Iedereen denkt anders over opbouw van Haïti
Port-Au-Prince, 30 jan. Haïtianen denken na over de toekomst van hun land. Langdurige samenwerking met het buitenland is onontbeerlijk, zeggen zij, maar over de invulling lopen de meningen uiteen. De regering vraagt een leidende rol in de toekomst tegen een achtergrond van zwak bestuur, corruptie en armoede.
Uit de puinhopen van de aardbeving moet de komende jaren een nieuw Haïti verrijzen. Niet wederopbouw, maar opbouw is geboden, zegt de Haïtiaanse schrijver Gary Victor, tevens oud-secretaris-generaal van de Senaat. „Dit is een land zonder leiders, de bevolking voelt zich al jaren vergeten. Dat kunnen we nu veranderen.”
Wel wil de Haïtiaanse regering een leidende rol spelen bij de opbouw, zei president René Préval deze week op een hulpconferentie in het Canadese Montreal. Het waren opmerkelijke woorden van de leider van het armste land van het Westelijke halfrond, waar corruptie gebruikelijk is en de Verenigde Naties (VN) sinds 1994 de orde en veiligheid handhaven. Zoveel heeft de geschiedenis van Haïti geleerd: de leiders zijn er altijd op vooruitgegaan, de bevolking blijft grote armoe lijden.
De verdeling van de welvaart is een eeuwenoud probleem in Haïti, vertelt schrijver Victor. De Haïtiaanse revolutie (1771-1804) tegen de Franse kolonisator was in zijn ogen puur een conflict tussen de grootgrondbezitters van gemengd bloed, de mulatten, en hun Franse concurrenten. „Sinds de Fransen weg zijn, is de economie altijd in handen geweest van die families, de mulatten, en laten zwarte politici zich gebruiken om die status quo te handhaven.”
Recente leiders hadden wisselende relaties met de rijken. Dictator François Duvalier of ‘Papa Doc’ won tijdens zijn bewind (1957-1971) aan populariteit door in te spelen op de brede aversie tegen de mulattenelite. Met het societyhuwelijk tussen zijn zoon Jean-Claude Duvalier alias ‘Baby Doc’_en Michèle Bennet in 1980 herwon deze bovenlaag invloed.
Oud-president Jean-Bertrand Aristide had weer een openlijke afkeer van de mulattenelite. Het gevolg was dat de rijken de militaire junta alle steun gaven bij de staatsgreep in 1991. Bij zijn kortstondige terugkeer als president drie jaar later móést Aristide de mulattenelite wel betrekken bij het vormen van een regering.
Nationaal comité
Nu nog zijn de belangrijkste industrieën in handen van een tiental mulattenfamilies. Ze dienen volgens schrijver Victor vooral hun eigen belangen – niet die van de zwarte meerderheid.
Victor heeft een radicale oplossing. Als het aan hem ligt, wordt het land de komende tien jaar bestuurd door een nationaal comité, met experts op het gebied van onder meer infrastructuur, openbaar bestuur, onderwijs en gezondheidszorg. „Je hebt helemaal geen politici nodig. Dat zijn mensen zonder vaardigheden, aan de macht gekomen door kiezers om te kopen. Daarmee kan je geen land opbouwen.”
Op de vraag of inderdaad een regering van nationale eenheid nodig is, heeft Sorel Jacinthe, parlementariër van de linkse alliantie FUSION, geen antwoord. Haïti heeft al een gekozen regering en die werkt nu intensief samen met de oppositie, zegt Jacinthe, lid van de nieuwe Oriëntatiecommissie. In dit orgaan bespreken regeringsleden en parlementariërs de toekomst van Haïti. Volgens Sorel zijn er vooral grote staatkundige hervormingen nodig. Met 129 volksvertegenwoordigers op negen miljoen inwoners telt het parlement te veel leden, vindt hij.
En het land moet simpeler worden ingedeeld. „De provincies (tien in totaal, red.) en de burgermeesters hebben te weinig macht en verantwoordelijkheid en zijn daardoor minder slagvaardig. Dat moet veranderen, zeker nu grote stromen mensen naar de provincies zijn gevlucht. Port-au-Prince zal macht moeten afstaan.”
Tegelijkertijd is een sterke overheid nodig om de naleving van de wet te verzekeren, vindt Jacinthe. De schade van de aardbeving zou wellicht kleiner zijn geweest als inwoners en aannemers de veiligheidsvoorschriften voor de huizenbouw beter hadden gevolgd.
Verkiezingen
Misschien dat over een jaar weer verkiezingen kunnen worden gehouden – die zouden oorspronkelijk later dit jaar plaatshebben, zegt Sorel. Maar eigenlijk moet over drie maanden, rond de grote donorconferentie voor Haïti in New York, helder zijn welke weg het land voor de toekomst inslaat.
Teveel verkiezingen, dat is juist een van de problemen van Haïti, vindt Max Chauvet, zakenman en eigenaar van een radiostation. Om de twee jaar zijn verkiezingen voor de Senaat, om de vier jaar worden gedeputeerden gekozen en om de vijf jaar mag het volk een nieuwe president aanstellen. Politici zijn vaker bezig met campagne voeren dan met besturen.
Nee, vindt Chauvet, alle verkiezingen moeten gewoon eens in de vijf jaar en op één dag worden gehouden. Een dergelijke termijn vraagt wel om een effectieve, stabiele coalitie. „De komende tien jaar heb je een regering nodig met veel macht”, zegt hij. „ Maar ik maak me zorgen: deze regering doet zo weinig en het gevaar van corruptie is groot.”
Alle niveaus van het openbare bestuur zijn geïnfecteerd met corruptie, beaamt Claude Gilles, politiek commentator van de oudste Haïtiaanse krant, Le Nouvelliste. Sinds de onafhankelijkheid in 1804 heeft eigenlijk geen enkele regering ooit fundamentele kwesties weten op te lossen, zegt Gilles. „Politici zijn er voor zichzelf, niet voor het volk. Daarom is langdurige samenwerking met de Verenigde Naties noodzakelijk en moeten alle geldstromen nadrukkelijk worden gecontroleerd.”
Geen samenwerking met VS
Schrijver Victor vindt een rol voor de VN bij de opbouw van Haïti niet vanzelfsprekend. De MINUSTAH-vredemissie zou de falende bestuurders te veel afschermen van de gefrustreerde bevolking, in plaats van de regering aan te zetten tot minder corruptie, meer transparantie en een beter bestuur.
Dat samenwerking met het buitenland voor de lange termijn onontbeerlijk is, beseft iedereen. Maar niet met de VS, zeggen zowel schrijver Victor als parlementariër Jacinthe. Dat zou in Haïti teveel als een bezetting worden gezien. De Amerikanen bezetten Haïti van 1915 tot 1934 om hun economische belangen veilig te stellen. En in 1994 zonden de VS duizenden militairen om het democratiseringsproces te begeleiden.
Victor: „Wellicht is het beter om samen te werken met Europese landen als Frankrijk en Italië. Die staan dichter bij onze cultuur.”
