De overheid betaalt mee aan omkoping

Door onze redacteur Joep Dohmen

De overheid gedoogt het omkopen van ambtenaren. Van elke steekpenning betaalt de fiscus nog steeds een kwart tot de helft mee terwijl een andere overheidsdienst, het OM, nu juist steekpenningen in de bouwsector wil aanpakken.

ROTTERDAM, 12 SEPT. Jarenlang kocht het Limburgse wegenbouwbedrijf Baars ambtenaren en bestuurders om. Een vakantiereisje hier, een enveloppe met geld daar. Al die jaren gebeurde dat met volledig meeweten van de fiscus, zo blijkt uit gegevens van de fiscale opsporingsdienst FIOD.

Het is verhelderend, het verslag van het verhoor van de Maastrichtse belastingambtenaar G. Waltmans door twee FIOD-rechercheurs in 1991. Waltmans was getuige in het onderzoek naar de omkooppraktijken van Baars. Waltmans vertelde dat de belastingdienst in Maastricht sinds 1974 het betalen van steekpenningen gedoogt. Sterker, de dienst was bereid om de samenleving een deel van de kosten te laten dragen. De belastingdienst zag steekpenningen als kostenpost bij het vergaren van opdrachten. Baars werkte voor gemeenten, Rijkswaterstaat en provincies. Dat het smeergeld naar ambtenaren en bestuurders ging, was geen belemmering.

Het wegenbouwbedrijf had in zijn boekhouding een post 'steekpenningen'. Al in 1979 maakte Baars een afspraak met de rijksaccountant: de wegenbouwer zou maar de helft van de betaalde steekpenningen opvoeren als kosten. Waltmans, in zijn verklaring: ,,Deze zienswijze (...) werd indertijd als acceptabel alternatief gehanteerd voor het feit dat de ontvangers van de steekpenningen meestal anonieme personen waren, ten aanzien waarvan belastingheffing ter zake van de ontvangen steekpenningen niet kon plaatsvinden.''

Baars wilde in zijn gesprek met de rijksaccountant wel toezeggen dat hij de steekpenningen ,,in de toekomst zo laag mogelijk'' zou houden ,,terwijl van de onvermijdelijke uitgaven zodanig aantekeningen worden gemaakt dat er door de rijksaccountant verband kan worden gelegd met de werken, zonder dat meteen namen genoemd worden''.

De belastingdienst in Maastricht deed niets wat niet mocht. In het hele land maakten bouwbedrijven afspraken met belastinginspecteurs. Tot op de dag van vandaag zijn steekpenningen een aftrekpost voor een onderneming, meldt prof. dr. L. Stevens, hoogleraar fiscale economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Stevens: ,,De overheid is dus op de hoogte geweest van het betalen van steekpenningen. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad moeten die kosten als bedrijfslast geaccepteerd worden. De fiscus mag geen ethische afwegingen maken bij de beoordeling van aftrekposten. Zo goed als de door steekpenningen verkregen winsten belast zijn, gelden de betalingen van de steekpenningen als kosten. Belastingrecht en strafrecht zijn gescheiden circuits. Hoezeer ik ook begrip heb voor de maatschappelijke verontwaardiging; het is beter de fiscale neutraliteit te handhaven.''

Zo is er een dubbele moraal bij de overheid: het ministerie van Financiën staat toe dat steekpenningen worden afgetrokken, terwijl het openbaar ministerie het betalen en aannemen van steekpenningen bestrijdt. Dit al tientallen jaren bestaande beleid leidt ertoe dat de samenleving meebetaalt aan corruptie: pakweg een kwart tot de helft van elke euro van de enveloppe, het bordeelbezoek of de smeerreis. Stevens: ,,Die houding van de overheid kan als hypocriet worden ervaren. Het mag wel en het mag niet. Dat is ook een dubbel signaal naar de branche.''

Tussen de 'affaire-Baars' en de bouwenquête bouwnijverheid ligt ruim tien jaar. Maar de praktijken zijn niet veranderd, zo blijkt uit verklaringen van fiscalist P. Blom van Koop Holding tijdens de verhoren, vorige week in Den Haag. ,,Steekpenningen noemen wij commissies en acquisitiekosten'', bekende Blom. ,,In de boeken worden onder het hoofdje advieskosten bedragen geboekt die oplopen tot een bedrag van drie miljoen gulden. Deze bedragen worden besteed aan acquisitiekosten, kosten om de voortgang van de werken te bevorderen en commissies en provisies. In het verleden is discussie gevoerd met de belastingdienst over deze kosten. Dit is natuurlijk een moeilijke post, ook fiscaal. Er was in het verleden een afspraak die aangaf dat de helft van die kosten werd belast met het hoogste loonbelastingpercentage (...) Het geheel werd als aftrekbare post aangezien.''

