Onbekenden pogen werk uit collectie Koenigs te veilen

Door onze redacteur LUCETTE TER BORG

AMSTERDAM, 28 JAN. Twee tekeningen uit de Koenigs-collectie, die als vermist te boek stonden, zijn onlangs door particulieren aangeboden bij het veilinghuis Sotheby's in Londen. Volgens een medewerker van Sotheby's, die anoniem wenst te blijven, gaat het om de aan Albrecht Altdorfer toegeschreven tekening Het oordeel van Paris uit 1509, met op de achterzijde een scène uit het leven van de ongelovige Thomas. De andere tekening is een mansportret van de 16de-eeuwse Duitse kunstenaar Hans Brosamer.

Directeur R. de Haas van de Rijksdienst beeldende kunst gaat onderzoeken hoe deze tekeningen zijn op te sporen. De twee tekeningen zijn per brief met bijgaande foto bij Sotheby's aangeboden. Na een verzoek van het veilinghuis om nadere gegevens over de achtergrond en herkomst van de kunstwerken, lieten de aanbieders niets meer van zich horen.

De Koenigs-collectie is een Nederlandse verzameling van ongeveer 500 tekeningen van oude meesters die in de Tweede Wereldoorlog door het museum Boymans-Van Beuningen aan de Duitse bezetter was verkocht, daarna in handen van het Rode Leger kwam en vervolgens zoekraakte. Pas vorig jaar dook de collectie in Moskou op, waar ze volgens hardnekkige geruchten decennia lang in het Poesjkin-museum zou zijn verborgen. In oktober vorig jaar heeft een kunsthistorische delegatie onder leiding van De Haas en V.N. Grasjenkov, lid van de staatscommissie voor de teruggave van kunstschatten van de Russische Federatie, de collectie geïnventariseerd. De Nederlanders troffen een groot deel van de verzameling aan: 306 tekeningen waaronder Rembrandts, Tintoretto's en Dürers, allemaal in goede staat en sommige nog bewaard in de zwarte dozen die de tekeningenverzamelaar Franz Koenigs (1881-1941) destijds had laten maken. De delegatie constateerde dat een deel van de oorspronkelijke collectie ontbrak. Voormalig ambassadeur mr. J. Vos, die de collectie vorig jaar als eerste Nederlander in Moskou onder ogen kreeg, kan zich niet herinneren de twee nu opgedoken tekeningen bij zijn inspectie te hebben gezien.

Het is niet voor het eerst dat er tekeningen uit de Koenigs-collectie op de internationale kunstmarkt opduiken. In 1986 werd een tekening van Ambrosius Holbein ter expertise aangeboden aan het British Museum door Viktor Lui, een inmiddels overleden journalist die van banden met de KGB werd verdacht.

Pag.6: Duitse kunst verdwenen uit collectie

Niet bekend

Sotheby's, die de lijst van de 190 vermiste Duitse tekeningen nu pas onder ogen kreeg, schat de totale marktwaarde op ongeveer een miljoen pond, ruim drie miljoen gulden. De twee nu aangeboden tekeningen zijn interessant, maar behoren niet tot de toppers van de vermiste werken, aldus het veilinghuis.

Onder de vermiste werken uit de collectie bevinden zich alle vijf tekeningen van Hans Holbein de Oudere, evenals zeven van de negen tekeningen van Hans Holbein de Jongere. Van Lucas Cranach missen vier van de vijf tekeningen, waaronder een zeer kostbaar geel-bruin meisjesportret. Van Martin Schongauer zijn drie van de acht tekeningen weg en van Wolfgang Huber elf van de twaalf tekeningen. Van Adam Elsheimer ontbreken zes van de tien tekeningen, van Hans Baldung Grien negen van de tien, en van Sebald Beham veertien van de vijftien. Tien van de elf tekeningen van Christoffel Christian Boxdorfer von Konstanz zijn vermist, de vier tekeningen van Albrecht Altdorfer (waaronder de bovengenoemde aan hem toegeschreven) ontbreken in Moskou, evenals de enige tekening van Mathias Grünewald in de Koenigs-collectie, een krijttekening van een naakte trompettist.

