Kunstenaar gaat delen in winst

Door onze redacteur Arjen Ribbens

Als een kunstwerk enorm in waarde stijgt, is de winst voor de verkoper en krijgt de kunstenaar hooguit een fles wijn. Dat wordt anders.

ROTTERDAM, 24 FEBR. Een kunstenaar die zijn verzamelaars miljonair maakt en zelf genoegen moet nemen met 'lieve briefjes en een paar flessen wijn'. Dat is wat Marlene Dumas de laatste maanden overkomt. De in Zuid-Afrika geboren maar in Nederland wonende kunstenares kreeg de attenties van collectioneurs die haar schilderijen hadden verkocht. En met succes, want doeken waarvoor Dumas zelf via de galerie soms maar enige duizenden guldens ontving, werden de afgelopen maanden in New York en Londen voor recordprijzen geveild.

Alle profijt is bij zo'n extreme waardestijging voor de verkoper van het kunstwerk. Een situatie waar binnenkort verandering in komt. Met ingang van 1 januari 2006 kunnen kunstenaars, of hun erfgenamen, aanspraak maken op volgrecht. Bij doorverkoop van een schilderij of beeldhouwwerk krijgt de maker een percentage van de opbrengst, zelfs als er geen sprake is van winst. Voor een werk van 5.000 euro moet bijvoorbeeld 200 euro worden betaald, bij een verkoopprijs van 1 miljoen euro bedraagt de afdracht 10.000 euro.

Galeriehouders, kunsthandelaren en veilinghuizen hebben zich jarenlang tegen deze uitbreiding van de auteurswet verzet. Ze deden dat uit vrees voor de administratieve lasten en uit angst voor marktverschuivingen. Het protest klonk het luidst in Engeland, waar een kwart van alle kunsttransacties in de wereld geschiedt. De handel zou zich verplaatsen naar landen als de Verenigde Staten en Zwitserland, die geen volgrecht heffen.

Een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de Britse regering raamde het omzetverlies voor Engeland op ruim een miljard euro per jaar, waardoor 8.000 banen op het spel komen te staan. Na vijf jaar lobbyen kregen de Engelsen onlangs voor elkaar dat zij tot 2012 geen volgrecht hoeven te betalen aan erfgenamen van kunstenaars.

Ook in Nederland was en is de weerzin groot. Galeriehouder Erik Bos, bestuurslid van de Nederlandse Galerie Associatie, spreekt van ,,een kindje met een waterhoofd''. Het volgrecht zorgt voor veel administratieve rompslomp, zegt hij, en kan fraude in de hand werken. Bovendien zullen maar weinig levende kunstenaars van de regeling profiteren, verwacht Bos.

De galeriehouder verwijst daarbij naar een onlangs gepubliceerd onderzoek, dat in opdracht van The European Fine Art Fair in Maastricht werd gehouden. Een Amerikaans bureau becijferde dat liefst 81 procent van de volgrechtvergoedingen gaat naar erfgenamen van dode kunstenaars.

Bos krijgt bijval van Antoon Ott, directeur van de Stichting NedArt, een in Amsterdam gevestigde koepelorganisatie in de beeldende-kunstsector. ,,Voor de erven Picasso en Magritte was deze regeling toch niet bedoeld?'' Binnen de Europese Unie moet Nederland wel mee met de rest, al gebeurt dat volgens Ott met frisse tegenzin. ,,Laten we die arme kunstenaars eens helpen. Van Gogh kreeg vroeger niets voor zijn schilderijen en later werden anderen er rijk van. Maar vergeet niet, dat 95 tot 98 procent van de kunst na de eerste verkoop alleen maar in waarde daalt.''

1Over het innen en verdelen van de volgrechtvergoedingen in Nederland, een taak waarvoor de auteursrechtorganisatie Stichting Beeldrecht in de markt is, is in 1999 al eens onderzoek gedaan door NedArt. Naar schatting 1.100 bedrijven in Nederland krijgen met het volgrecht te maken. De opbrengst van het volgrecht werd door de onderzoekers op nog geen twee miljoen euro per jaar geschat. Na aftrek van kosten zou ongeveer 1,5 miljoen euro overblijven voor verdeling onder rechthebbenden. Van deze opbrengst zou 40 procent toekomen aan Nederlandse kunstenaars, en van dat bedrag weer ongeveer de helft aan een groepje van 15 tot 20 bekende kunstenaars.

Tot die groep behoort Marlene Dumas zeker. Haar schilderijen die onlangs in Londen en New York werden geveild, waren voor het merendeel ingebracht via de Amsterdamse vestigingen van Sotheby's en Christie's. De kunstenares kent de collectioneurs die haar werk van de hand deden. ,,Voor sommige mensen vind ik het erg leuk dat zij zoveel geld hebben gekregen'', zegt Dumas. Waar ze na enig nadenken met een schaterlach aan toevoegt: ,,Maar dat geldt niet voor allemaal.''

Dumas vindt het moeilijk om te oordelen of zij blij mee moet zijn met de regeling. ,,Het is mij nog niet helemaal duidelijk.'' Het bevreemdt haar dat een stoet beroemde kunstenaars, onder wie Karel Appel, David Hockney, Georg Baselitz en Arnulf Rainer, vier jaar geleden de kant koos van de galeriehouders en een petitie tekende tégen de invoering van het volgrecht. Dumas wil eerst eens praten met haar ervaren collega Jan Dibbets. Particulieren die haar schilderijen 'voor niks kochten' en er nu miljoenen voor krijgen, ze vindt het 'vreemd' en 'ongemakkelijk'. ,,Tot een paar jaar geleden had ik nog nooit een veilingcatalogus ingekeken'', zegt ze met een grote lach.

Fotografe Rineke Dijkstra, wier strandopnamen de laatste jaren voor steeds hogere bedragen werden geveild, ziet wel de rechtvaardigheid van de regeling in. ,,Waarom zou ik niet mogen profiteren van een grote waardestijging van mijn werk? Ik ben de auteur, ik heb er hard voor gewerkt.'' Eén keer liet een verkoper haar meedelen in de winst. ,,Heel schattig, ik kreeg 10 procent van de veilingopbrengst van mijn foto.''

 

Gepubliceerd in:
Nationaal
Over de krant
Nieuws 2005