twistpunt: Torres wel of niet terug in de basis). Praat iedereen over pulpo Paul (en op welke manier hij bereid zou moeten worden, wanneer zijn voorspelling niet uitkomt). En gaan de meeste mensen ervan uit dat hun eigen land wint – al citeren ze ook vaak de voetbalwijsheid dat ‘elke wedstrijd een wereld op zich is’.

Experts en octopus benoemen Spanje tot favoriet. Volg de ontknoping van het WK voetbal in Zuid-Afrika op het blog WK 2010.

Dit is echter Zuid-Spanje. Loyaliteit aan het nationale voetbalelftal is in Spanje een gecompliceerde kwestie, sterk afhankelijk van regionale afkomst. Steun geven aan La Roja kent verscheidene nuances, zelfs – of juist – met de wereldtitel binnen handbereik.

'De Staat'

Twee noordelijke regio’s, Catalonië en Baskenland, springen er daarbij uit. Hier is van oudsher amper enthousiasme voor de verrichtingen van La Roja. Voor veel inwoners vertegenwoordigt het nationale elftal wat zij cryptisch „de Staat” noemen: Spanje, de koning en de centrale regering in Madrid. Een aanzienlijk deel van de Catalanen en Basken heeft daar niets mee op. De meesten willen meer regionale autonomie, een kleine minderheid zelfs volledig onafhankelijkheid.

Tijdens de Franco-dictatuur werd dit separatisme hardhandig onderdrukt. En ook dertig jaar na de overgang naar de democratie is er nog veel onmin. In Baskenland en Catalonië hangen, anders dan in de rest van het land, daarom zo goed als geen Spaanse vlaggen aan de balkons. Niemand wil voor facha (fascist) worden uitgemaakt of een steen door zijn ruit riskeren. Nederlandse toeristen op vakantie in Baskenland of Catalonië kunnen morgen veilig hun eigen land aanmoedigen en nog autochtone medestanders aantreffen ook.

Het betekent niet dat er in die regio’s helemaal niet voor Spanje wordt gejuicht. Na de laatste duels vertoonden zich ook hier feestende fans op straat. In Barcelona in groepjes die in omvang opliepen tot enkele duizenden personen. In één enkel geval bleek dit niet zonder risico. Zo werd in Pamplona (in de regio Navarra, dat volgens Baskische nationalisten deel uitmaakt van Baskenland) een groepje fans uit Cádiz na de halve finale door ETA-jongeren in elkaar geslagen.


Nederland en Spanje op weg naar de finale. Klik op de foto om een fotoserie te zien (popup).

Deze politisering van de sportieve voorkeur maakt dat het WK ook inzet kan worden van politieke strijd. Zo stemde de gemeenteraad van de Baskische hoofdstad Bilbao deze week tegen het ophangen van een groot tv-scherm, zoals voorgesteld door de rechts-conservatieve, centralistische Volkspartij (PP). Ook Barcelona wees zo’n scherm voorafgaand aan de halve finale af. Morgen zal er in de Catalaanse stad wel een hangen. De gemeente zegt van mening te zijn veranderd omdat het een handig middel is alle fans, onder wie waarschijnlijk veel toeristen, op één plek te kunnen concentreren.

Relletje

Het regionationalisme in de sport leidt ook regelmatig tot een sappig nationaal relletje. Zo was er vorig jaar de omstreden tv-registratie van de finale om de Copa del Rey tussen FC Barcelona en Atlethic de Bilbao. De traditie wil dat tijdens de finale de naamgevers van de beker, koning Juan Carlos en zijn vrouw Sofía, op de tribune zitten. Net als de rest van Spanje had de publieke omroep al weken zien aankomen dat met louter Basken en Catalanen in het stadion het nationale volkslied overstemd zou worden door een fluitconcert.

Dit publiek affront voor het koninklijk paar wilde TVE blijkbaar niet uitzenden. In plaats daarvan toonde ze beelden van verzamelde fans in Bilbao en Barcelona. In de rust legde de commentator uit dat het volkslied was overgeslagen door een ‘menselijke fout’. In Baskenland en Catalonië – en alle andere delen van het land – werd dit uiteraard niet geloofd.

Dit jaar kregen het koninklijk huis en Spanje-gezinde voetbalfans hun sportieve revanche. De bekerfinale ging nu tussen Atlético de Madrid en Sevilla, twee zeer Spaanse teams. „En het mooiste van alles”, stelt José Luis op een terrasje in het Andalusische dorpje Galaroza, „was dat de twee ploegen elkaar troffen in Nou Camp.” Het stadion van Barcelona hing hierdoor voor de verandering helemaal vol met Spaanse vlaggen, vertelt hij glunderend.

Flexibele loyaliteit

Bijna de helft van het Spaanse elftal dat morgen de finale speelt, is Catalaan of komt uit voor FC Barcelona. Voor sommige La Roja-fans leidt dat tot een flexibele loyaliteit. „Ik vind die Catalanen en hun nationalisme ook maar niks”, zegt een gast op het terras. „Maar ik ben voetballiefhebber. En Barcelona heeft momenteel het beste spel dus ik ben blij dat Piqué, Puyol en Xavi in ons team zitten.”

Zijn buurman is echter radicaler in zijn afkeer van Catalonië. „Ik heb door heel Spanje gereisd, maar in Catalonië zal je me nooit een voet zien zetten”, zegt hij. Naar wedstrijden van Barcelona kijkt hij al jaren niet meer. Zet hij zelfs niet de tv aan om de verrichtingen van de Argentijnse Barcelona-ster Messi te zien? „Zelfs niet voor hem. Moeten die Catalanen maar normaal doen. Dus onthoud: Als we tegen Nederland winnen, dan wint Spanje. Maar als we verliezen, is het de schuld van al die Catalanen in ons elftal.”

Lees dit weekeinde in NRC Handelsblad en in de digitale editie en iPhone-applicatie ook over:

- De geest van Johan Cruijff waart rond in Soccer City. Johan Cruijff stond aan de basis van het attractieve voetbal dat Spanje speelt. Maar Nederland lijkt zich van zijn opvattingen te hebben afgekeerd. Als dat geen boeiende finale wordt.

- Niet elke spelervrouw wil een BN'er worden. Vroeger waren er Truus en Danny, nu zijn het Yolanthe en Silvie. Spelersvrouwen van Oranje stonden altijd in de belangstelling. De huwelijken van ‘1974’ liepen meestal slecht af.

- ‘Pijn van een verloren WK-finale slijt nooit’. Oud-international Ruud Krol (62) over zijn twee finales en zijn ontslag als assistent bij Ajax.

- Freek de Jonge over dromen van een WK. Beklagenswaardig is de jeugd voor wie de stoutste dromen gerealiseerd zijn.

- En meer, veel meer over Oranjegekte.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Buitenland
Sport