Pakistan heeft 450 miljoen dollar nodig
Sukkur, 12 aug. De Verenigde Naties hebben gisteren een internationaal hulpverzoek van 459 miljoen dollar (358 miljoen euro) uitgebracht voor hulp aan de slachtoffers in Pakistan.
De organisatie waarschuwde voor „een tweede golf van doden” als gevolg van ziekte en hongersnood als hulp uitblijft. Tot op heden zijn ruim 1.600 doden geteld.
Internationale donoren hadden vanmorgen 83.611.327 dollar toegezegd voor de slachtoffers van de overstromingen in Pakistan. Gisteren was dat nog 58 miljoen dollar. De oproep van de Verenigde Naties gisteren, leverde op de eerste dag dus 25 miljoen op. De ramp die veertien miljoen Pakistanen treft leidt tot duidelijk minder donaties dan eerdere natuurrampen van kleinere omvang.
President Asif Ali Zardari heeft vandaag voor het eerst het rampgebied bezocht. Dat is twee weken nadat de eerste overstromingen begonnen. Vanmiddag kwam hij aan in Sukkur, in de zuidelijkeprovincie Sindh, waar een dam in de Indus zo zwaar belast is dat gevreesd wordt voor een doorbraak. Zardari ligt onder felle kritiek van Pakistanen omdat hij op reis naar Europa vertrok toen de overstromingen al waren begonnen en pas gisteren terugkeerde. Zijn woordvoerder zei dat de president „zich zou laten informeren over de schade en te nemen maatregelen voor bescherming, reddingswerk en wederopbouw”. Onduidelijk was of hij met slachtoffers zou spreken.
Volgens de VN hebben zes miljoen tot zeven miljoen Pakistanen dringend hulp nodig, en zijn twee miljoen dakloos geraakt. Het is nog altijd moeilijk om slachtoffers te bereiken. Honderden bruggen zijn weggespoeld en wegen onbegaanbaar. Door de vele regen kunnen helikopters die burgers evacueren en hulpgoederen afleveren vaak niet opstijgen.
Het Amerikaanse marineschip USS Peleliu ligt inmiddels voor de kust van de zuidelijke miljoenenstad Karachi. Aan boord zijn negentien extra helikopters en duizend mariniers die snel met reddingswerk zouden beginnen.
