Koenigs-collectie: voorlopig geen Russische concessies meer

Door onze correspondent HUBERT SMEETS

MOSKOU, 11 NOV. Met de erkenning dat de Koenigs-collectie zich in Rusland bevindt en met het tonen van een groot aantal tekeningen aan de Nederlandse ambassadeur in Moskou vorige week is het voorlopig afgelopen met concessies van Russische zijde. De beschuldiging van topambtenaar Koos de Jong van de Rijksdienst voor Beeldende Kunst dat het directrice Irina Antonova van het Poesjkinmuseum is geweest die de Koenigscollectie tientallen jaren verborgen heeft gehouden, kan de culturele autoriteiten in Moskou daarom slechts tot zwijgen verlokken.

Geheel in de lijn van de traditie die ze de afgelopen jaren heeft opgebouwd, weigert Antonova ook nu weer commentaar. De Jong was niet de eerste die haar verweet de hand te hebben gehad in het laten verdwijnen van de bijna vijfhonderd tekeningen die de Rotterdamse havenondernemer D. J. van Beuningen in 1940 voor 1,4 miljoen gulden aan de Nazi's verkocht. Via Dresden en Leipzig waren die in handen van het Rode Leger waren gekomen.

Het was wél voor het eerst dat een Nederlandse functionaris openlijk zei, wat Russische kunsthistorici al twee jaar zeggen: namelijk dat de Koenigs-collectie zich grotendeels in de kelders van het Poesjkinmuseum moest bevinden en een enkele tekening in de Hermitage van Sint Petersburg werd bewaard. Het feit dat De Jong zich met zijn aanval nu buiten de diplomatieke paden heeft begeven, vermag Antonova desondanks niet vermurwen. Een jaar geleden zette ze ongenode vragenstellers resoluut de deur uit. Nu loopt alles via minister Jevgeni Sidorov van cultuur, zo laat ze weten.

Die minister zwijgt echter ook. Sidorov heeft de Koenigs-collectie, althans het deel dat centraal bewaard is gebleven, vorige week aan de Nederlandse ambassadeur mr. Joris Vos laten zien. De bladen waren voor die gelegenheid overgebracht naar een geheime plaats, vermoedelijk naar het Historische Museum aan het Rode Plein, een museum dat al zes jaar vanwege restauratie voor het publiek is gesloten en daarom geen plaats zou bieden aan pottekijkers.

Behoefte aan nadere toelichting heeft Sidorov niet, aldus een van zijn medewerkers die zichzelf tegelijkertijd ziek meldt. Waar de ongeveer 130 vermiste tekeningen zouden kunnen zijn, is van zijn kant nog niet opgehelderd. Het ligt voor de hand dat die in het bezit zijn van mensen en instellingen die na de oorlog een warme relatie met het Rode Leger hadden. Over een eventuele tentoonstelling van de collectie is evenmin een besluit gevallen. Vorige maand had Sidorov nog aan cultureel ambassadeur Brouwer en directeur Robert de Haas van de Rijksdienst voor Beeldende Kunst beloofd dat de bladen in november al geëxposeerd zouden kunnen worden.

De reden voor deze terughoudendheid moet worden gezocht in de weerstand die Sidorov ook in eigen kring ondervindt tegen zijn voornemen om de slepende affaire snel af te handelen. Dat haar politieke baas Sidorov de doos van pandora vorige week op een kiertje zette, heeft bijvoorbeeld geen effect op de houding van mevrouw Antonova. Het feit dat de tekeningen vorige week niet in haar museum aan ambassadeur Vos werden getoond, was namelijk een signaal, dat het ministerie van cultuur de directrice van het Poesjkin niet onnodig wilde compromitteren.

