'Die wetten in Amerika, dat is toch andere koek'
Vandaag precies een jaar geleden kwam Ahold naar buiten met zijn boekhoudfraude. De afgelopen maanden zijn steeds meer details en feiten boven tafel gekomen. Hoe gaat het nu verder? Het Zaanse supermarktconcern en zijn (ex-) bestuurders staan vele juridische procedures te wachten. In Nederland, maar ook in de Verenigde Staten. Over de keerzijde van zakendoen in Amerika.
Een maand nadat Ahold zijn boekhoudschandaal aan de buitenwereld bekendmaakte, hield Paul Atkins, een van de bestuurders van de gevreesde Amerikaanse beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) een speech. Het gebeurde in Londen, tijdens een diner van het juridische vakblad International Financial Law Review, en Atkins had een duidelijk boodschap. Denk niet dat de VS een eiland is als het om bedrijfsfraude gaat. Amerikaanse beleggers, zo hield Atkins zijn gehoor voor, staan niet alleen in hun ervaringen met ,,dubieuze boekhoudpraktijken, slecht management en povere interne controle.'' Vervolgens noemde hij wat voorbeelden in Europa: ,,Robert Maxwell, Swissair, Vivendi, Royal Ahold.''
Zo ver is het dus gekomen: Een SEC-bestuurder die Ahold in het rijtje van de grote fraudezaken van deze tijd noemt. En de SEC is niet een organisatie die het bij mooie woorden tijdens een diner laat. Het Zaanse supermarktconcern ligt in New York, waar het aan Wall Street is genoteerd, onder het vergrootglas. In het land waar Ahold de afgelopen jaren zijn grootste groei en successen boekte, maakt het nu ook kennis met de keerzijde van het zakendoen in Amerika: een strenge toezichthouder die reputaties kan maken en breken. In alle stilte heeft de beurswaakhond het afgelopen jaar onderzoek gedaan, zowel in als buiten de VS. Werknemers van Ahold, maar ook enkele buitenlandse partners, zoals de Noorse grootaandeelhouder in de Scandinavische joint venture Stein Erik Hagen, werden reeds in New York gehoord. En eind 2003 kwamen de SEC-mensen naar Amsterdam om, in het Amerikaanse consulaat, enkele Nederlandse (ex)Ahold-medewerkers aan de tand te voelen. Volgende maand zal de SEC wederom in Nederland zijn. De afspraken aan het Amsterdamse Museumplein zijn al gemaakt.
Niet alleen de SEC, ook de Amerikaanse justitie doet onderzoek naar de fraude bij Aholds Amerikaanse dochter US Foodservice, waar werknemers jarenlang rommelden met inkoopkortingen. Daarnaast kijkt de SEC naar wat men in de wandelgangen de '20 F-problematiek' noemt. Formulier 20 F is het aangehechte document bij de jaarrekening dat buitenlandse beursgenoteerde ondernemingen naar de VS moeten sturen, de 'vertaling' naar het veel gedetailleerdere Amerikaanse jaarrekeningrecht. Met dat 20F-formulier heeft Ahold een probleem. Jarenlang werd het document de oceaan overgestuurd met foutieve informatie. Het concern telde de omzet van een aantal dochterondernemingen in Zuid Amerika, Scandinavië en Portugal volledig in zijn eigen bedrijfsresultaten mee ('consolideren'), terwijl het binnen deze joint ventures helemaal niet de baas was. Daarbij werd huisaccountant Deloitte cruciale informatie onthouden. Gevolg: het 20 F-formulier is een, in juridische termen, vals opgemaakt document en dat wordt door de SEC zwaar opgenomen.
