Staat wijst claim van Christine Koenings af

ZOETERMEER, 17 SEPT. De Nederlandse staat wijst de claim van Christine Koenigs op de verzameling tekeningen en schilderijen van haar grootvader en kunstverzamelaar Franz Koenigs af. Het ministerie van OCW heeft dat de familie laten weten, aldus een woordvoerster.

Volgens het departement heeft onderzoek uitgewezen dat er na Franz Koenigs twee eigenaren zijn geweest van de collectie en dat derhalve Koenigs zelf op een gegeven moment geen eigenaar is geweest. Koenigs erfgenamen kunnen als gevolg daarvan geen recht meer doen gelden op de tekeningen en schilderijen, zo stelt OCW.

Christine Koenigs eiste afgelopen zomer dat de gehele verzameling terug naar de familie moest gaan. Van de omvangrijke collectie liggen zo'n 1500 tekeningen in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen en 307 in het Poesjkin-museum in Moskou. De erfgenamen willen bovendien 47 schilderijen terug, waarvan er 35 in beheer zijn bij Boijmans.

OCW stelt dat Franz Koenigs zijn collectie in 1933 in onderpand heeft gegeven bij de joodse bank Lisser Rosencranz en in bruikleen ondergebracht bij het toenmalige Boymans. Het eigendom van de verzameling is daarmee overgedragen aan de bank, in volle en vrije eigendom, vindt het departement. Na zes jaar onderpand bij de bank had deze er genoeg van: of er kwam geld van Koenigs, of de collectie werd verkocht. Dit laatste gebeurde. Voor slechts een kwart van de werkelijke waarde werd havenbaron D. van Beuningen de eigenaar. Deze verkocht op zijn beurt een deel van de verzameling aan de Duitsers, waarna Sovjet-troepen die tekeningen in 1945 als oorlogsbuit mee naar Rusland namen.

Het ministerie houdt er rekening mee dat de zaak nog niet definitief is afgesloten. Indien Christine Koenigs alsnog met aanvullende gegevens komt, ontstaat mogelijk een nieuwe situatie. (ANP)

 

Gepubliceerd in:
Claim Koenigs