Over de verblijfplaats van de verdwenen kunstwerken tasten zowel de Russische als de Nederlandse autoriteiten en kunsthistorici in het duister. Men neemt aan dat ze in handen van particulieren zijn. De Russische conservatoren uit het Poesjkin-museum die de Nederlandse afgevaardigden vorig jaar gezien en gesproken hebben, konden geen duidelijkheid over de verblijfplaats van de verdwenen tekeningen verschaffen. Volgens de Rotterdamse conservator Meij waren ze daar 'te jong' voor en werkten ze 'te kort bij het museum'.

Ook de vraag waarom juist déze 190 tekeningen zijn verdwenen, valt volgens Meij en Sotheby's niet te beantwoorden. De duurste tekeningen in de collectie, elf bladen van Albrecht Dürer, zijn nog in Moskou.

De Rijksdienst Beeldende Kunst, die probeert de Koenigs-collectie naar Nederland te halen en de opsporing ervan coördineert, heeft Sotheby's noch Christie's in oktober op de hoogte gesteld welke Duitse tekeningen uit de Koenigs collectie precies verdwenen zijn. Volgens directeur R. de Haas was dat niet nodig, omdat de Rijksdienst in 1987 al een catalogus heeft uitgegeven waarin alle ruim 500 vermiste tekeningen van de Koenigs-collectie afgebeeld en beschreven stonden. “Medewerkers van internationale veilinghuizen en musea hebben - als het goed is - deze lijst in hun hoofd”, aldus De Haas. De Rijksdienst heeft wel een lijst met de 190 verdwenen Duitse tekeningen naar Interpol gestuurd. Verder verloopt de opsporing van de verdwenen Duitse tekeningen “volgens alle normale netwerken, waar wij ook in het verleden van gebruik maakten,” aldus De Haas. Dat zijn museummedewerkers, kunsthistorici en archivarissen, diplomaten en juristen. Over de exacte werkwijze van de Rijksdienst wil De Haas zich niet uitlaten.

De Koenigs-collectie is samengebracht door de Haarlemse bankier Franz Koenigs. Toen deze in de crisisjaren in financiële problemen raakte, verkocht hij zijn uit meer dan tweeduizend tekeningen bestaande verzameling aan de Rotterdamse havenbaron mr. D. G. van Beuningen. Vlak na de inval van de Duitsers in Nederland verkocht Van Beuningen zo'n 500 tekeningen uit de Koenigs-collectie aan dr. Hans Posse, directeur van de Staatliche Gemäldegalerie in Dresden en Sonderbeauftragter voor het Hitlermuseum in Linz. De transactie leverde Van Beuningen 1.400.000 gulden op. De tekeningen werden naar het Kupferstichkabinett in Dresden gebracht en vandaar naar een kasteel in de buurt van de stad. Na de oorlog verdwenen de tekeningen spoorloos. Lange tijd nam men aan dat de collectie tijdens gevechtsacties verloren was gegaan, maar er kwamen steeds meer aanwijzingen dat de verzameling zich in de toenmalige Sovjet-Unie bevond.

Pas in 1992 hebben de Russische autoriteiten officieel toegegeven dat zij de kunstschat als 'oorlogstrofee' in hun bezit hadden. Sindsdien onderhandelt de Rijksdienst Beeldende Kunst over de juridische voorwaarden van teruggave. In haar eis om teruggave van de Koenigs-collectie beroept de Rijksdienst zich op een verdrag dat in de Tweede Wereldoorlog tussen de Geallieerde strijdkrachten is gesloten en waarin alle financiële transacties met de nazi's illegaal werden verklaard.

 

Gepubliceerd in:
Claim Koenigs