De gevolgen van het zakendoen in Amerika waren ook al zichtbaar toen het boekhoudschandaal nog onbekend was voor de buitenwereld, zo blijkt uit verschillende documenten en gesprekken die deze krant gevoerd heeft. In begin januari 2003 bijvoorbeeld, bijna zes weken voordat Ahold de boekhoudfraude bekendmaakte. Toen kregen Aholds commissarissen, na een intern onderzoek naar de omstreden verslaggeving van de joint venture in Scandinavië, het advies de SEC in te lichten. De in effectenrecht gespecialiseerde advocaat Lawrence Iason schreef in een vertrouwelijke brief dat Ahold waarschijnlijk op drie manieren de Amerikaanse effectenwet had overtreden. In de eerste plaats waren de financiële gegevens van het bedrijf verkeerd weergegeven. In de tweede plaats was met het verborgen houden van informatie voor de accountant, in combinatie met aan- of verkoop van effecten Ahold, fraude aan de orde. En in de derde plaats was de accountant mogelijk misleid.
Het was niet de enige keer dat er sprake was van Amerikaanse druk. Toen in het najaar van 2002 duidelijk werd dat de concerntop in Scandinavië een 'side letter' voor accountant Deloitte verborgen had gehouden, drong Aholds Amerikaanse advocaat White and Case aan op openbaarmaking. De New Yorkse juristen zetten zó veel druk op de interne accountantsafdeling en op juridische zaken, dat financieel directeur Michiel Meurs min of meer gedwongen werd om Deloitte over de side letter te informeren. White and Case had zich trouwens al eerder met de Scandinavische joint venture bemoeid toen het kantoor adviseerde dat Ahold een verzwegen grote financiële verplichting duidelijker naar buiten zou moeten brengen - iets waaraan het bedrijf trouwens pas in oktober 2003 gehoor gaf. En in de maanden na het boekhoudschandaal speelden de Amerikaanse juristen een belangrijke rol toen zij het vertrek forceerden van een aantal bestuurders in de Ahold-top, onder wie bestuurslid Jim Miller.
Amerikaanse invloeden speelden ook toen er in 2002 signalen over ernstige fraude binnen de Argentijnse dochter Disco binnenkwamen. Een forensisch onderzoek kwam vooral snel van de grond omdat de Amerikaanse leden in Aholds raad van bestuur zich bewust waren van de gevaren in eigen land: zij zagen problemen voor zichzelf opdoemen vanwege de Amerikaanse anticorruptiewet (foreign corrupt practices act) die ook in het buitenland geldt. Een ingewijde uit de Ahold-top vertelt er ook nu nog treffend over: ,,Over Nederland maakten we ons nooit zoveel zorgen. Maar die strenge wetten in Amerika, dat is toch andere koek.''
Toen in februari 2003 Ahold meer zicht kreeg op de omvang van de verschillende fraudes, werd de SEC ingelicht, al was dat pas vijf weken na het eerste dringende advies van juristen. Hoe er binnen de Ahold-top over de Nederlandse toezichthouder Autoriteit-FM werd gedacht, wordt duidelijk uit een brief die het bedrijf later naar de Amsterdamse beurs Euronext stuurde: ,,Na ampel beraad heeft Ahold besloten om naast de SEC de Autoriteit-FM hiervan ook op de hoogte te brengen. De reden hiervoor was niet meer dan beleefdheid. Ahold zou het ongelukkig hebben gevonden indien de Autoriteit-FM achteraf zou vernemen dat de SEC over meer informatie beschikte dan waarover zij beschikte'', aldus de brief. Vandaar dat topman Van der Hoeven de toezichthouder ,,in zeer globale bewoordingen'' informeerde.
Ook de Nederlandse justitie werd later geïnformeerd dan de Amerikaanse. Uiteindelijk kreeg het openbaar ministerie (OM) hetzelfde pakket stukken overhandigd dat aan de Amerikanen was gegeven. Het OM startte met een strafrechtelijk onderzoek. De afgelopen maanden heeft het OM, samen met de opsporingsdienst FIOD-ECD, in alle stilte gewerkt. Slechts één keer kwam er een mededeling naar buiten, vorige zomer, na huiszoekingen bij Ahold en Deloitte. Maar ondertussen zijn er al tientallen getuigen door de FIOD-ECD gehoord, waaronder zo goed als alle hoofdrolspelers. Het OM, zo valt op te maken uit een rondgang langs diverse betrokkenen, heeft verder verschillende rechtshulpverzoeken gedaan in Portugal, Noorwegen en Zweden. In al die landen zijn inmiddels mensen gehoord.
