Neda wordt gezicht van Iraans protest
De dood van demonstrant Neda is nu een van de belangrijkste verhalen van het Iraanse protest. Volgens oppositieleider Mousavi gaat het protest door.
Teheran, 22 juni. Er is weinig bekend over het leven van de 27-jarige Neda Salehi Agha Soltan die zaterdag voor het oog van een mobiele telefooncamera in Teheran volgens ooggetuigen door een lid van de pro-regeringsmilitie Baseej werd neergeschoten. Er doen twee filmpjes de ronde waarop is te zien dat de jonge vrouw op de grond valt, er bloed uit haar mond komt en sterft. Omstanders schreeuwen. „Neda, wees niet bang! Neda, wees niet bang!” Dan roept een man. „Neda, blijf bij me! Neda blijf bij me! Oh God!”
De demonstratie voor de Iraanse oppositieleider Mir Hossein Mousavi, waar ze zaterdag was, mag dan met geweld uiteen zijn geslagen, Neda’s dood blijft op ieders lippen in Teheran. Ze is een van de belangrijkste verhalen geworden over het regeringsgeweld; ze is nu een martelaar voor Mousavi’s beweging.
Thomas Erdbrink vanuit Iran over een bloedig weekend:
Mousavi heeft gezegd dat de protesten doorgaan. „Het hartverscheurende nieuws van het martelaarschap van nog een groep demonstranten [] heeft onze natie in schok achtergelaten en in rouw gedompeld”, liet Mousavi gisteren weten in een verklaring op zijn website. „Schieten op mensen, het militariseren van de stad en het angst aanjagen van mensen, [] zijn allemaal het gevolg van de wetteloosheid waar we vandaag getuige van zijn.”
Gisterochtend werd Neda in stilte begraven op de Behest-e Zahra begraafplaats ten zuiden van Teheran. Volgens onbevestigde berichten hebben de autoriteiten haar ouders verboden contact te zoeken met de pers.
Herdenkingsdienst
Vandaag zou nabij de Niloufar-moskee in de wijk Abbas Abad een herdenkingsdienst voor haar worden gehouden. Maar het is er stil. „Het is afgelast”, zegt een conciërge. Op de hoek van de straat staan leden van de Baseej. De autoriteiten hadden lucht gekregen van de plannen voor de dienst.
Volgens het shi’itische geloof dienen doden op de derde, zevende en veertigste dag herdacht te worden. Tijdens de revolutie van 1979 waren het de dodenherdenkingen die iedere keer weer tot nieuwe protesten leidden. De machthebbers weten dat evengoed als de betogers van nu.
Bekijk hier een video op YouTube met beelden Neda. Waarschuwing: bevat schokkende beelden.
Veel mensen in Teheran hebben na een ruime week van protest tegen de verkiezingsuitslag die president Ahmadinejad een nieuwe termijn gaf, persoonlijke ervaringen met het overheidsgeweld.
Als Mehrdad Sadeghi (25) afgelopen week wat later uit zijn werk komt, ziet hij dat hij zijn auto niet voor de deur kan parkeren. Verderop in het steegje waar hij woont staat het verkeer vast, wat ongebruikelijk is rond 11 uur 's avonds in de hoofdstad.
Knuppel
Dit zijn geen normale tijden in Teheran. Sadeghi rijdt naar achteren, vindt een plekje. Toen hij de sleutel uit het slot draaide stonden er opeens zes leden van de Baseej voor zijn auto. Een sloeg met een knuppel het raam aan de bestuurderskant in, een ander brak het glas van de andere zijdeur.
„Van alle kanten probeerden ze me te raken”, zegt Sadeghi, een consulent. De Baseej, jonge jongens, staken een elektrisch schokapparaat door het raam. „Vervolgens spoot er een een busje pepperspray op me leeg. Toen ben ik uitgestapt.” Een ander sloeg hem vrijwel direct neer. Bloedend en bewusteloos lag Sadeghi op de grond.
Toen de zes Baseej zich op iemand anders stortten, renden een buurman en zijn zoon naar buiten en sleepten Sadeghi, naar binnen. „Toen ik bij bewustzijn kwam hoorde ik mijn aanvallers op de deur bonken met hun knuppel. Geef hem terug, riepen ze.”
Sadeghi heeft vijf hechtingen op zijn hoofd en een trauma voor het leven. „Nooit meer zal ik enig respect hebben voor de leiders van dit land. Wie laat zulke hordes op mensen los? Ik demonstreerde niet eens,” zegt hij.
Op zaterdag een paniektelefoontje aan vrienden vanuit een wijk nabij de Azadistraat, waar die eerder die dag een demonstratie voor Mousavi grof uiteen is geslagen. „Het lijkt wel oorlog in de straat”, zegt Elnaz (22), die niet met haar achternaam in de krant wil.
Ze zit bij vrienden, kan niet naar haar eigen huis want overal op straat wordt geschoten. „Jongens uit de buurt hebben geweren afgepakt van de Baseej. Iedereen schiet en gooit stenen. We hebben geen veiligheid meer. Wat moeten we doen?”
Terroristen
Het hoofd van de Iraanse politie heeft laten weten hard te zullen optreden tegen demonstranten. In de staatsmedia worden demonstrerende aanhangers van Mousavi afgeschilderd als „terroristen”. De leider van de oppositie zelf wordt op websites van de regering neergezet als aanstichter van al het geweld.
Intussen zijn de inwoners van Teheran grotendeels verstoken van nieuws. Op een etentje bij een kunstschilder is de stemming bedrukt. Er vallen lange stiltes als het gaat over de toekomst van Iran. Maar er wordt ook gelachen als iemand vertelt hoe een opgewonden demonstrant vanaf het dak van een krantenredactie een steen op het hoofd van een agent van de oproerpolitie gooide.
„Hoe kwam die vent binnen?”, vraagt een journalist van de krant. Leden van de Baseej stormden het gebouw binnen, maar konden de dader niet vinden. Iedereen lacht nerveus. „Wat gaat er nu gebeuren?”, vraagt iemand. Niemand heeft een antwoord.
