De zwaarste oorlogsmisdaad in Europa sinds WO II
De massamoord in Srebrenica was de zwaarste oorlogsmisdaad in Europa sinds WO II. Zonder het Joegoslavië-tribunaal zou de waarheid vermoedelijk nooit aan het licht zijn gekomen.
DEN HAAG, 11 JULI. Pas ruim een week na de val van Srebrenica reisde een onderzoeker van het Joegoslavië-tribunaal naar Bosnië om getuigen te horen over de massamoord. De Franse politieman Jean-René Ruez, die nog maar net bij het tribunaal was komen werken, noemde de berichten over massale executies in die tijd nog 'geruchten'. Hij ging naar de stad Tuzla om na te gaan wat er van de verhalen klopte. In Tuzla zaten de meeste vluchtelingen uit Srebrenica.
Jean-René Ruez, die daarna jarenlang het Srebrenica-onderzoek leidde, is er nu van overtuigd dat de verhalen van slachtoffers verhalen waren gebleven als er geen strafrechtelijk onderzoek was gedaan. De rechters van het tribunaal hebben de verklaringen van getuigen beoordeeld, in massagraven werden bewijzen gevonden van oorlogsmisdaden, en Bosnische Serviërs die aan het bloedbad hebben meegedaan, hebben in de rechtszaal schuld bekend. Jean-René Ruez vindt dat er nu een 'waarheid' over Srebrenica is. ,,Al zullen er altijd wel een paar nepverhalen blijven rondgaan.''
In het voorjaar van 2000 begon het eerste grote proces voor het tribunaal over Srebrenica - tegen de Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstic. Een Dutchbatmilitair die anoniem getuigde, vertelde dat de Nederlanders tijdens de val van de enclave geen leiding meer hadden gehad. ,,Het was ieder voor zich.'' Tijdens zijn getuigenis begon de Dutchbatmilitair te huilen. Dat had hij, zei hij, nog niet eerder gedaan. Hij liet foto's zien die hij had gemaakt van lijken en hij zei dat hij daar pas nu, in de rechtszaal, voor het eerst over had kunnen praten. Dat was nieuws. Het ministerie van Defensie had eerder steeds gezegd dat de Dutchbatmilitairen uitvoerig gelegenheid hadden gekregen om hun verhalen te vertellen.
Tijdens het proces tegen Krstic werden ook nieuwe feiten bekend over de verovering van de enclave zelf. Het was, zo bleek tijdens de zittingen, niet de bedoeling geweest van de Bosnische Serviërs om de enclave helemaal in te nemen. Pas toen bleek dat er geen verzet zou komen van Dutchbat besloot opperbevelhebber Ratko Mladic dat Srebrenica helemaal veroverd zou worden.
De rechters van het tribunaal stelden vast dat er in Srebrenica genocide was gepleegd, en Krstic werd veroordeeld tot 46 jaar cel omdat hij aan die genocide had meegedaan. In hoger beroep werd zijn straf verlaagd tot 35 jaar. Maar Krstic bleef ontkennen dat hij betrokken was geweest bij het bloedbad. Pas in het voorjaar van 2003 was er voor het eerste een hoge militair die in de rechtszaal een schuldbekentenis aflegde. Hij had, zei hij, plekken uitgezocht waar moslims zouden worden afgemaakt en hij had ook meegedaan aan de poging om bewijzen van de moordpartijen te verbergen: lijken waren uit massagraven gehaald en overgebracht naar nieuwe graven, op veraf gelegen plekken. Een paar weken na die bekentenis was er nog een hoge Bosnisch-Servische militair die toegaf dat hij had meegedaan aan de massamoord. Hij vertelde over het bevel dat er was gekomen om de mannen te doden, en over de bulldozers die waren gebruikt om de lijken op te ruimen. In ruil voor die bekentenissen eisten de aanklagers lagere straffen.
Het is nauwelijks voorstelbaar dat Bosnisch-Servische topmilitairen hadden verteld over hun betrokkenheid bij de massamoord als het tribunaal er niet was geweest. Er zou ook niet zo systematisch onderzoek zijn gedaan naar bewijzen in de massagraven. Forensisch onderzoekers stelden vast wat de doodsoorzaak was van slachtoffers. Er werden blinddoeken gevonden, handen en voeten zaten vaak nog vastgebonden. Het bewijs uit de massagraven paste bij de verklaringen van getuigen en bij bekentenissen van de daders. De onderzoekers hadden ook opnames van telefoongesprekken en radioverkeer waaruit bleek wie verantwoordelijk was voor bevelen.
De man die volgens de onderzoekers het brein was achter de massamoord, Ljubisa Beara, werd in het najaar van 2004 uitgeleverd. Zijn zaak wordt nu voorbereid. Beara was tijdens de verovering van Srebrenica hoofd veiligheid in de staf van Mladic. Hij zou antwoord moeten kunnen geven op de belangrijkste vraag die nog niet is beantwoord: waarom is besloten de mannen en jongens uit Srebrenica te doden?
In de cellen van het tribunaal wachten negen Bosnische Serviërs die zijn aangeklaagd voor Srebrenica op het begin van hun proces. Om tijd te winnen heeft hoofdaanklager Carla Del Ponte vorige maand aan de rechters gevraagd om alle Srebrenica-verdachten die zijn gearresteerd in één proces te berechten.
De belangrijkste verdachten in de Srebrenica-zaak, generaal Mladic en de vroegere Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, zijn nog voortvluchtig. De zaak tegen een leider van de Bosnische moslims, Naser Oric, loopt nog. Hij staat terecht omdat hij moslims die in de buurt van Srebrenica - vóór de val van de enclave - Bosnische Serviërs beroofden, mishandelden of vermoordden, niet zou hebben bestraft.
In het proces tegen de Joegoslavische ex-president Milosevic gaat het ook over Srebrenica. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, dat onderzoek deed naar Srebrenica, vond geen aanwijzingen dat er ,,politieke of militaire afstemming'' was geweest tussen de Bosnisch-Servische legerleiding en Milosevic, maar de aanklagers van het tribunaal proberen aan te tonen dat die afstemming er wel was. Vorige maand lieten ze in de rechtszaal een video zien waarop paramilitairen, die onder bevel zouden staan van de politie in Servië, moslims doodden. Volgens de aanklagers kwamen de moslims uit Srebrenica.
De massamoord in Srebrenica was de zwaarste oorlogsmisdaad in Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Voor het tribunaal is de Srebrenica-zaak het belangrijkste onderzoek, en dat het zo succesvol werd uitgevoerd kwam volgens medewerkers vooral door de inspanningen van de Fransman Jean-René Ruez. De Amerikaanse analist Stefanie Frease, die tot 2000 voor het tribunaal werkte, denkt dat er niet in massagraven zou zijn gezocht als hij het onderzoek niet had geleid. ,,Hij was heel goed, en hij wist precies wat hij wilde.''
Ruez ging in 2001 weg bij het tribunaal. Daarna waren er opnieuw massagraven ontdekt bij Srebrenica. Het tribunaal had toen al genoeg bewijs gevonden, een commissie van Bosnische moslims opende de graven. Ruez vond dat er bij die opgravingen altijd een waarnemer moest zijn van het tribunaal, maar na zijn vertrek had het tribunaal niemand meer gestuurd. Ruez: ,,Dat betekent dat we nooit meer met zekerheid kunnen vaststellen wat het minimum aantal doden is.''