Justitie zal zich vermoedelijk op twee belangrijke verdenkingen richten: valsheid in geschrifte (van de 'side letters'), waardoor er ook 'onware jaarrekeningen' zijn opgemaakt en oplichting en/of misleiding, onder meer van de accountant. Alle betrokkenen wachten momenteel in spanning welke (ex)Ahold-werknemers Justitie als verdachten zal gaan aanmerken. Het OM, dat geen commentaar wil geven, zegt nog dit kwartaal met nadere mededelingen te komen. Ondertussen heeft de Vereniging van Effectenbezitters onlangs twee civiele procedures tegen Ahold in gang gezet. Ook in Amerika hebben advocaten zich namens gedupeerde beleggers gestort op procedures waarmee ze hun geld terug willen eisen. Aholds nieuwe topman Anders Moberg mag dan graag en vaak roepen dat hij het verleden achter zich gelaten heeft, te vrezen valt dat de boekhoudfraude het Zaanse bedrijf nog jaren in haar greep zal houden.
De schaduw van Sarbanes-Oxley
In de nasleep van het boekhoudschandaal vreest Ahold vooral Amerikaanse juridische stappen. In de VS is de effectenwetgeving van oudsher al streng. Maar na de ondergang van energiebedrijf Enron heeft nieuwe wetgeving de juridische risico's voor bestuurders van concerns met een beursnotering op Wall Street alleen maar vergroot. Zo moeten, sinds de invoering van de zogenoemde Sarbanes-Oxley Act, de bestuursvoorzitter en de financieel directeur ervoor tekenen dat de cijfers kloppen.
Volgens Jan Joosten, advocaat in New York bij Hughes Hubbard en Reed, moeten Nederlandse bedrijven de gevolgen hiervan niet onderschatten. Bij misleidende financiële rapportage riskeren ook Nederlandse bestuurders een celstraf die kan oplopen tot twintig jaar. Een combinatie van factoren maakt dat de risico's op vervolging, ook voor niet-Amerikaanse bestuurders, groter zijn geworden. Zo zijn de Amerikaanse regels veel specifieker gemaakt.
Daarnaast heeft Eliot Spitzer, een lokale officier van justitie in New York, veel succes geboekt met zijn harde aanpak. Dat smaakt naar meer, zeker voor aanklagers met politieke ambities, en verhoogt de druk op het federale ministerie van Justitie. Bovendien staat beurswaakhond SEC onder grote politieke druk om assertiever te opereren door Spitzers successen. Over financiële
middelen heeft de SEC niet te klagen: de jaarbegroting is sinds het Enron-schandaal verdubbeld tot circa 840 miljoen dollar.
Advocaat Joosten wijst erop dat Sarbanes-Oxley bovendien allerlei nieuwe regels bevat. Op basis hiervan kunnen bijvoorbeeld bonussen en de verkoopwinsten op aandelen en opties van bestuurders worden teruggeëist. Dit geldt ook voor een Nederlandse bestuurder bij een Nederlandse vennootschap. ,,Tegen deze achtergrond is de recente vrijwillige terugbetaling van bonussen door Ahold-bestuurders goed te begrijpen.''
De Amerikaanse justitie heeft het monopolie op strafrechtelijke vervolging, maar de SEC kan veel voorwerk verrichten, stelt Joosten. Bovendien hebben beleggers die - zoals ook tegen Ahold is gebeurd - een class action beginnen (waarin gedupeerde beleggers zich verenigen om schadevergoeding te eisen) meer kans op belastende informatie vanwege alle onderzoeken die de SEC momenteel naar Ahold verricht.
