Viering revolutie nieuwe gelegenheid voor protest
De Iraanse oppositieleiders willen vreedzaam af van de president. Maar voor een deel van hun achterban is dat een gepasseerd station. Een acuut probleem.
Teheran, 11 febr. De politieke leiders van de Iraanse oppositiebeweging hebben „de Iraniërs” opgeroepen deel te nemen aan de door de staat georganiseerde straatbijeenkomsten ter gelegenheid van de 31ste verjaardag van de islamitische revolutie.
De oppositiebeweging noemt de honderdduizenden, wellicht miljoenen, die de straat opgaan bewust niet „aanhangers”. Ze vraagt hun niet om te „demonstreren”, maar om een „hoogtepunt in de trotse geschiedenis van ons land” te vieren. „Een gouden kans op eenheid”, noemt een van de oppositieleiders de landelijke straatbijeenkomsten.
Deze voorzichtige bewoordingen zijn ingegeven door het keurslijf van de islamitische republiek, die de oppositieleiders Mir Hossein Mousavi, Mehdi Karroubi en anderen op vreedzame wijze willen bevrijden van president Ahmadinejad en diens groep van generaals en radicale geestelijken.
Opjutten menigtes
Het opjutten van menigtes helpt slechts de Iraanse regering, die de
oppositieleiders toch al uitmaakt voor verraders, stellen ze. Maar een
invloedrijk deel van de demonstranten, beurs geslagen door
veiligheidstroepen in de afgelopen maanden, is al opgejut en roept om
afschaffing van het hele systeem van islamitisch leiderschap. Sommigen zijn
bereid om daarbij geweld te gebruiken.
Dit dilemma voor de oppositieleiders, behoud van hun aanhangers voor het idee van vreedzame actie terwijl ze constant worden onderdrukt door veiligheidstroepen, wordt vandaag acuut. De viering van de revolutie, een jaarlijks straatevenement voor families, is voorlopig de laatste officiële viering waarvan de oppositie kan gebruikmaken om relatief veilig tegen de staat te protesteren.
Kleine groep wordt radicaler
Daarnaast wordt een groot deel van het voetvolk moe: acht maanden na de
betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad hebben talloze
protesten geen enkele concessie van de machthebbers opgeleverd. Veel mensen
geven op; een kleinere groep wordt steeds radicaler.
Op internet circuleren oproepen van demonstranten om president Ahmadinejad in te sluiten als hij zijn traditionele toespraak geeft. Op satelliettelevisiestations die in het Farsi vanuit voornamelijk de Verenigde Staten uitzenden, wordt opgeroepen tot de bezetting van de staatstelevisie en andere strategische plekken.
Maar in hun verklaringen manen de oppositieleiders juist tot vreedzaam protest. Ze waarschuwen geen leuzen te roepen tegen opperste leider ayatollah Ali Khamenei of andere heilige huisjes van het systeem. „Wat deze beweging bindt is de eis tot vrije verkiezingen, vrije media [...] en respect voor burgerrechten”, zei Karroubi, een geestelijke die twee termijnen voorzitter van het parlement is geweest. „Als we afwijken van dit pad, met verdergaande eisen, wordt dit een excuus voor gewelddadige onderdrukking van deze beweging.”
De oppositieleiders vragen de demonstranten daarom om hun eis voor de volledige uitvoering van de Iraanse grondwet te steunen. De grondwet, waarin burgerrechten relatief goed zijn vastgelegd, wordt nu voornamelijk door autoriteiten gebruikt als het hun uitkomt.
„Het is goed om tegen bijgeloof en verdorven vormen van geloof te zijn”, zei
Mousavi, die twee termijnen premier was, vorige week in een interview met
zijn website. „Maar om midden in de strijd een debat te beginnen dat
onverenigbaar is met religie en geloof is dubieus”, zei de verslagen
presidentskandidaat over mensen die het hele systeem in twijfel trekken.
Daarnaast vreest Mousavi voor de wetteloosheid die zou ontstaan als er geen
gemeenschappelijk en haalbaar doel is, zoals de volledige uitvoering van de
grondwet. „Als we dit verbindingskoord verliezen, het product van de strijd
van afgelopen generaties, worden we gemarginaliseerd.”
Vreedzaam verzet
De toon van de oppositieleiders is dezelfde als in de dagen na de
verkiezingen: alleen vreedzaam verzet, geen extreme eisen. Maar veel
demonstranten vinden dat die tactiek geen succes heeft gehad.
„We moeten niet te ver gaan, maar op een gegeven moment houdt onze zelfbeheersing op”, vindt Parisa, een commercieel medewerker, die bij alle demonstraties is geweest. „Mensen zijn zich bewuster geworden van de onderdrukking, maar die gaat gewoon door.”
Analisten in Iran die de beweging een warm hart toedragen, maken zich grote zorgen over de toekomst van de oppositie.
„De beweging is als een auto die zonder remmen de berg afrijdt, zonder controle of een mogelijkheid om te stoppen”, zegt Abbas Abdi, een analist die kritisch staat tegenover de regering. Volgens hem leidt de frustratie over de starheid van de machthebbers ertoe dat demonstranten steeds meer de confrontatie zoeken. „Ze zeggen tegen Mousavi en Karroubi dat hun methodes niet hebben gewerkt. De bestuurders zijn de macht over het stuur kwijt”, aldus Abdi.
Volgens hem moet de staat verdere radicalisatie voorkomen. „De regering moet met een compromis komen. Maar de beweging moet ook kritiek toestaan. Nu is iedereen die een compromis zoekt een verrader.”
Maar volgens Hamid Jalaeipour, hoogleraar sociologie aan de universiteit van Teheran, een voormalige hervormer en zelfverklaard aanhanger van de oppositie, is slechts een klein deel van de demonstranten aan het radicaliseren.
Islamitische republiek
„Het ideaal van de revolutie is belangrijk voor de meeste volgelingen van de
oppositie. Onafhankelijkheid, vrijheid en islamitische republiek”, herhaalt
hij de leus van de revolutie van 1979. „Het gaat om de strijd tegen
tirannie, niet om de omverwerping van het systeem.” Volgens Jalaeipour moet
geweld koste wat het kost worden vermeden omdat de regering veel sterker is.
„De haviken geloven niet in vrijheid. Ze geloven zelfs niet in een islamitische republiek. Het volk wel”, zegt Jalaeipour.
Abdi, die in 1979 als revolutionair student mede leiding gaf aan de gijzeling van 52 Amerikaanse diplomaten, is daar niet zeker van. „Als de oppositieleiders hun achterban niet intomen, worden de eisen van de demonstranten steeds extremer. Als niemand tot een compromis bereid is, gaat het mis.”
