'Nederland moet Servië aanklagen'
DEN HAAG, 16 JULI. De Nederlandse staat moet de genocide die heeft plaatsgevonden in Srebrenica voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. De Vereniging van de Moeders van Srebrenica en Podrinje willen dat Nederland de unie van Servië-Montenegro gaat aanklagen.
Dit heeft de Vereniging van de Moeders van Srebrenica gisteren in Sarajevo bekendgemaakt. Het Internationaal Gerechtshof is het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. Het hof buigt zich enkel over geschillen tussen landen.
Bosnië heeft al in 1993 Servië-Montenegro, de rechtsopvolger van Joegoslavië, bij het Internationaal Strafhof aangeklaagd voor volkerenmoord omdat het Bosnische Serviërs zou helpen bij genocidale activiteiten. De mondeling behandeling van deze klacht begint waarschijnlijk volgend jaar februari. De Amerikaanse hoogleraar volkenrecht prof. Francis A. Boyle diende in 1993 de klacht in namens Sarajevo en hij treedt nu ook op namens de Moeders van Srebrenica en Podrinje.
Ibran Mustafic, de voorzitter van de vereniging, schrijft dat hij zijn verzoek dinsdag heeft voorgelegd aan minister Bot (Buitenlandse Zaken) tijdens een onderhoud op de Nederlandse ambassade in Sarajevo. Als Nederland op het verzoek ingaat, ,,zal het tonen dat het inderdaad oprecht is jegens de slachtoffers van de genocide in de Republiek Bosnië'', aldus Mustafic. Na de verovering van de moslimenclave Srebrenica zijn in de zomer van 1995 zo'n 7500 moslims door de Serviërs vermoord.
In 1948 nam de Verenigde Naties het 'Verdrag voor het voorkomen en bestraffen van de misdaad van genocide'. Mustafic wijst erop elke ondertekenaar het recht geeft een klacht in te dienen tegen elk ander land dat genocide heeft geïnitieerd of ondersteund.
