Privé op internet

Marie-José Klaver

Een Amerikaanse wapeninspecteur van de Verenigde Naties, Harvey John McGeorge, is de afgelopen dagen in opspraak gekomen wegens zijn vrijetijdsbesteding. Jack McGeorge, zoals hij zichzelf noemt, doet aan sadomasochisme en is actief in verschillende sm-verenigingen.

De Washington Post onthulde dit eind vorige week. Door alle ophef die ontstond, voelde McGeorge zich gedwongen zijn ontslag aan te bieden aan de chef van het wapeninspectieteam, de Zweed Hans Blix. Blix vond McGeorge's sm-activiteiten (de Amerikaan is medeoprichter van een sm-groep in Washington en omstreken en geeft ook cursussen) geen reden tot ontslag en heeft hem gevraagd aan te blijven.

De onthulling van de Washington Post was gebaseerd op een zoekopdracht bij Google. De zoekmachine laat zien dat McGeorge, een munitiedeskundige die eerder voor de Amerikaanse Secret Service en het leger heeft gewerkt, een actieve sm'er is. Ook in nieuwsgroepen, te doorzoeken met Google Groups, is veel over McGeorge te vinden.

McGeorge is erg open over zijn sm-hobby. Hij gebruikt op internet en binnen de clubs zijn eigen naam. Van een privacyschending kun je in dit geval dan ook moeilijk spreken. Maar stel dat McGeorge consequent een pseudoniem gebruikt zou hebben om zijn sm-leven van de rest van zijn leven te scheiden en anoniem te blijven, en dat een verslaggever daar achter was gekomen. Dan had hij heel weinig kunnen doen om een ophanden zijnde onthulling tegen te gaan.

Wat eenmaal op internet staat, is niet meer te verwijderen. Google en Google Groups, de zoekmachine voor Usenet-nieuwsgroepen, bieden gebruikers wel gratis de mogelijkheid om URL's (websiteadressen) en berichten uit nieuwsgroepen te verwijderen. Alleen eigenaren mogen echter informatie verwijderen via Google. Er moet iets aan de code van een website veranderd worden voordat Google de informatie uit de database kan verwijderen. Usenet-berichten worden verwijderd via het e-mailadres van degene die ze destijds heeft gepost.

In het geval van McGeorge gaat het nauwelijks om informatie die hij zelf op internet heeft gezet. Zijn naam en verdere informatie, zoals zijn functies binnen de sm-groepen waarin hij actief is, staat op webpagina's die door anderen zijn gemaakt. De nieuwsgroep postings zijn ook van anderen, die bijvoorbeeld een cursus van McGeorge aankondigen. Als hij het had gewild, had de wapeninspecteur niets kunnen doen om de onthulling te voorkomen.

Mensen die hun privé-leven echt privé willen houden, moeten zich eigenlijk niet op internet begeven. Een pseudoniem kiezen kan ook, maar daar zijn wel risico's aan verbonden. Er zijn altijd wel een paar mensen die ook de echte naam van de anonymus kennen. Die kunnen ooit uit de school klappen. Je moet er bovendien rekening mee houden dat IP-adressen en andere technische informatie een verband kunnen onthullen tussen het pseudoniem en de echte persoon. Dat vergt wel wat meer speurwerk dan de verslaggever van de Washington Post in het geval van McGeorge heeft gedaan, maar onmogelijk is het niet.

Is de grote belangstelling voor het seksuele leven van McGeorge, te vergelijken met de belangstelling voor het seksdagboek van twee studentes onlangs, verwonderlijk? Sommige kranten stellen de vraag of iemand die aan sm doet wel naar een moslimland kan. Dat is een hypocriete vraag, want de strijd tegen Irak is juist bedoeld om het moslimfundamentalisme in te dammen.

Een andere mogelijke verklaring voor de grote belangstelling voor McGeorge's seksleven is de 'echtheid' ervan. ,,Vreemder kan het eigenlijk niet'', zei internetjournalist Francisco van Jole onlangs over de seksdagboek-hype. ,,In een omgeving waar seksueel materiaal voorhanden is op een schaal die de mensheid nog niet eerder heeft beleefd, is een amper prikkelend relaas van twee jonge meisjes die tamelijk onschuldige seks beleven de grote sensatie. Alleen maar omdat het echt was.''

 

Websites

www.google.com
groups.google.com
www.internetprivacy.nl
privacy.pagina.nl

 

Gepubliceerd in:
De computergebruiker
Economie
Apenstaartje