Antonova heeft tot nu toe steeds impliciet ontkend dat zij de collectie onder haar hoede zou hebben, ook al sprak ze één keer haar mond voorbij door in een interview met de Süddeutsche Zeitung terloops te verklaren dat er in haar museum minder Nederlandse kunst te vinden was dan de Nederlanders veronderstelden. Hetgeen overigens een juiste waarneming is geweest, zo bleek vorige week toen Vos bij de expositie achter gesloten deuren moest constateren dat 130 tekeningen (een kwart van de verzameling) ontbraken.

Het bestaan van geheime collecties is niettemin al anderhalf jaar een publiek geheim in Rusland. Hoewel niemand kon verklaren de Koenigs-collectie zelf gezien te hebben, wisten er de laatste jaren plotseling steeds meer mensen van haar bestaan af.

De belangrijkste pleitbezorger van openbaarheid was de Moskouse kunsthistoricus Aleksei Rastorgoejev. Zijn professor op de universiteit zou enkele tekeningen uit de collectie met eigen ogen hebben gezien, onder meer in huizen van particuliere verzamelaars. Rastorgoejev lichtte daarover vorig jaar de Nederlandse ambassade in. Dat ging in die laatste dagen van Sovjet-president Michail Gorbatsjov nog zeer geheimzinnig. Aanvankelijk wilde Rastorgoejev met een medewerker van de ambassade alleen 's avonds laat in het Gorki-park afspreken, alsof het een film van John le Carré betrof wiens broer op dat moment toevallig ook nog eens correspondent voor The Independent was.

Voormalig minister van cultuur Nikolaj Goebenko en directrice Antonova bleven echter uiterst terughoudend. Topambtenaar Gendrich Popov van het ministerie van cultuur (een voormalige KGB-functionaris in Birma) zocht in die dagen zelfs de tegenaanval en ging met het idee spelen om een tegenclaim in te dienen (de Malevitsj-collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam) en dreigde de Duitse regering er als laatste eigenaar bij te betrekken.

Na de mislukte staatsgreep van augustus 1991 kwam het dossier terecht bij de Russische minister van cultuur Jevgeni Sidorov. Al bij hun eerste ontmoeting viel het Vos op dat hij nu te maken had met een “moedig” man die een beslissing over een “gevoelige kwestie” als de Koenigs-collectie aandurfde. Sidorov liet er negen maanden overheen gaan voordat hij het grote woord sprak. Pas nadat hij eerst een "staatscommissie voor de restitutie van kunst' had geïnstalleerd, die de geheime depots moest inventariseren, kon hij begin oktober het bestaan van de Koenigs-collectie erkennen om vervolgens het grootste deel ervan aan Vos te tonen.

Nu moet blijken welke prijs er voor eventuele recuperatie wordt gevraagd. Sidorov heeft, net als zijn voorganger, verzekerd dat hij geen ordinaire "deal' wil. Zijn eerste zorg is dat de collectie aan de “wereld getoond kan worden”. Over teruggave is vorige week in het anderhalf uur durende onderhoud tussen Vos en Sidorov niet gesproken. De ambassadeur wilde de bewindsman niet tarten, ook al voelt de Nederlandse regering zich juridisch geheel in haar recht staan.

De minister heeft eerder wél de mogelijkheid open gehouden dat er bij de komende onderhandelingen over "recuperatie' ook "derden' kunnen worden betrokken. Bovendien is de Russische museumwereld nog altijd niet genegen om de collecties uit de Tweede Wereldoorlog zomaar af te staan. Zoals een conservatrice van het Poesjkin-museum, allerminst een vriendin van haar directrice Antonova, het formuleert: “Jullie zouden haar dankbaar moeten zijn dat de collectie al die tijd zo keurig is bewaard. Teruggeven? Waarom? De Fransen hoeven half Parijs toch ook niet terug te geven, omdat het door oorlog bij elkaar is verzameld.” Vos is desondanks optimistisch: “De dagen van Gendrich Popov zijn voorbij”.

 

Gepubliceerd in:
Claim Koenigs