Onderzoek naar klimaat 'smoezelig'
Wordt het warmer of wordt het juist kouder? Wetenschappers zijn niet altijd eenduidig. Toch staan politici onmiddellijk klaar met hun oordeel.
ROTTERDAM, 2 DEC. Klimaatonderzoek heeft iets weg van een 'politieke' wetenschap. Zelfs van een beetje een smoezelige, concludeerde het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Nature vorige week.
Daar zit wat in. Want er zijn weinig beleidsterreinen waar de politiek zo rechtstreeks reageert op wat wetenschappers erover zeggen.
Dat is een probleem. Wetenschap is nu eenmaal geen politiek. Dus als de ene wetenschapper meldt dat klimaatmodellen voorspellen dat het een stuk warmer wordt, is er altijd wel iemand anders die dat op grond van een andere theorie relativeert. De Verenigde Naties hebben daarom al in 1988 politiek en wetenschap gekoppeld in het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), een organisatie van wetenschappers die consensus zoeken over klimaatverandering.
Het IPCC gaat omzichtig te werk. Zo duurde het tot 1995 voordat de wetenschappers hardop durfden te zeggen dat, alle aanwijzingen in overweging genomen, de suggestie wees in de richting van een merkbare invloed van de mens op het klimaat. Daarna kostte het nog eens zes jaar voordat het IPCC concludeerde dat de opwarming van de aarde in de laatste vijftig jaar wel degelijk (ook) het gevolg is van menselijk handelen.
Die voorzichtigheid is begrijpelijk, zowel uit wetenschappelijk als uit politiek oogpunt. Uitspraken worden op een goudschaaltje gewogen omdat politici er hun beleid op moeten baseren. En klimaatbeleid is heel duur - een deze week verschenen rapport van het Europese Milieuagentschap becijfert dat emissies van broeikasgassen jaarlijks 300 tot 1.500 euro per persoon aan 'maatschappelijke kosten' met zich meebrengen. Maatregelen om emissies terug te dringen hebben daardoor verstrekkende gevolgen voor mensen. Ze leveren bovendien op korte termijn nauwelijks iets op. Kortom, het zijn geen maatregelen waarmee een politicus zich populair maakt, hoezeer opiniepeilingen ook uitwijzen dat veel mensen zich grote zorgen maken over het milieu.
'Smoezelig', zoals Nature het noemde, wordt de klimaatwetenschap als milieugroepen, of anderen, al te gemakkelijke conclusies trekken uit weersfenomenen. Een warme zomer kan niet zomaar worden toegeschreven aan het broeikaseffect. Een orkaan, en zelfs een ongekend lang en heftig orkaanseizoen vormen nog geen bewijs voor de opwarming van de aarde. Terecht zei de klimaatonderhandelaar van de Verenigde Staten, Harlan Watson, deze week tegen het persbureau AP dat er ,,een verschil is tussen klimaat en extreme weersomstandigheden''.
Maar het is evenmin zo dat uit de optelsom van overstromingen, hittegolven, droogteperiodes, tropische stormen en smeltende gletsjers geen enkele conclusie mag worden getrokken. Als Watson aan zijn opmerking toevoegt: ,,Onze wetenschappers vertellen ons voortdurend dat we klimaatverandering niet de schuld kunnen geven voor individuele extreme gebeurtenissen'', bedoelt hij dat ten onrechte als een geruststelling.
Gisteren kwam Nature met de publicatie van een onderzoek naar het afzwakken van de Golfstroom. Als gevolg daarvan zou het op relatief korte termijn wel eens een graad of vier kouder kunnen worden in het noordwesten van Europa. Mogelijk (maar zeker is dat niet) is dit het gevolg van het broeikaseffect. Tot nu toe werd steeds gezegd dat het in de komende eeuw twee tot zes graden warmer wordt. Een eenvoudig optelsommetje zou de indruk kunnen wekken dat de temperatuur als gevolg van het broeikaseffect in onze omgeving dus ongeveer gelijk blijft.
Zo simpel is het helaas niet. Hoe dan wel, weet voorlopig niemand precies. Dat mag geen politicus ervan weerhouden om iets tegen de uitstoot van broeikasgassen te ondernemen. Al was het alleen maar omdat het klimaatverdrag van Rio de Janeiro uit 1992, dat ook door de Amerikanen is ondertekend, uitgaat van het voorzorgsprincipe. Dat stelt (in artikel 3, lid 3) dat gebrek aan volledige wetenschappelijke zekerheid niet mag worden gebruikt als reden om maatregelen uit te stellen.