De onthullingen in Limburg en andere berichten over de aftrekbaarheid van 'criminele kosten' - een inbreker die de aanschaf van een thermische lans kan aftrekken - leidde medio jaren negentig tot maatschappelijke weerstand. In reactie zegde de belastingdienst in juni 1995 in het hele land afspraken op die met bouwbedrijven waren gemaakt. Ze mochten tot dan toe vaak standaard 2 tot 8 procent van hun omzet als kostenpost (voor smeergeld) aftrekken.

Een van de bedrijven die steekpenningen mochten aftrekken was Koop Tjuchem. Fiscalist Blom van Koop, tegenover de enquêtecommissie: ,,Eind 1995 is deze afspraak door de fiscus opgezegd met ingang van 1996. In een gesprek met de belastingdienst zijn wij niet tot een goede afspraak kunnen komen. (...) Zij [hebben] wel gezegd dat wij die kosten eerst maar als kosten fiscaal moesten boeken, en dat zij dan bij een controle zouden zien in hoeverre wij tot bewijsvoering van deze kosten konden komen. (...) Uiteindelijk was de conclusie dat deze kosten niet in aftrek te brengen waren.''

Volgens hoogleraar Stevens was de vaste aftrek ,,heel gebruikelijk''. Stevens: ,,Dat zie je ook bij andere kostenposten, als eenmaal genoegzaam duidelijk is dat er stelselmatig kosten zijn, dan geldt in de toekomst een vaste aftrek. Een normale gang van zaken.''

In de Verenigde Staten is het aftrekken van steekpenningen al sinds 1969 niet toegestaan. In een aantal Europese landen evenmin. Terwijl in Nederland meer dan tien jaar geleden al het gedogen van smeergeld door de overheid ter discussie stond, hebben opeenvolgende kabinetten nooit gezorgd voor een afdoende wetswijziging. De bouwfraude en corruptieaffaires in Limburg waren voor het parlement ook geen aanleiding landelijk onderzoek te doen.

Nu, na nieuwe onthullingen door klokkenluider Bos, is er wèl een onderzoek. De enquêtecommissie bouwnijverheid heeft daarbij aandacht voor de fiscale aftrekbaarheid van smeergeld. In de openbare verhoren van de commissie is tot nu toe echter geen bewindspersoon of Kamerlid gehoord over de weinig actieve houding en het dubbele beleid van de rijksoverheid. ,,Terwijl iedereen wist of kon weten wat er aan de hand was'', aldus hoogleraar Stevens. ,,Iedereen die niet stekeblind was, kon zien hoe er exceptioneel grote cadeaus in de bouwwereld worden verdeeld.''

Het accepteren van steekpenningen als aftrekpost werkt fraude en omkoping van ambtenaren in de hand, schreef de gemeente Amsterdam in 1997 in een notitie over de bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit. In de hoofdstad zouden ambtenaren van gemeentelijke diensten zijn omgekocht. Volgens de gemeente moest de belastingdienst, zodra geconstateerd is dat een bedrijf steekpenningen uitkeert, aangifte doen bij justitie.

De rijksoverheid kwam in 1997 met een wetswijziging die de belastingaftrek van criminele kosten beperkt, mits de belastingplichtige veroordeeld is door een Nederlandse strafrechter. Sindsdien kan een veroordeelde aannemer geen smeergeld meer aftrekken, maar al zijn niet-veroordeelde collega's nog wel.

Zo blijft het tot de dag van vandaag mogelijk om steekpenningen af te trekken. Wel heeft voormalig staatssecretaris Bos (Financiën) enkele maanden geleden een wetsvoorstel op de agenda van de ministerraad laten zetten. Het wetsvoorstel moet een einde aan de dubbele moraal maken. De belastingdienst krijgt voortaan de bevoegdheid de aftrek van kosten te weigeren bij een vermoeden dat de kosten bestaan uit betaalde steekpenningen. Voor die weigering is dan niet langer een strafrechtelijke veroordeling nodig. Het wetsvoorstel ligt voor advies bij de Raad van State, waarna het waarschijnlijk volgend jaar behandeld wordt door het parlement.

Hoogleraar Stevens heeft zijn twijfels over het wetsvoorstel: ,,Ik begrijp de morele verontwaardiging wel, maar je moet het allemaal zien in de systematiek van ons belastingstelsel. Het wetsvoorstel breekt met het uitgangspunt dat de inspecteur het ondernemingsbeleid niet mag toesten. Ik vraag me ook af of het een uitvoerbare regeling wordt. De inspecteur zal een moreel oordeel moeten gaan vellen. Daarbij dient zich de vraag aan: wat is een steekpenning? Dat is moeilijk te definiëren. Is dat ook een kerstpakket? Voor je het weet zit de belastinginspecteur op de stoel van de officier van justitie. Ik verwacht meer succes van het bevorderen van de integriteit in ondernemingen, in navolging van de Verenigde Staten. Dan kunnen om te beginnen al die riante kerstpakketten eruit gegooid worden.''

 

Gepubliceerd in:
Parlementaire enquête
Binnenland