Bescheiden akkoord op klimaattop
Rotterdam, 11 dec. De 193 landen die de afgelopen twee weken in de Mexicaanse badplaats Cancún hebben onderhandeld over een nieuw internationaal klimaatverdrag zijn het vanochtend op de valreep eens geworden over een bescheiden akkoord.
Alleen Bolivia blijft zich verzetten, omdat het akkoord niet ver genoeg zou gaan en onvoldoende bijdraagt aan het terugdringen van de opwarming van de aarde.
In het akkoord zijn voorstellen vastgelegd voor een klimaatfonds. Verder zijn kleine stappen gezet op een aantal deelonderwerpen, zoals de overdracht van klimaattechnologie van rijke naar arme landen en de bescherming van tropische bossen.
Het belangrijkste struikelblok was tot op het laatst de vraag of het bestaande klimaatverdrag, het Kyoto-protocol, wordt voortgezet als het in 2012 afloopt. Japan, en ook Rusland en Canada, willen dat niet. Zij pleiten ervoor om de onderhandelingen te concentreren op een heel nieuw verdrag, waarin ook de Verenigde Staten (dat ‘Kyoto’ nooit heeft geratificeerd) en China (dat als ‘ontwikkelingsland’ geen verplichtingen heeft) meedoen. Een besluit over het Kyoto-protocol is doorgeschoven naar de conferentie van volgend jaar in Zuid-Afrika.
Na een nacht doorvergaderen hamerde de voorzitter, de Mexicaanse minister van Buitenlandse Zaken Patricia Espinosa, zaterdagochtend het akkoord af. Ze deed dat ondanks de bezwaren van Bolivia. Volgens Spinosa geeft de eis van consensus, die op dit soort VN-conferenties wordt gehanteerd, individuele landen echter geen vetorecht. Het verzet van Bolivia zal in een voetnoot aan de tekst worden toegevoegd.
Het belangrijkste succes is dat er een officieel besluit is genomen, dat wil zeggen dat het akkoord een bindend karakter heeft. Vorig jaar eindigde de klimaattop in Kopenhagen in een meer vrijblijvende verklaring. Espinosa juichte het akkoord daarom toe als ,,een nieuw tijdperk in de internationale klimaatonderhandelingen”.
Christiana Figueres, het hoofd van het klimaatsecretariaat van de VN, noemde het besluit ,,historisch”. Volgens haar is het de eerste keer dat landen het eens zijn geworden over een breed scala aan mogelijkheden [om klimaatverandering te bestrijden], die vooral ontwikkelingslanden zullen helpen.”
