New York Times: Obama voert schaduwoorlog
Rotterdam, 15 aug. De regering-Obama heeft de geheime Amerikaanse oorlog tegen het terrorisme verder opgevoerd dan zij openlijk toegeeft. Dat schrijft The New York Times in een groot artikel over wat zij de ‘schaduwoorlog tegen Al-Qaeda’ noemt. De krant baseert zich op anonieme bronnen (‘American officials’) die vertellen over geheime operaties in meer dan tien landen op twee continenten.
„Het Witte Huis heeft de CIA-campagne van raketaanvallen door onbemande vliegtuigjes in Pakistan opgevoerd, heeft aanvallen op strijders van Al-Qaeda in Somalië goedgekeurd en clandestiene operaties vanuit Kenia op touw gezet. De regering heeft met Europese bondgenoten samengewerkt bij de ontmanteling van terroristische groepen in Noord-Afrika, inclusief een recente Franse aanval in Algerije. En het Amerikaanse ministerie van Defensie heeft gebruikgemaakt van een netwerk van huurlingen om inlichtingen te verzamelen over zaken als schuilplaatsen voor militante moslims in Pakistan en de locatie van een Amerikaanse militair die in handen is van de Talibaan", schrijft The New York Times.
De geheime oorlog begon onder de regering-Bush, schrijft de krant, maar is uitgebreid onder president Obama. De krant tekent daarbij aan dat Obama in de verkiezingscampagne juist veel steun kreeg doordat hij zich in een vroeg stadium had gekeerd tegen de oorlog in Irak. Van vrijwel geen van de operaties die de Verenigde Staten hebben ondernomen is publiekelijk iets bekendgemaakt.
Het pagina’s lange artikel in The New York Times gaat uitvoerig in op een reeks operaties in Jemen, waarvan sommige Amerikaanse regeringsbronnen menen dat de moslimstrijders daar nu een grotere dreiging voor de VS vormen dan de leiding van Al-Qaeda in Pakistan. Sinds december heeft het Amerikaanse leger ten minste vier luchtaanvallen met precisiebombardementen uitgevoerd in Jemen, waarbij strijders van Al-Qaeda het doelwit waren.
De strategie achter de schaduwoorlog wijkt volgens de bronnen die de krant citeert, bewust af van die achter het militaire optreden in Afghanistan en Irak. Niet alleen doordat er geen publiek debat aan de huidige acties vooraf gaat (of kan gaan; ze zijn immers geheim). Maar ook doordat ze geen bewegingen zijn in één grote, overzichtelijke oorlog, maar aanvallen in een geheime campagne die verschillende generaties zal duren, zoals John O. Brennan in mei dit jaar heeft gezegd. Deze belangrijke anti-terreuradviseur van Obama vergeleek de militaire aanpak van deze schaduwoorlog met „de scalpel van een chirurg", in tegenstelling tot „de hamer" die onder president Bush werd gehanteerd.
Het betekent wel, schrijft The New York Times, dat de rol van de CIA is veranderd van spionagebureau in een paramilitaire organisatie. De CIA bombardeert vanuit onbemande vliegtuigjes regelmatig veronderstelde vijandelijke kampen en konvooien. En tegelijkertijd gaat het Pentagon meer op de CIA lijken. Het ministerie van Defensie voert allerlei spionagemissies uit in het Midden-Oosten met, schrijft de krant, nog minder transparantie en controle vanuit het Congres dan de ‘gewone’ geheime missies van de CIA.
De vraag is dus, concludeert The New York Times, wie deze schaduwoorlog moet leiden. De CIA of het Pentagon. En misschien nog wel belangrijker: is de nieuwe strategie van 'de scalpel' succesvol? Maakt het elimineren van individuele terroristen de VS veiliger? Of maakt deze aanpak het gemakkelijker voor Al-Qaeda om zijn activiteiten in Jemen te presenteren als een heroïsche strijd tegen de grote Satan? Een radicale geestelijke die in Jemen is ondergedoken, Anwar al-Awlaki, verspreidde in maart een verklaring via internet, waarin hij zei: „Als we ons George Bush herinneren als de president die Amerika liet vastlopen in Afghanistan en Irak, dan ziet het ernaar uit dat Obama herinnerd wil worden als de president die Amerika liet vastlopen in Jemen."
