Rapport: ongekende crisis dreigt door klimaatverandering
De Britse econoom en voormalig vice-directeur van de Wereldbank, Nicholas Stern becijferde de economische gevolgen van het broeikaseffect. Door nu te investeren verdienen we op termijn veel geld terug.
Rotterdam, 30 okt. De gevolgen van klimaatverandering vormen de grootste bedreiging ooit van de economie. Tot die conclusie komt de Britse ontwikkelingseconoom en voormalig topeconoom van de Wereldbank Nicholas Stern in een vandaag verschenen rapport over de economie van klimaatverandering.
„Onze activiteiten in de komende paar decennia kunnen leiden tot enorme economische en sociale ontwrichting later deze eeuw en in de volgende eeuw, met een omvang die doet denken aan de twee wereldoorlogen en de crisis in de eerste helft van de twintigste eeuw”, aldus Stern, die zijn 700 pagina’s tellende rapport schreef in opdracht van de Britse minister van Financiën, Gordon Brown. Het is het eerste rapport dat probeert de economische gevolgen van klimaatverandering te kwantificeren.
Geld dat nu wordt geïnvesteerd in maatregelen om klimaatveranderingen te voorkomen, dat wil zeggen de uitstoot van broeikasgassen (vooral kooldioxide) te verminderen, zal volgens Stern daarom op termijn gemakkelijk worden terugverdiend. Volgens de econoom hebben we anderhalve eeuw lang ten onrechte gedaan alsof we de atmosfeer konden volpompen met kooldioxide, zonder dat daaraan kosten verbonden waren.
Het is uiteindelijk een kwestie van koele berekening, schrijft Stern. Als we nu zo’n 1 procent van het wereldwijde bruto nationaal product besteden aan maatregelen tegen het broeikaseffect, verdienen we in 2050 – na aftrek van alle gemaakte kosten – 2,5 biljoen dollar terug, ofwel 2.500.000.000.000 dollar.
Stern heeft zijn berekening gebaseerd op een hoeveelheid kooldioxide van tussen de 500 en 550 deeltjes per miljoen. Dat is ongeveer het dubbele van het niveau van voor de industriële revolutie, en nog altijd aanzienlijk meer dan het huidige niveau van 430 deeltjes per miljoen. Om die doelstelling te halen moet de energiesector volgens Stern 60 tot 70 procent minder CO2 uitstoten dan nu nog het geval is, moet er een einde komen aan ontbossing (op dit moment verantwoordelijk voor 18 procent van de CO2-uitstoot, dat is meer dan de uitstoot door vervoer), en zal ook de vervoerssector een belangrijke bijdrage moeten leveren. Bij zijn berekening gaat Stern ervan uit dat een temperatuurstijging van ruim 2 graden Celsius zal leiden tot een wereldwijd productieverlies van 3 procent. In werkelijkheid lijkt Stern een temperatuurstijging van 5 tot 6 graden reëler.
Hoewel het niet meer dan logisch lijkt om snel actie te ondernemen, ziet Stern grote problemen. Allereerst worden arme landen onevenredig zwaar getroffen en bovendien zijn de rijke landen voor het grootste deel verantwoordelijk voor de huidige problemen en zouden zij dus extra moeten bijdragen aan de financiering van de maatregelen (volgens Stern moet 60 tot 80 procent van de onkosten worden betaald door de rijke landen).
Volgens Stern zou er niet pas in 2012, zoals gepland, een vervolg moeten komen op de afspraken over reductie van broeikasgassen maar al volgend jaar. De Britse premier Tony Blair steunt de conclusies in het rapport. „Deze ramp voltrekt zich niet in een of andere science fiction toekomst”, zei hij vanmorgen bij de presentatie, „maar al tijdens ons leven. Als we niet nu iets doen zijn de dramatische gevolgen onomkeerbaar.”
