72 uur kritieke grens overleving
Drie etmalen na een aardbeving volgt de moeilijke keuze tussen het bergen van de doden en het verzorgen van de gewonde overlevenden.
Rotterdam, 15 jan. De kans om onder het puin in Port-au-Prince nog overlevenden te vinden is vrijwel verkeken. Vanavond is het drie etmalen – 72 uur – geleden dat de stad instortte. In het warme Haïti (ongeveer 30°C) houdt bijna geen mens het langer dan twee dagen zonder water uit, zeggen experts.
In Haïti zijn de omstandigheden ongunstig. Na aardbevingen worden gemiddeld 6 dagen later de laatste overlevenden gevonden. Dat schreven Amerikaanse rampenartsen in in 2006 in een overlevingsanalyse van 34 aardbevingen van de afgelopen 25 jaar. Betrouwbare documentatie is er van een overlevende na 13 dagen. Dat was begin januari 2004, in de Iraanse stad Bam. De 56-jarige man was in coma toen hij werd gevonden.
Je moet minstens vijf dagen blijven zoeken, vinden Turkse onderzoekers, hoewel na 48 uur vrijwel alle overlevenden zijn gevonden, bevrijden in de dagen erna de reddingswerkers nog drie procent van de uiteindelijk geredden.
Wonder
Dat waren vaak mensen met lichte verwondingen. Mensen met ernstige kwetsuur zijn binnen een paar dagen dood. Het lijkt dus een wonder als iemand na zes dagen nog levend wordt gered, het hoeft geen verbazing te wekken dat de geredde dan alleen schaafwonden heeft. Flinke verwondingen, ook als er geen open wonden zijn, leiden tot nierschade omdat het lichaam een enorme hoeveelheid afvalstoffen probeert op te ruimen die de nieren niet kunnen verwerken. Vooral niet bij vochttekort.

Na iedere aardbeving verplaatst de aandacht zich van de nog niet geredden naar de overlevenden – al of niet gewond. En naar de lijken, die worden gezien als bron voor besmettelijke ziekten.
‘Het veronderstelde besmettingsrisico van dode lichamen is door onderzoek onderuitgehaald, door talloze observaties, en door epidemiologisch en wetenschappelijk bewijs.’ Zo begint hoofdstuk 3, over gezondheidsgevaren na massale sterfte, van het boek ‘Managament of Dead Bodies in Disaster Situations’. Het is een uitgave van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2004.
- Een reportage over het Nederlandse reddingsteam, dat vastzit op Curaçao.
- Een verhaal over de situatie in Port-au-Prince.
- Een artikel over de inzet van militairen door de VS.
- En een artikel over de EU-noodhulp.
Identificatie
De angst voor dode lichamen heeft in het verleden geleid tot onnodige doden en gewonden. Na de ravage die Hurricane Mitch in 1998 aanrichtte in Midden-Amerika is bijvoorbeeld schaarse brandstof, nodig voor overlevenden, gebruikt voor massacrematie van stoffelijke overschotten. Het WHO-handboek adviseert tegen het begraven van ongeïdentificeerde lijken in massagraven. Identificatie beperkt de psychische schade na een ramp.
Infectieziekten ontstaan vooral door micro-organismen die in of op levende mensen groeien. Gebrek aan zeep en schoon water, en onvoldoende brandstof om voedsel te bereiden en water te ontsmetten zijn belangrijker problemen dan de lijken in de straat.
De bevolking in Haïti is toch al kwetsbaar. Bijna 5 procent van de bevolking is met hiv besmet, of heeft aids. Eén op de twaalf kinderen overlijdt voor het vijfde levensjaar, vaak aan diarree en luchtweginfecties. Infectieziekten eisen dus altijd al een hoge tol. Slechts de helft van de bevolking heeft toegang tot schoon water, of kan gebruik maken van een toilet dat het vuile water goed afvoert. De levensverwachting voor mannen is er 52 jaar, voor vrouwen 56 jaar, aldus een WHO-document dat Haïti beschrijft.
