Boston wil arbitrage over schilderij van Bles

Door onze kunstredactie

Het Museum of Fine Arts in Boston heeft het ministerie van OCW voorgesteld een arbitragecommissie in te stellen om te bepalen wie de rechtmatige eigenaar is van het schilderij Brandende Stad van Herrie met de Bles. Het zestiende-eeuwse landschap, sinds kort na de oorlog in bezit van het Bostonse Museum, wordt geclaimd door zowel de Nederlandse overheid als door Christine Koenigs, een erfgenaam van Franz Koenigs. De zakenman Franz Koenigs (1881-1941) bezat een collectie van 2700 tekeningen en schilderijen van oude meesters, waaronder Rembrandt en Rubens. In 1933 gebruikte hij de collectie als onderpand om een lening af te sluiten. Omdat Koenigs, die financiële problemen had, niet kon betalen, besloot de bank kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de collectie te verkopen. De bank gaf 35 schilderijen, waaronder het werk van Bles, aan de Amsterdamse kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die er een koper voor moest vinden. Kort na het begin van de Duitse bezetting kocht Göring het schilderij van de galerie, die inmiddels was overgenomen door een Duitse zakenman. Volgens de zogeheten Joint Declaration van de geallieerden van 1943 werden alle transacties tijdens de oorlog met de Duisters ongeldig verklaard. Kunstwerken die vrijwillig aan Duisters waren verkocht, vielen na de oorlog toe aan de Nederlandse staat. Het ministerie van OCW laat het voorstel voor een arbitragecommissie op dit moment bekijken door zijn juristen, aldus een woordvoerster.

 

Gepubliceerd in:
Claim Koenigs