Migratie: geen hulp voor zuidelijke EU-landen

Door onze correspondent Mark Kranenburg

De noordelijke lidstaten van de Europese Unie staan niet te springen om de zuidelijke lidstaten concreet te helpen met hun groeiende migratieprobleem.

Tampere, 22 sept. Wie in Europa heeft nu eigenlijk de grootste hoeveelheid illegale migranten te verwerken? De Europese ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie boden gisteren tijdens een informele bijeenkomst tegen elkaar op. Griekenland staat aan de top: 48.000 illegalen over de eerste acht maanden van dit jaar. Aanzienlijk meer dan Italië waar de teller deze zomer op 26.000 stond.

„Wat wij nu zien is het topje van de ijsberg. De migratiestroom is niet tijdelijk, maar wordt de komende decennia alleen maar groter.” Met deze constatering probeerde de Portugese minister van Binnenlandse Zaken, António Costa, zijn Europese collega’s met beide benen op de grond te krijgen. Anderhalf uur hadden zij toen al gesproken over een gezamenlijke Europese aanpak. Het was gegaan over oplossingen als extra geld, terugkeerregelingen en strengere controles. Maar de Portugees Costa bracht het vraagstuk terug tot de kern. Het rijke Europa heeft een onstuitbare aantrekkingskracht op mensen die het minder goed hebben. En de verder van de Middellandse Zee of Atlantische kusten gelegen lidstaten moeten niet denken dat het hun niet aangaat. „Oekraïners vormen de grootste groep illegalen in Portugal”, zei hij. „Die trekken door de hele EU om naar Portugal te komen. Illegalen die in het zuiden aankomen kunnen ook naar het noorden trekken.”

Maar als de informele bijeenkomst in het Finse Tampere één ding duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat veel noordelijke EU-lidstaten de migrantenstroom vooralsnog wensen te beschouwen als een probleem van de zuidelijke landen. De Nederlandse minister Verdonk herinnerde er nog maar eens aan dat Spanje een jaar geleden besloot 700.000 illegalen te legaliseren. „Dan geef je wel gelegenheid”, zei ze. Kort daarvoor had de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Wolfgang Schäuble, er al op gewezen dat op elke duizend illegalen die zich met succes in een land vestigen, 5000 anderen volgen. Meer geld, zoals gevraagd, voor landen als Spanje en Malta die op dit moment zoveel migranten krijgen te verwerken? Dat is volgens Schäuble altijd de „makkelijke weg”. Ze moeten eerst maar aantonen „de problemen op te lossen”. Rita Verdonk gaf hem gelijk.

Maar volgens de Spaanse minister van Justitie Juan Fernando Lopez Aguilar komen migranten niet omdat in een land de regels veranderen, maar omdat ze arm en hongerig zijn. En, zo speelde hij de bal terug naar de noordelijke landen: omdat er in de EU een zwarte arbeidsmarkt bestaat.

Waar alle ministers het wel over eens waren, is dat er zo snel mogelijk afspraken met Libië moeten worden gemaakt. Dit land staat te boek als het grote doorvoerland van migranten naar Europa. „De zuidelijke grens van Libië is een open deur”, aldus Europees commissaris Franco Frattini. Volgens de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Giuliano Amato wachten in dat land nog zeker 30.000 tot 50.000 mensen op de oversteek. Maar Libië vraagt een hoge prijs voor medewerking. En het is de vraag of Libië een 2000 kilometer lange grens kán bewaken.

Voorlopig moet het zuiden het doen met beperkte middelen als patrouillevaartuigen en vliegtuigen uit andere lidstaten. Maar zelfs die hulp verloopt traag, stelde de Maltese minister van Justitie, Tonio Borg. „Ons was voor de zomer extra controle beloofd. Het werd gepresenteerd als vlaggenschip van Europese samenwerking. Vandaag is de herfst begonnen. We hebben nog niets gezien.”

De rollen zijn anno 2006 omgedraaid

  • Zijn anno 2006 de noordelijke lidstaten van de EU niet geneigd de zuidelijke lidstaten te helpen met hun immigratieprobleem, zes of acht jaar geleden was het precies andersom.
  • Toen waren het landen als Nederland en Duitsland die steeds – zonder resultaat – aandrongen op solidariteit en burden sharing bij de opvang van vluchtelingen.
  • Deze landen hadden toen relatief veel vluchtelingen uit ex- Joegoslavi ë binnen hun grenzen.
  • Vooral Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje lagen toen dwars. Frankrijk en Spanje verzetten zich hardnekkig tegen een evenredige verdeling van vluchtelingen over Europa.
  • Frankrijk stuurde in 1997 veel vluchtelingen uit Irak terug naar Itali ë, ook als niet kon worden bewezen dat ze via Italië naar Frankrijk waren gekomen, maar het protesteerde heftig toen Nederland suggereerde voor eenzelfde benadering – terugsturen naar een buurland zonder bewijs – te kiezen.
Gepubliceerd in:
Buitenland
Asielbeleid
Het beleid (na 1 jan 2006)
Achtergronden en analyses